Noorwegen wil eerst oorzaak en gevolg van de olieramp in de Golf van Mexico in kaart brengen, voordat het besluiten neemt over oliewinning in eigen, kwetsbare gebieden.
’We hebben het over een ramp van Bijbelse Armageddon-dimensies als we een dergelijke olielekkage in Noorwegen meemaken.” Het zouden de woorden van een Noorse anti-olie-lobbyist kunnen zijn, maar hier spreekt milieuminister Erik Solheim, geflankeerd door zijn twee instemmend knikkende collega’s van Visserij en Energie.
Solheim staat voor een volle zaal tijdens een hoorzitting over de toekomst van de Barentsz-zee en de zee rond eilandengroep De Lofoten. Er komt een nieuw beheerplan dat bepaalt óf en waar olie geboord mag worden in deze gebieden.
De ramp in de Golf van Mexico werpt echter haar schaduw over die discussie. De regering wil eerst alle kennis over de Golframp bundelen en analyseren en besluit niet dit najaar, maar pas volgend jaar over het nieuwe beheerplan, zegt Solheim. Olie- en energieminister Terje Riis-Johansen voegt daar aan toe: „Een direct gevolg van het ongeluk is dat het tot nader order niet toegestaan is te boren naar nieuwe oliebronnen in diep water.”
De olieramp aan de andere kant van de wereld, hoe vreselijk de Noren die ook vinden, is een zegen voor hen die strijden tegen de oprukkende olie-industrie. ’Kijk naar de Golf, dat kan hier ook gebeuren,’ zo gaan al weken de vingers van milieu- en visserijlobby waarschuwend omhoog. Tv-beelden van met olie besmeurde natuurgebieden, stervende vogels en werkloze vissers vallen de olielobby zwaar. Een olieramp die ondenkbaar leek, druipt nu dagelijks van het televisiescherm.
„Zou dit ongeluk in Noorwegen zijn gebeurd”, zegt Solheim, „dan zou de hele kust van Bodü tot Tromsü, inclusief Lofoten, VesterÃ¥len en Senja en een gebied tot ver in zee met olie zijn bedekt. Het gaat om een gebied van 200.000 vierkante kilometer, tweederde van het oppervlak van het vasteland van Noorwegen.”
Olie maakt Noorwegen schatrijk, maar leidt ook tot conflicten. Het land heeft de ambitie wereldleider te worden met zeeproducten. Veel nieuwe oliebronnen liggen in of dichtbij belangrijke voortplantingsgebieden van onder meer haring en, zoals bij de Lofoten, kabeljauw. Die archipel staat al geruime tijd op de nominatie om voorgedragen te worden voor de Werelderfgoedlijst van Unesco. Maar uit angst dat er dan niet geboord mag worden, schiet dat proces niet op, tot verdriet van de toeristenbranche.
Oliewinning, zo weten ze ook in Noorwegen, is nooit een duurzame industrie – een bron is ooit leeg, op is op. De visserij levert al eeuwen geld en werk op en dat kan nog eeuwen zo blijven. Moet Noorwegen dat op het spel zetten?
De inkomsten uit visserij en aquacultuur, hoe groot die ook zijn, steken echter schril af bij de inkomsten uit olie. Door schaalvergroting en industrialisering van de visserij verdwijnen steeds meer vissers van het water, en daarmee arbeidsplaatsen op de wal. Op zoek naar nieuwe banen heeft menig burgemeester langs de kust zijn hoop gevestigd op de olie-industrie. Jongste cijfers laten echter zien dat het aantal nieuwe banen voor een archipel als de Lofoten zal tegenvallen, terwijl bij een serieuze olielozing vermoedelijk zeer negatieve heeft op zowel de visserij als het toerisme.
Voorstanders van oliewinning beweren dat de industrie in Noorwegen volgens de strengste eisen en nieuwste inzichten werkt en dat het risico op een milieuramp minimaal is. Maar BP, dat nu de Golf van Mexico vervuilt, is bepaald geen achterlijk bedrijf. stelt Solheim vast. „BP is een van de meest gerenommeerde oliemaatschappijen van de wereld en de VS de meest geavanceerde industrie-staat.”
Net als de Amerikanen, zullen ook de Noren machteloos staan bij een grote olieramp. Lang klopten Noren zich op de borst voorop te lopen met oliebestrijdingsmiddelen, maar staatsomroep NRK prikte die luchtballon vorig jaar lek met een onthutsende reportage. Met de huidige stand van de techniek kunnen rampbestrijders weinig uitrichten bij golven hoger dan twee tot drie meter en bij meer dan windkracht 4 – dat is kalm weer boven de poolcirkel.
De oliebranche probeerde weliswaar korte metten te maken met die reportage, maar dat heeft niet iedereen gerustgesteld. Veel nieuwe olievelden liggen bovendien op korte afstand van de kust en van grote vogelkolonies, waardoor reddingswerkers al snel te laat kunnen komen. Momenteel wordt bekeken of veertig visserboten in het hoge noorden ingezet kunnen worden bij oliebestrijding. Zelfs veerdiensten en de cruiseschepen van de cruisemaatschappij Hurtigruten worden in dit verhaal betrokken.
We hoeven echter niet te wachten op een ramp, het olieboren berokkent ook zonder lekkage schade aan het zeemilieu, claimt het Havforskningsinstituttet, het Noorse instituut voor zeeonderzoek. Met boorgruis en -water komen chemicaliën in zee. Welke uitwerking die hebben op vissen, is nog niet helemaal duidelijk. Boorgruis beïnvloedt bovendien de bodemstructuur waardoor belangrijke paaigebieden van vissen voorgoed kunnen veranderen. Seismisch onderzoek dat nodig is om oliebronnen in kaart te brengen, doodt vissenlarven en jaagt volwassen vis weg.
Uit voorzorg zou in kwetsbare gebieden helemaal niet naar olie gezocht moeten worden, meent het instituut. Maar die oproep vindt niet altijd gehoor. Onlangs stemde de regering in met proefboringen in een gebied dat op nog geen twee kilometer afstand ligt van een groot en kwetsbaar koraalrif en dat ook dichtbij het belangrijkste paaigebied van haring ligt.
Noorwegen maakt nu dus even een pas op de plaats, maar het is uitgesloten dat het land zijn oliebronnen onberoerd zal laten. De politiek is verdeeld, maar Noorwegen kan de olie-miljarden niet missen.
De bezorgde minister Solheim komt uit het kleine Sosialistisk Venstre (SV), een partij die kritisch over olieboren is. Hij zit samen met nog zo’n kritische dwerg (Senterpartiet, SP) in een regering met een oppermachtig grote Arbeiderpartiet (Ap) die neigt naar boren. De Ap weet zich bij een keuze vóór olie in ieder geval gesteund door een grote rechtse vertegenwoordiging in het parlement.
Politieke commentatoren verwachten daarom dat de regeringspartijen op zoek gaan naar compromissen waarbij het ene kwetsbare gebied voor het andere wordt uitgeruild en elke partij zijn triomfje kan vieren. De Lofoten als Werelderfgoed zou goed op het cv van het Sosialistisk Venstre staan, maar daarmee zijn de haringen in het zuiden niet gered.
Dankzij het drama in de Golf van Mexico valt er nu voor de Noorse anti-olielobby misschien iets te winnen, maar de vraag is voor hoelang. De oliedorst blijft onverminderd groot en de business levert zoveel op, dat een gokje snel is gewaagd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.