In talloze families wordt deze dagen gerouwd om het verlies van een geliefde, familielid of bekende die woensdag omgekomen is bij de vliegramp in Tripoli. Het ongeluk is een van de grootste in de Nederlandse vlieggeschiedenis. Zo’n tragische gebeurtenis, met zeventig Nederlandse slachtoffers, schokt de samenleving.
De buitenwereld is dezer dagen voor haar informatie afhankelijk van de media. Die hebben weinig feiten in handen: de oorzaak van de ramp is nog niet bekend en in de dictatuur die Libië is, is vrije nieuwsgaring nagenoeg onmogelijk. Om toch de hele dag te kunnen uitzenden, of extra pagina’s te vullen, hebben diverse media de jacht geopend op de nabestaanden. Een ander woord is er niet voor: ze zijn hinderlijk benaderd en foto’s zijn zonder toestemming gepubliceerd, zelfs van de enige overlevende, notabene nog maar negen jaar oud.
Dit ergerde de nabestaanden zo, dat demissionair minister van binnenlandse zaken Bijleveld de media vroeg hun privacy te respecteren. Deze oproep is uitzonderlijk. In een democratie houdt de overheid gepaste afstand van de pers; de persvrijheid is immers een van de pijlers van het democratisch bestel. Die notie indachtig, is Bijleveld niet verder gegaan dan een oproep. Zij kan en mag de vrije pers geen terughoudendheid opleggen.
Maar het is alleszins te billijken dat zij aan de wens van de nabestaanden gehoor heeft gegeven. Na de onbeschaamde berichtgeving over de moord op het Dordtse meisje Millie, en de ’onthullingen’ compleet met foto’s over het privé-leven van de inmiddels afgetreden staatssecretaris Jack de Vries, hebben sommige media andermaal bewezen dat zij geen enkel respect hebben voor de privacy van mensen die getroffen worden. Toppunt was gisteren de publicatie van een interview in De Telegraaf met de jonge overlevende Ruben. Dat is zelfs bij andere sensatiepers slecht gevallen.
Media beroepen zich er vaak op dat zij moeten laten zien wat er gebeurt. Zij gaan ervan uit dat de nieuwsgierigheid van de nieuwsconsumenten geen grenzen kent. De ophef over het Telegraaf-interview is het bewijs dat die stelling onzinnig is. Mensen voelen feilloos aan dat hier opnieuw een grens is overschreden.
Het is daarom ook in het belang van de geloofwaardigheid van de journalistiek, kritisch bij zichzelf te rade te gaan. Dat de overheid daaraan te pas moet komen, moet de beroepsgroep te denken geven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.