*

 

Ed van Thijn: De formatie wordt duivels ingewikkeld

Cyntha van Gorp en Teun Lagas − 11/05/10, 00:00

Zijn nieuwe boek bevat een scenario waarvan hij vreest dat het na de Kamerverkiezingen van 9 juni werkelijkheid zal zijn. PvdA-prominent Ed van Thijn voorziet een onoplosbare kabinetsformatie.

  • 'De val van het kabinet ' en vooral het gedoe er omheen ' heeft de verhoudingen in Nederland verder op scherp gezet, en dat op een moment dat het populisme opmarcheert', constateert Ed van Thijn. (FOTO MERLIJN DOOMERNIK)

Ruim twee jaar geleden nam Ed van Thijn, na 45 jaar, definitief afscheid van de politieke arena. Dat het bloed kruipt waar het niet gaan kan, bewijst de PvdA-prominent met zijn nieuwste boek, ’De formatie’, over de politieke crisis waarin Nederland momenteel verkeert.

Vanaf vandaag ligt het boekwerk in de schappen, vanaf 9 juni dreigt het beschreven scenario werkelijkheid te worden: „De komende kabinetsformatie wordt duivels ingewikkeld, onoplosbaar”, voorspelt de oud-politicus. Hij kondigde het al aan bij zijn afscheid, en in zijn boek herhaalt hij het: Nederland stevent af op een waaierdemocratie, waarin geen fatsoenlijke coalities te formeren zijn. Maar de behoefte om na de verkiezingen zelf als informateur te gaan puzzelen, heeft hij niet. „Het had me erg leuk geleken, maar dan had ik er geen boek over moeten schrijven”, zegt hij.

Sinds zijn politieke vaarwel slijt Van Thijn zijn tijd als passief toeschouwer van de perikelen op het Binnenhof. „Ik kijk naar alles, ik volg alles. Elke dinsdag zet ik het vragenuurtje op. Alleen de nachtelijke debatten laat ik aan me voorbij gaan, dat wordt me te gortig”, zegt de inmiddels 75-jarige PvdA’er. Maar missen doet hij Den Haag niet. Althans, niet elke dag. „Ik heb verschillende rollen bekleed: Eerste Kamerlid, Tweede Kamerlid, fractievoorzitter ten tijde van het kabinet-Den Uyl, burgemeester van Amsterdam en tot twee keer toe minister van binnenlandse zaken. Mijn ministerschap had wel wat langer mogen duren, maar verder was ik met alle rollen klaar toen ik vertrok.” Wat wel altijd blijft trekken, is het schrijven van boeken. „Van al mijn harten, klopt het schrijvershart het sterkst.”

In uw boek zit u wel eens op de grens van verdichting. Zou u ook à la Thomas Ross politieke what if-boeken kunnen schrijven? Zoals ’De Marionet’, waarin Ross beschrijft wat er was gebeurd als Pim Fortuyn de aanslag had overleefd.

Van Thijn: „Nou, ik verslind die boeken wel. Ik heb het ook eens overwogen, maar het is toch een heel ander genre. Een plot kan ik wel bedenken, maar vervolgens ben ik na zeven bladzijden klaar. Het is heel moeilijk om zo’n sfeer te beschrijven, ’en toen ontmoetten zij elkaar in een motel’. In mijn boek beschrijf ik wel gesprekken maar die zijn tamelijk to the point.”

Wat is het geheim van een goed politiek boek?

„In goede politieke boeken moet je tussen de regels door kunnen lezen. Zo heb ik erg genoten van het boek ’Mensenwerk’ van Ruud Koole, over zijn tijd als partijvoorzitter van de PvdA. Daarin beschrijft hij heel mooi de spanningsrelatie met Wouter Bos, over wie hij geen onvertogen woord laat vallen maar tussen de regels door lees je toch die spanning. Bos vindt dat de PvdA van hem is, terwijl Koole meende dat Bos er voor de partij was.

„Ik houd erg van biografieën. Als je bijvoorbeeld de biografieën van Blair en Brown tegen elkaar inleest, ontdek je veel dingen. En in het boek van de vrouw van Tony, Cherie Blair, ontdek je vervolgens waarom hij en niet Gordon Brown zich destijds kandideerde toen zijn voorganger als partijleider, John Smith, overleed. Blijkbaar heeft Cherie een grote druk op haar man uitgeoefend, omdat zij Gordon Brown niet geschikt vond. Brown was immers niet getrouwd, dus wat kon zo’n man nou volgens Cherie weten van het leven?”

In uw boek beschrijft u hoe heftig het er soms aan toe kan gaan in de Nederlandse politiek.

„Toen ik uit het kabinet Van Agt-Den Uyl terugkeerde naar de fractie, sisten ze me toe ’jouw tijd is geweest’. Ik hoefde niet meer te rekenen op een goede portefeuille. Daar moet je wel tegen kunnen. Maar ik heb het natuurlijk ook 45 jaar uitgehouden. Tegenwoordig gaan ze na twaalf jaar al terug naar de kinderen. Poeh poeh. Dat is toch wel een lange tijd hoor, jeminee.”

Hoe heeft u dat volgehouden?

„Om te beginnen moet je een echte vergadertijger zijn. Negentig procent van de tijd ben je daarmee bezig, dus je moet flink wat zitvlees hebben. En je moet je realiseren dat je grootste vrienden niet in je eigen fractie zitten. Op een gegeven moment ben je volkomen op elkaar uitgekeken... En je hebt elkaar altijd wel wat aangedaan.”

Van Thijn schetst in zijn boek een behoorlijk somber beeld van de huidige parlementaire democratie. Het regent spoeddebatten, er is een permanente lawine aan moties, Tweede Kamerleden kijken niet meer rustig enkele dagen de kat uit de boom maar proberen van uur tot uur hun politieke tegenstanders te overschreeuwen. De ’hysterische’ staat van het land weerspiegelt zich in het parlement. Iedereen roept, niemand luistert, stelt Van Thijn vast bij de huidige turbulentie in Den Haag. En hij schrijft: „De val van het kabinet – en vooral het gedoe er omheen – heeft de verhoudingen in Nederland verder op scherp gezet, en dat op een moment dat het populisme opmarcheert. De vraag is of de negatieve maalstroom waarin het politieke bedrijf verkeert nog te stoppen is.”

Hij signaleert twee grote problemen. De Haagse politici zijn bij de toegenomen vluchtigheid en hun gebrek aan zelfdiscipline veel gezag kwijt geraakt. Daar tegenover staan de kiezers die niet het gevoel hebben dat ze werkelijk invloed hebben op Den Haag. Want, stelt Van Thijn vast, nog altijd heeft de burger door zijn stem voor Tweede Kamerverkiezingen nauwelijks invloed op de kabinetsformatie daarna. En doordat die kabinetsformatie zo vaag blijft en zich achter gesloten deuren afspeelt neemt de boosheid van de ontevreden kiezer alleen maar toe.

Het viel te verwachten, Van Thijn stelt in zijn boek opnieuw een serie stevige wijzigingen in het democratisch bestel voor. Dit keer drie staatkundige vernieuwingen: een door de kiezers gekozen kabinetsformateur die dus minister-president kan worden, een beperkte verandering van het kiesstelsel en een gekozen burgemeester. „Hans van Mierlo, aan wie dit boek is opgedragen, had 44 jaar geleden al gelijk: ons politieke systeem is uitgewoond.”

Een volgend kabinet moet toch allereerst de economische crisis gaan bestrijden? Die nieuwe regering heeft dan toch geen tijd en animo om opnieuw die lastige weg in te slaan van staatkundige vernieuwingen?

„Het één kan niet meer zonder het ander. Er is niet alleen een economische crisis in Nederland, maar ook een politieke crisis. In het huidige bestel missen we politici met het gezag en het kiezersmandaat voor harde ingrepen. Een kabinet kan een meerderheid in het parlement hebben, maar toch geen draagvlak in de samenleving. Kijk maar naar het laatste kabinet Balkenende-Bos. Een volgend kabinet zal de kiezers tenminste uitzicht moeten geven op meer invloed in Den Haag. Want je hebt wel draagvlak in de samenleving nodig wanneer je dertig miljard euro moet gaan bezuinigen.”

mailIcon print |