Het Nationaal Glasmuseum in Leerdam, sinds 1953 gevestigd in de oude villa Prana aan de Linge, zag een mooie kans om uit te breiden toen de buurvilla Lingezigt te koop kwam. Maar hoe maak je van twee bejaarde villa’s een eigentijds glasmuseum?
De kantoren in de ene villa, het museum in de andere? Niet efficiënt en ook een beetje saai, vond architect Peter van Assche. Met loopbruggen tussen de villa’s die tegelijk dienst doen als transparant depot, creëerde hij een spannend nieuw gebouw dat drie keer zo groot is als het oude glasmuseum.
De Leerdammers keken hun ogen uit toen de vier stalen bruggen werden ingehangen tussen de voormalige woning van Petrus Marinus Cochius, de bevlogen directeur van de Leerdamse Glasfabrieken in de eerste decennia van de vorige eeuw, en Lingezigt, de vroegere woning van zijn financieel directeur J. H. O. Bunge. De heren konden niet met elkaar overweg, na vijf jaar verliet Bunge in 1917 de glasfabriek. Zelfs in hun wildste dromen hadden de directeuren niet kunnen verzinnen dat bijna een eeuw later bezoekers via één deur hun villa’s binnengaan.
Er waren wel wat gesprekken nodig, vertelt directeur Arnoud Odding van het Glasmuseum, om duidelijk te maken waarom die hypermoderne loopbruggen zo’n vernuftige oplossing zijn. Ze maken de looproute logisch en helder, zorgen voor lange (45 meter) zichtlijnen en creëren veel extra expositieruimte. In drie van de vier bruggen bestaan de wanden uit glazen vitrines, een transparant depot waarin 9.000 objecten van glas worden getoond. Odding: „Wij zijn het eerste museum in Nederland dat zijn hele collectie doorlopend kan laten zien.”
De open depotbruggen contrasteren sterk met de oude villa’s. Nergens hebben architect Van der Assche en ontwerper Piet Hein Eek, die het interieur heeft gemaakt, die verschillen proberen weg te poetsen. De oude houten vloeren en andere originele details zijn zoveel mogelijk gehandhaafd, ook al zijn de sporen van de tijd er aan af te zien. ’Hardcore authentiek’ noemt Odding dat. Maar bovenal scheelde het handenvol geld. De totale verbouwing, inclusief de aankoop van Lingezigt, kostte vier miljoen euro. De gemeente betaalde daarvan een miljoen; ongehoord veel voor een stadje van 20.000 inwoners.
Leerdam is er veel aan gelegen de faam van glasstad een nieuwe impuls te geven. Na twee bloeiperiodes, de eerste in het interbellum, waarvan Cochius de aanjager was, de tweede in de jaren vijftig en zestig, wil Leerdam zich nu profileren als experimentele glasstad. De fusie in 2007 met de Glasblazerij Leerdam, die nu deel uitmaakt van de museumorganisatie, was een belangrijke stap. Net als in de tijd van Cochius, die ontwerpers als Berlage, Frank Lloyd Wright en Copier de ruimte gaf om te experimenteren, krijgen nu ook tientallen kunstenaars, ontwerpers en glasblazers de vrijheid om te zoeken naar vernieuwingen in de glascultuur. De resultaten zijn in het Glasmuseum te zien én in vijf glazen kassen die zijn neergezet in de grote tuin achter het museum.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.