*

 

Arie van Liempd: ’Ik sloop niet, ik delf nieuwe grondstoffen’

Marten van de Wier − 19/06/10, 00:00

We gaan vaak slordig om met herbruikbare onderdelen van slooppanden. Sloper Arie van Liempd probeert zoveel mogelijk materiaal opnieuw te gebruiken. „We staan aan de vooravond van de zelfvernietiging.”

  • (Rob Huibers)
  • Arie van Liempd kan al zestig procent van al zijn sloopmateriaal hergebruiken. (ROB HUIBERS)
  • Nadat al het bruikbare materiaal was verwijderd liet Van Liempd in mei dit oude Philipsgebouw imploderen. De resten worden toegepast in de wegenbouw. Ziehier de operatie. (Rob Huibers)
  • (Rob Huibers)
  • (ROB HUIBERS)
  • (Rob Huibers)

Een grijper zet zijn tanden in een fabrieksgebouw op Strijp-R in Eindhoven. De gevel ligt open: de witte tegelwandjes van de toiletten, op elke verdieping keurig boven elkaar, blinken naakt in de zon. Buizen en draden steken uit de plafonds. Maar wie denkt dat slopen hier een grof karwei is, heeft het mis. De kraan legt beton, schroot en dakbedekking keurig op verschillende hopen. Tussen het puin loopt een man met een valhelm, die het hout sorteert.

Arie van Liempd (48) slaat het goedkeurend gade. „Ik zie ons niet zozeer als sloopbedrijf, maar als delvingsbedrijf”, zegt hij. „Wat ik hier sloop, kun je zien als nieuwe grondstof. Het keramiek van zo’n oude wc-pot zit vol waardevolle elementen. Die kan een fabriek eruit halen, om weer een nieuwe wc van te maken. De dakbedekking hier zit er soms wel twintig jaar op, drie, vier lagen dik. Wij leveren dat aan een bedrijf dat dat weer kan omzetten in dakleer. Dat zie je dan uit de machine rollen: helemaal nieuw!” Van Liempd kijkt triomfantelijk. „Dat is toch prachtig.”

Van Liempd lijkt een typische ondernemer in de bouw. Bekenden die zijn pad kruisen staat hij kort, maar joviaal te woord. Terwijl hij in zijn zwarte Mercedes van Strijp-R naar zijn kantoor in Sint-Oedenrode rijdt, gaat om de haverklap zijn telefoon. „Hé, grote speciale vriend!”, zegt hij grappend tegen degene aan de andere kant van de lijn.

Maar de sloper is niet zomaar een handige jongen met een vlotte babbel: hij is ook een gedreven idealist. „We staan aan de vooravond van de zelfvernietiging”, is zijn overtuiging. „Als we zo doorgaan met het gebruik van grondstoffen, zit er over dertig jaar niets meer in de bodem.” ’Wa bazelde gij nou?’, vragen andere slopers hem soms op z’n Brabants. Hij trekt zich er niets van aan. Van Liempd moet niets hebben van de ’cowboys’ in de sector, die alleen uit zijn op winst, zonder aandacht voor mens en milieu.

Gemeenten, woningcorporaties en aannemers meten zich de laatste tijd graag een groen imago aan, en het inschakelen van A. van Liempd sloopbedrijven kan daarbij helpen. Maar Van Liempd was al ’groen’ vóór de hype: hij werkt al twintig jaar zo duurzaam mogelijk. Het broeikaseffect was voor hem nooit echt een overweging. „Dat zegt me niet zoveel. Ik werk met materiaal. Dat is iets tastbaars. Ik heb altijd al respect voor materiaal gehad. Zo ben ik opgevoed. Als ik zie hoe anderen de verwarming uit een gebouw slopen en er daarna gewoon met machines overheen rijden – ik wordt daar niet vrolijk van. En dan druk ik me zwak uit.”

Het is hem een doorn in het oog dat gebruikt hout in de verbrandingsoven verdwijnt voor ’zogenaamd groene stroom. In zijn atelier in Sint Oedenrode laat de sloper zien wat hij bedoelt. Jonge mannen werken er aan mooi vormgegeven banken van tweedehands hout. Verderop beschildert een meisje het demonstratiemodel van een sprookjesachtig speelhuisje. „Allemaal eigen ontwerp”, zegt Van Liempd. Hij verkoopt de spullen via zijn tweede bedrijfje: ’2 Life art’.

Kunststof platen en grote balken liggen buiten opgestapeld: wie ze wil hebben, kan ze kopen. Vloerbedekking gaat naar een bedrijf dat er nieuwe vloerbedekking van maakt. Puin van steen en beton krijgt een nieuw leven in de bouw. Schroot gaat naar de schroothandel.

Van Liempd kan nu zo’n zestig procent van ieder gebouw hergebruiken, en wil graag naar negentig procent. Het hergebruiken is echter nog altijd kostbaarder dan een gebouw gewoon tegen de vlakte gooien. „We hebben massa nodig, bulk”, zegt de ondernemer. Het is veel goedkoper om materiaal in grote hoeveelheden te recyclen. De verkoop van hergebruikt spul kan dan genoeg opleveren om duurzame sloop goedkoper te maken dan conventionele. Dat werkt alleen als een groot deel van de branche meedoet. Van Liempd vindt daarom dat de overheid hergebruik bij iedere sloop zou moeten verplichten.

Ook zouden winkels gebruikt hout gewoon als nieuw moeten kunnen verkopen, met het Komo- keurmerk voor bouwmaterialen erop. De kwaliteit van gebruikt hout hoeft immers niet lager te zijn, redeneert Van Liempd. Vaak kan het nog jaren mee. Ter illustratie legt hij een stuk hout op een werkbank. „Als ik die hier laat liggen, ligt ie er over honderd jaar nog.”

mailIcon print |