*

 

Wie verhuist naar Downing Street?

Inez Polak − 06/05/10, 00:00

Ruim 44 miljoen Britten bezegelen vandaag het lot van de drie premierskandidaten: David Cameron van de Conservatieven (Tories), premier Gordon Brown van Labour en nieuwkomer Nick Clegg van de Liberaal-Democraten. Het is de afgelopen weken al haast een cliché: de Britse verkiezingsstrijd is de spannendste in tijden, niemand durft of kan de uitkomst te voorspellen.

  • Nick Clegg, de verrassing van de verkiezingsdebatten, voerde tot het laatste moment campagne, hier in Eastbourne. Links zijn vrouw Miriam. (FOTO EPA)

Zal het Tory-leider David Cameron vandaag lukken om toch nog een meerderheid van de zetels veroveren? Zal Nick Clegg met zijn Liberaal-Democraten Labour voorbij streven? Of zullen de twijfelaars, gisteren nog een derde van de kiezers, op de valreep naar hun ’moederpartij’ terugkeren. De allerlaatste peilingen gisteravond wezen een beetje in die richting. En zal Gordon Brown er dan heel misschien in slagen, dankzij het verwarrende districtenstelsel, weliswaar minder stemmen maar wel meer zetels dan de Tories te behalen? En waar gaan die verkiezingen eigenlijk om?

De statistici hebben uitgerekend dat de Conservatieven minstens 36 procent van de stemmen moeten behalen, willen ze een meerderheid van 326 zetels in het 650 zetels tellende Lagerhuis behalen. Ietsje minder (318 zetels) kan misschien ook, omdat de Conservatieven kunnen rekenen op de steun van de Ulster Unionists.

Tot nu toe zit Cameron er net onder met 34 à 35 procent. Dat is nog altijd ruim meer dan Labour en de Liberaal-Democraten die ergens rond de 26 tot 30 procent bungelen. Maar niet alleen het kiesstelsel, ook de peilingen zouden iets in het nadeel van de Conservatieven werken. In enkele districten waar het er om spant zou Cameron beter scoren dan de peilingen tonen.

Hoe werkt het districtenstelsel?

Het grote probleem is dat in het Britse stelsel – er zijn 650 districten – de percentages lang niet alles zeggen. Het stelsel beoogt iedere Brit zijn eigen regionale afgevaardigde in het Lagerhuis te geven. In elk district telt alleen de winnaar, alle andere stemmen gaan verloren. Dat werkt in het voordeel van de twee grote partijen en de laatste jaren vooral in dat van Labour, dat duidelijke bolwerken heeft in de steden, in Noord- en in Midden-Engeland. De Conservatieven moesten het tot nu toe veel meer van het rijkere zuiden en platteland hebben. Bij de laatste verkiezingen in 2005 behaalde Labour met ruim 35 procent van de stemmen 356 zetels in het parlement, terwijl de Conservatieven – ook wel Tories genoemd – met 32 procent genoegen moesten nemen met 198 Lagerhuisleden. De LibDems kwamen er als altijd bekaaid af met 62 zetels voor 22 procent van de stemmen. Het kwam er op neer dat Labour voor een zetel nog geen 27.000 stemmen nodig had, tegen de Conservatieven 44.000 en de Lib-Dems ruim 96.000 stemmen.

Wat gebeurt er morgen?

Gewoonlijk arriveert de verhuiswagen al meteen de dag na de verkiezingen bij Downing Street als duidelijk is dat de zittend premier het onderspit heeft gedolven. Dit keer zullen de verhuizers wellicht moeten wachten, ook als premier Gordon Brown verslagen uit de verkiezingen komt.

Er zijn meerdere scenario’s denkbaar. Het simpelste is dat Cameron en zijn Conservatieven een meerderheid van de zetels behalen. De verhuiswagen kan komen voorrijden.

Maar wat als Cameron wel een meerderheid van stemmen en misschien zelfs de meeste zetels heeft, maar geen meerderheid in het parlement. Chaos?

De laatste keer dat de Britten zo’n zogeheten hung parliament hadden was bij de verkiezingen in februari 1974. Zittend premier Ted Heath (Tory) had te midden van industriële onrust de kiezers gevraagd: ’Wie is hier de baas?’ Het antwoord dat hij kreeg was: ’Niet jij.’

Geen van de partijen had een duidelijke meerderheid. De Conservatieven hadden de meeste stemmen, maar Labour had vier zetels meer, terwijl de Liberalen voor hun 20 procent van de stemmen slechts 14 zetels kregen. Ted Heath besloot niet af te treden en het op een akkoord met de Liberalen te gooien. Het ging de geschiedenis in als ’het langste vuile weekeinde’. Zijn opzetje mislukte. Labourleider Harold Wilson vormde een minderheidsregering om in oktober nieuwe verkiezingen uit te schrijven en die te winnen.

Juist Labour verwijst deze dagen naar dit voorbeeld. De conventie is namelijk dat een zittend premier niet naar de koningin hoeft om zijn ontslag aan te bieden, zolang niet duidelijk is wie de volgende premier wordt. Camerons grootste vrees is dat premier Brown zal proberen een deal te sluiten met Nick Clegg en zijn LibDems. Vandaar dat de Tory-leider nu luidkeels roept dat hij de dag na de verkiezingen meteen aan de slag gaat. Hetgeen Nick Clegg ontlokte dat Cameron moet ophouden nog voor de verkiezingen de gordijnen in Downing Street op te meten. Maar dezelfde Nick Clegg heeft Labour gewaarschuwd dat hij niet met ze in zee gaat als Labour de verkiezingen verliest.

Wat dan wel?

Als Cameron de grootste wordt, maar geen meerderheid behaalt, kan hij kiezen voor een minderheidsregering dan wel een coalitie met de LibDems. Hoewel? Juist Clegg, de verrassing van deze verkiezingsstrijd dankzij zijn optreden in de debatten, kan het met die beslissing nog moeilijk krijgen. Zijn achterban neigt veel meer naar Labour, én wil het oneerlijk e kiesstelsel veranderen tot een iets representatiever stelsel. Dat zou de echte bekroning zijn op hun opkomst, en dat zou ook garanderen dat zij in het vervolg blijvend meetellen. Om precies die reden hebben de Conservatieven daar geen oren naar en eigenlijk wil Labour er ook niet echt aan. Brown heeft wel toegezegd dat als hij wint hij een referendum wil houden over het kiesstelsel. Een commentator van de Guardian, de krant die zelf voor de LibDems heeft gekozen, voorspelt dat die partij binnen een jaar in duigen ligt als ze met de Conservatieven in zee gaan, maar ook een keuze voor een verslagen Labour lijkt nauwelijks verkoopbaar.

Waar gaan de verkiezingen eigenlijk om?

De economie, de gezondheidszorg, het onderwijs, en de immigratie waren de voornaamste thema’s in de verkiezingsstrijd. Premier Gordon Brown (’Ik ben niet volmaakt, maar weet wel hoe de economie te besturen’) dreigt nu dat Cameron het economisch herstel in gevaar brengt omdat hij zo snel mogelijk de staatsschuld wil terugdringen. Dat zal ten koste zal gaan van de gezondheidszorg, het onderwijs en de andere sociale zaken. Cameron gelooft veeleer in de marktwerking en het terugdringen van de overheidsinmenging. Hij waarschuwt dat juist het veel te hoge overheidstekort de economie in gevaar brengt.

Naast die inhoudelijke zaken speelt ook het gebrek aan vertrouwen in de politici. De schandalen met opgeklopte declaraties en het gelobby hebben veel kwaad bloed gezet bij de Britten. Dat verklaart ook het succes van Clegg, die zich afzette tegen de oude politiek en zich presenteerde als de stem van de verandering. Opmerkelijk is dat de afkeer van de politiek zich niet heeft vertaald in totale onverschilligheid. De voornaamste reden daarvoor is waarschijnlijk het novum van deze verkiezingen: de tv-debatten. Het gaf Clegg een plaatsje tussen de ’grote twee’ en daarmee de kans van zijn leven, die hij wist te grijpen. Voor de Britten zijn de verkiezingen ineens weer spannend.

mailIcon print |