*

 

Dreiging en censuur voor Bosnische pers

Eric Brassem − 03/05/10, 00:00

De Bosnische talkshow-presentatrice Duska Jurisic, mag niet deelnemen aan een forumdebat over persvrijheid, dat Press Now maandag in Amsterdam organiseert in het kader van de Dag voor de Persvrijheid.

  • (Trouw)

„Mijn baas heeft me laten weten dat ik niet naar Amsterdam mag gaan, omdat ik door IJslands vulkaanas mogelijk niet op tijd terug ben om op donderdag mijn televisieprogramma te presenteren”, vertelt Jurisic telefonisch. Zelf vermoedt ze een andere reden: „Bij alles wat ik doe, werpt het management obstakels op.” Jurisic presenteert sinds 2003 het veelbekeken programma ’Eerlijk gezegd’. Het wordt uitgezonden door de staatszender van de moslim-Kroatische federatie. Ze ligt al lang zwaar onder vuur.

De regering van het Bosnisch-Servische deel van het land diende in 2004 een klacht tegen haar in wegens ’vooringenomenheid’. Jurisic had een aantal Servische gasten laten praten over de vraag hoe Serviërs kunnen bijdragen aan verzoening in het etnisch verdeelde Bosnië. De klacht werd afgewezen, maar in 2007 verordonneerde de Bosnisch-Servische premier Milorad Dodik een boycot van de tv-zender, naar aanleiding van kritische uitzendingen van Jurisic en anderen.

De druk op haar komt niet alleen van Servische zijde. Ze kreeg ook dreigende telefoontjes van zakenlieden die verdacht worden van fraude, onder andere in de elektriciteitsbranche. En ze werd mikpunt van Fahrudin Radoncic, een moslim-politicus en media-tycoon annex zakenman.

Jurisic wijdde begin dit jaar een kritische uitzending aan diens schimmige zakentransacties. „Toen kreeg ik een telefoontje van Radoncic. ’Je zult nu eens zien wat misbruik van de openbare ruimte is’, zei hij, en toen hing hij op. Een maand later werd ik ontslagen uit de directie van de tv-zender. De maand die daarop volgde werden ik en mensen die het voor mij hadden opgenomen, aangevallen in de krant van Radoncic, Dnevni Avaz.”

Jurisic is niet de enige Bosnische journalist die problemen ondervindt. Bosnië moet in oktober naar de stembus, en veel media zijn onderdeel van de campagne van politieke partijen. Sommige journalisten laten normen van professionele onafhankelijkheid geheel varen. Dat geldt voor journalisten van Dnevni Avaz evenzeer als voor die van Bosnisch-Servische (staats)media.

Valentin Inzko, de man die voor de internationale gemeenschap een soort gouverneurschap voor Bosnië bekleedt, heeft vorige maand gewaarschuwd tegen de grote politieke druk op de media. Hij reageerde op een oekaze van (alweer) de Bosnisch-Servische premier Milorad Dodik, waarin hij alle functionarissen en bedrijven in Bosnisch Servië verbood om te spreken met de ’vijandige’ tv-zender van het moslim-Kroatische deel. Dat deed hij na een programma waarin de premier was afgebeeld als Adolf Hitler.

De felheid van de aanvallen over en weer was een reden waarom Press Now en de Bosnische Vereniging van Journalisten in maart een conferentie over persvrijheid in Sarajevo hebben afgeblazen. Volgende week moet de conferentie alsnog plaatsvinden. „We verwachten nu dat veel van de tachtig genodigden komen, al zullen veel Bosnisch-Servische journalisten niet durven”, vertelt Zoran Djukanovic van Press Now. „De hitte van de strijd is nu iets minder, al kan dat in het zicht van de verkiezingen weer oplaaien.”

mailIcon print |