*

 

’Boeren moeten vaker ónder het gras kijken’

Rob Buiter − 18/06/10, 00:00

Gezond bodemleven is de sleutel tot een gezond weiland. Het proefschrift van landbouwkundig onderzoeker Nick van Eekeren onderschrijft dat. Veel ploegen komt dat gezonde bodemleven niet ten goede.

  • Onderzoeker Nick van Eekeren: 'Nog belangrijker dan de regenwormen zijn de gangen die ze graven.' (FOTO ROB BUITER )

Op feestjes en partijen doet ze het altijd goed, zegt landbouwkundig onderzoeker Nick van Eekeren: de vergelijking tussen de hoeveelheid leven óp en ónder een Nederlands weiland. „Op een hectare Nederlandse wei op zandgrond staan ongeveer twee koeien. Die wegen, pak hem beet, 600 kilo per stuk. Onder die ene hectare zit niet minder dan 2700 kilo bodemleven, dus het gewicht van bijna vijf koeien aan regen- en andere wormen, schimmels en vooral bacteriën.”

Om zijn bewering kracht bij te zetten, steekt Van Eekeren een schop in de grond. Zonder al te veel moeite haalt hij een tiental regenwormen uit een bescheiden kluitje. „En al deze knolletjes aan de uiteinden van de worteltjes van deze witte klaver zitten helemaal vol met rhizobium-bacteriën. Die binden stikstof uit de lucht en maken het beschikbaar voor de planten.”

Nog belangrijker dan de regenwormen zelf, zijn de gangen die ze graven, zegt de onderzoeker. „Je hebt soorten die zich een weg vreten door de grond en alles uitpoepen wat ze opeten. Die zorgen dat de grond los en korrelig blijft. Je hebt ook soorten die pendelen tussen het oppervlak en de diepere bodem. Die maken verticale gangen, waar het gras door kan wortelen en waardoor het water beter wordt afgevoerd.” Het gewicht van alle regenwormen onder een hectare gezond weiland op een zanderige bodem bedraagt bijna 500 kilo, iets minder dan één koe.

Boeren zouden er volgens Van Eekeren goed aan doen iets meer rekening te houden met al dat bodemleven. „Vroeger kon je naar believen sproeien met mest of water als het weiland te arm of te droog was. De wet steekt daar tegenwoordig een stokje voor. Vooral mest mag je niet meer ongelimiteerd gebruiken.

„In plaats van mest zou een boer veel meer gebruik kunnen maken van de diensten die de wormen, schimmels en bacteriën onder de graszode ’gratis’ voor hem verrichten. Want de manier waarop een boer met zijn land omgaat heeft nogal wat effecten op dat bodemleven.”

Voor zijn onderzoek keek Van Eekeren onder andere naar de hoeveelheid bodemleven in drie verschillende stukken grond: oud grasland, akkerland, en land dat om de drie jaar veranderde van gras naar akker en weer terug.

In grasland dat werd omgeploegd tot akker liep het aantal regenwormen meteen na het ploegen sterk terug. Werd akkerland omgezet in weiland dan duurde het drie jaar totdat het aantal regenwormen weer op hetzelfde niveau kwam als van het permanente grasland.

Van Eekeren: „Het afwisselen van weiland en akkerland wordt wel gezien als duurzaam als het gaat om het benutten van de voedingsstoffen in de bodem. Uit mijn onderzoek blijkt dat het vooral ten koste gaat van de regenwormen die pendelen tussen het oppervlak en de diepere bodem. Die ’pendelaars’ hebben een enorm positieve invloed op de waterregulatie in een bodem. Die ben je dus kwijt als je te vaak wisselt tussen akker en weiland. Melkveehouders die bijvoorbeeld maïs willen telen voor hun koeien zouden daar hun oude weiland, waar die wormen wel voorkomen, niet voor moeten gebruiken.”

Boeren kunnen de hoeveelheid wormen onder hun land sparen door het grasland niet te vaak om te ploegen tot akkerland. Daarnaast kunnen ze de wormen stimuleren door klaver door het gras te mengen. Van Eekeren: „De bacteriën in de wortelknolletjes van klaver halen stikstof uit de lucht en stoppen dat in de grond. Dat is dus gratis mest die de boer zelf niet hoeft toe te voegen. Wormen gedijen goed bij die extra bemesting door klaverplantjes. Een weiland dat is ingezaaid met een mengsel van gras en klaver heeft een iets lagere opbrengst als je kijkt naar de hoeveelheid voer voor de koeien. Daar tegenover staat winst door de geringere hoeveelheid mest die de boer moet toevoegen. Een mengsel van gras en klaver levert vooral de winst op van een betere waterhuishouding en benutting van de voedingsstoffen door het gras, met dank aan de wormen die door de klaver worden gestimuleerd.”

De vertaling van zijn proefschrift naar de praktijk van alledag is voor Van Eekeren de volgende stap. „Ik werk bij het Louis Bolk Instituut, dat onder andere praktijkgericht onderzoek doet naar duurzame landbouw. Ik zou mijn promotieonderzoek het liefst zoveel mogelijk naar het veld brengen. Als boeren wat vaker en wat dieper in de bodem kijken en iets vaker ’op hun handen gaan zitten’ terwijl ze het bodemleven een deel van het werk laten doen, zou dat een prachtige stap zijn in het duurzaam beheren van graslanden.”

mailIcon print |