*

 

Een paars kabinet: Opstelten kan PVV en CDA aftroeven

Hans Goslinga − 19/06/10, 00:00

Na de verkiezingen in 2006 stond SP-aanvoerder Jan Marijnissen, de grote winnaar van de verkiezingen, binnen twee weken met lege handen op de keien van het Binnenhof. Hij had zestien zetels gewonnen, zijn partij vertegenwoordigde een zesde van het electoraat, maar meeregeren in een coalitie met CDA en PvdA zat er niet in.

De geschiedenis lijkt zich, in versneld tempo nog wel, te herhalen voor PVV-leider Wilders, de held van deze verkiezingen. Informateur Rosenthal deed er minder dan een week over om te concluderen dat een parlementair meerderheidskabinet van VVD, CDA en PVV niet mogelijk is. Exit Wilders? Dat hoeft nog helemaal niet.

Informateur Hoekstra concludeerde destijds dat de verschillen in visie tussen CDA en SP op een aantal hoofdpunten te groot waren om uitzicht te bieden op een levensvatbare coalitie. Hij trok die conclusie na gesprekken met en tussen de drie betrokken fractieleiders. Door een links-christelijk kabinet kon dus meteen een ferme streep. Het ontbrak simpelweg aan een inhoudelijke basis. Bovendien, niet onbelangrijk, PvdA-aanvoerder Bos liet de SP in die fase al meteen als mogelijke partner vallen. Er was dus noch bij de PvdA, noch bij het CDA een politieke wil om met Marijnissen verder te gaan.

De situatie na de eerste fase van deze formatie vertoont gelijkenis met toen, maar er zijn een paar saillante verschillen.

Informateur Rosenthal deelde de natie afgelopen donderdag mee dat een parlementair meerderheidskabinet van VVD, CDA en PVV niet mogelijk is, maar dat wil allerminst zeggen dat door deze combinatie in wat voor vorm ook een streep kan. De informateur baseerde zijn conclusie hoofdzakelijk op de weigering van CDA-fractieleider Verhagen aan een verkenning van zo’n coalitie mee te doen. Hij heeft dus niet kunnen vaststellen dat het inhoudelijk aan een basis ontbreekt.

Het tweede verschil is dat VVD-leider Rutte de PVV niet als mogelijke partner heeft afgeschreven. Eenvoudig gezegd komt het erop neer dat de rechtse coalitie in de lucht blijft zweven en op enig moment weer kan landen.

In een formatie komt het, meer dan gewoonlijk in de politiek, nauw aan op formuleringen. Het is dus goed in het oor te knopen dat een ‘parlementair meerderheidskabinet’ tussen deze drie partijen niet mogelijk is. Rosenthal herhaalde deze conclusie zelfs twee keer in exact dezelfde bewoordingen.

Het enige wat dan ook kan worden vastgesteld is dat het CDA niet de politieke wil heeft in een normale coalitie met VVD en PVV samen te werken. Verhagen laat de mogelijkheid open in een later stadium te praten over bijvoorbeeld een minderheidskabinet van CDA en VVD, gedoogd door de PVV – ook wel de Deense variant genoemd.

Als tegen die tijd andere mogelijkheden zijn afgevallen, staat hij wat steviger tegenover zijn verdeelde achterban en kan hij met meer gewicht het argument uitspelen dat ‘het land toch geregeerd mot worden’.

De tweede fase kan meer helderheid verschaffen over de intenties van Rutte. Hij heeft dan wel een historische verkiezingsoverwinning geboekt, maar vanwege de nieuwgeschapen verhoudingen verkeert hij in een positie die de Britten omschrijven als between the devil and the deep blue sea.

Duidelijk is dat er ook in zijn partij ernstige bezwaren leven tegen een coalitie met Wilders. Rutte roept wel steeds dat de PVV een ‘normale partij’ is, maar door dat zo uitdrukkelijk te verklaren geeft hij aan dat het niet zo is.

Zelfs als hij de PVV als een normale partij zou beschouwen, is het uiterst moeilijk de programmatische afstanden te overbruggen. Op hoofdzaken als sanering van de overheidsfinanciën, buitenlandse politiek, geloofsvrijheid en gezondheidszorg liggen de programma’s zeer ver uit elkaar. Verhagen heeft daar niet voor niets steeds op gewezen. De PVV is in feite een halve SP, zij het dat zij door gebrek aan geschiedenis en inspraak van leden en door een autoritaire leiding veel wendbaarder is, zoals is gebleken uit het opgeven van het breekpunt over de AOW.

Juist die wendbaarheid, het opportunisme als politiek middel tot machtsvergroting, maakt de gevestigde partijen zo beducht voor de PVV en verklaart waarom de partij nu zoveel omzichtiger wordt benaderd dan de SP in 2006.

In dat licht wordt het meteen begrijpelijker waarom Rutte ook niet lichtvaardig kan kiezen voor een coalitie met PvdA, D66 en GroenLinks. Getalsmatig biedt deze combinatie met 81 zetels een steviger basis in het parlement. Bestaande uit drie winnaars (samen 19 zetels) en een kleine verliezer (drie zetels) doet zij bovendien meer recht aan de verkiezingsuitslag dan de rechtse combinatie. De inhoudelijke verschillen zijn overbrugbaar. Maar daar is nog niet alles mee gezegd.

De weerstanden in de VVD zijn vooral van strategische aard, zij het dat Rutte de voorzienbare harde oppositie van de concurrenten PVV en CDA op punten als integratie en veiligheid veel wind uit de zeilen kan nemen door partijvoorzitter en oud-burgemeester van Rotterdam Ivo Opstelten als minister-president en crimefighter Fred Teeven als minister van binnenlandse zaken of justitie naar voren te schuiven. Wat Opstelten met zijn burgemeester Dikkerdak-uitstraling in het multi-etnische Rotterdam voor elkaar heeft gekregen na de Fortuyn-revolte in 2002, kan model staan voor een kabinetsbeleid onder zijn leiding.

De komende dagen zal blijken of Mark Rutte dat aandurft. Kiest hij, dan vestigt hij zijn leiderschap. Gaat hij een keuze uit de weg, dan wordt hij een speelbal van andere krachten.

mailIcon print |