Bossen mogen niet worden omgehakt om er gewassen te planten voor biobrandstof, zoals oliepalmen. Biobrandstof van zulke landbouwgebieden zal niet het etiket ’duurzaam’ krijgen.
Dat heeft de Europese Commissie gisteren bekendgemaakt. In de Europese Unie moet in 2020 tien procent van de brandstof voor het wegverkeer afkomstig zijn van plantaardige grondstoffen, zo hebben de landen afgesproken. De commissie stelt nu nieuwe eisen aan de afkomst van de alternatieven voor benzine en diesel. Volgens eurocommissaris Oettinger ’de strengste ter wereld’. Ze mogen niet afkomstig zijn uit tropische bossen, pas ontboste gebieden, beschermde natuurgebieden en waterrijke of veengebieden. De commissie komt met de nieuwe richtlijn tegemoet aan de kritiek van onder meer natuurorganisaties op het duurzame gehalte van biobrandstof.
Alleen biobrandstof met het predikaat ’duurzaam’ telt voortaan mee om het afgesproken doel in 2020 te halen. Ook verbiedt de commissie EU-landen om subsidie te geven voor het gebruik van niet-duurzame biobrandstof. Brussel gaat niet zelf een controlesysteem opzetten om de duurzaamheid van biobrandstof te bepalen. In de afzonderlijke landen moeten regelingen worden opgesteld, die vervolgens voor goedkeuring naar Brussel moeten. Er komen onafhankelijke controleurs die de hele productieketen controleren.
Biobrandstof wordt gemaakt van gewassen zoals oliepalmen, koolzaad en suikerriet. Om het afgesproken doel in 2020 te halen is 2 tot 5 miljoen hectare land nodig. Brandstof uit palmolie, de meest omstreden grondstof, is nu goed voor 5 procent van de gebruikte biobrandstof in de EU. Een kwart tot een derde van de in Europa gebruikte biobrandstof komt van buiten de EU.
De transportsector levert 20 procent van de uitstoot van broeikasgassen in de EU. In 2008 was gemiddeld 3,4 procent van de gebruikte brandstof voor voertuigen in de EU afkomstig van plantaardige grondstoffen. In Nederland was dat 3,3 procent. Duitsland was koploper met 6 procent.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.