Handhaven, samenwerken en ouders hun drinkende tieners tot de orde laten roepen: de Nederlandse aanpak werkt.
Er bestaat een groot misverstand. Veel mensen denken dat Nederlandse jongeren meer drinken dan ooit. Dat is onjuist. Nederlandse jongeren drinken juist minder. Er is dus geen behoefte aan nieuw alcoholbeleid. De aanpak van overmatige alcoholconsumptie bij jongeren bestaat al lang. En het werkt.
In Nederland werden in 2009 ongeveer vijfhonderd gevallen gemeld van alcoholintoxicatie bij jongeren. Dit leidde tot de roep om de leeftijdsgrens waarop alcohol verkocht mag worden te verhogen van 16 naar 18 jaar. Is dat terecht? Zijn deze incidenten exemplarisch voor hoe Nederlandse jongeren gemiddeld met alcohol omgaan?
Nederlandse jongeren drinken minder dan een aantal jaar geleden. In 2001 behoorde 18,5 procent van de Nederlandse jongeren tussen de 12 en de 25 jaar tot de zware drinkers, in 2009 was dit 13,2 procent: een daling met eenderde. Andere cijfers ondersteunen dit beeld: het percentage jongeren dat ooit gedronken heeft daalde met 7 procent, het aantal jongeren dat de laatste maand gedronken heeft, is met een kwart afgenomen en het aantal jongeren dat ooit dronken of aangeschoten was, daalde tussen 2003 en 2007 met 9 procent.
Deze gegevens, afkomstig van onafhankelijke instituten als het CBS, Trimbos Instituut, Intraval/VWA en diverse regionale autoriteiten, wijzen allemaal in dezelfde richting: jongeren drinken niet meer, maar juist minder.
Het European Schoolsurvey Project on Alcohol and other Drugs (Espad) waaraan 36 landen deelnemen, is het toonaangevende Europese onderzoek naar alcoholconsumptie door jongeren. Het commentaar van de laatste versie van dit rapport luidde, dat Nederland niet afwijkt van het gemiddelde. De quote van oud-minister van VWS Hoogervorst – nog steeds veelgebruikt – dat de Nederlandse jongere de ’zuipschuit van Europa’ is, klopt dus gewoon niet.
Nederlandse scores: de tweede en zesde plaats als het gaat om hoe vaak alcohol wordt gedronken; de tiende en elfde plaats als het gaat om de hoeveelheid drank in de laatste maand en wanneer jongeren voor de laatste keer hebben gedronken; de 24ste en 25ste plaats als het gaat om dronkenschap in de laatste maand en het laatste jaar.
Als je hier een gemiddelde van maakt, komt Nederland op de dertiende plaats.
Natuurlijk, dat kan nog veel beter, maar Nederlandse jongeren komen niet eens in de buurt van de eerste plaats als het gaat om onverstandige alcoholconsumptie. Illustratief hierbij zijn de meeste recente cijfers uit Duitsland. Daar werden, volgens het Statistisches Bundesamt 25.700 jongeren met een alcoholintoxicatie opgenomen. Dat is dus ruim vijftig keer zoveel als in Nederland, terwijl Duitsland slechts vijf keer zoveel inwoners heeft.
Wat zijn de ingrediƫnten voor dit succes en wat doet Nederland beter dan vroeger?
Allereerst is de handhaving veel intensiever. In het jaar 2000 waren er zeven controleurs actief, die erop moesten letten of de leeftijdsgrenzen voor alcoholverkoop werden gehandhaafd. Zij controleerden zo’n 50.000 locaties in heel Nederland, onder meer op het niet verstrekken aan minderjarigen. Dat was een onmogelijke opgave.
In 2010 is de controle dertig keer zo intensief; er zijn nu ongeveer tweehonderd controleurs. Dit zegt twee dingen: ten eerste dat het urgentiebesef tien jaar geleden nagenoeg ontbrak en ten tweede dat de wettelijke leeftijdsgrens van 16 jaar pas recent wordt vergezeld met adequate handhaving.
De samenleving vindt het nu vanzelfsprekend dat ouders een belangrijke rol spelen in beperking van de alcoholconsumptie van hun kinderen. Het is pas sinds 2006 dat de voorlichtingscampagne ’Voorkom alcoholschade bij uw opgroeiende kind’ (bekend van het omgekeerde glas over het kind) van start ging die zich expliciet op ouders richtte. Ouders zijn ten onrechte lange tijd niet betrokken bij het probleem van alcoholmisbruik door jongeren.
De samenwerking tussen diverse partijen – zowel landelijk als lokaal – heeft een extra impuls gegeven aan de effectiviteit van diverse maatregelen.
De Nederlandse aanpak van handhaving, het betrekken van ouders en goede samenwerking werkt. Ja, er is een kleine groep met grote problemen waarvoor een specifieke, persoonsgerichte aanpak nodig is. Maar de cijfers laten zien dat de Nederlandse betrokken instanties en – nog veel belangrijker – de Nederlandse ouders en jongeren, in staat zijn om er samen voor te zorgen dat Nederlandse jongeren minder veel, vaak en vroeg drinken.
Weer een nieuwe beleidsmaatregel, zoals het verhogen van de verkoopleeftijdsgrens van 16 naar 18 jaar, is dus niet nodig.
Wat wel nodig is: de huidige aanpak intensiveren. Want hoewel het de goede kant op gaat, zijn er toch nog veel ouders die het moeilijk vinden om hun kind dat jonger is dan 16 jaar alcohol te ontzeggen. Daarom is het belangrijk dat het Nederlandse alcoholbeleid uit blijft gaan van de duidelijke boodschap: ’Geen 16? Geen druppel’.
Dit is het tweede artikel over de vraag of de leeftijd voor alcoholverkoop naar 18 jaar moet. Het eerste verscheen op Podium van 1 mei.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.