De pensioenleeftijd gaat omhoog, in eerste instantie naar 66 jaar in 2020. Maar eerder stoppen – bijvoorbeeld in zware beroepen – blijft mogelijk. Werkgevers en vakbonden hebben daarover een akkoord bereikt, waaronder zij vandaag hun handtekeningen zetten.
Betrokkenen maken een vergelijking met het internationaal bewonderde akkoord van Wassenaar uit 1982, waarin werkgevers, bonden en kabinet besloten tot loonmatiging en daarmee de economie uit het slop haalden.
Dat bonden en werkgevers toch weer snel tot elkaar zijn gekomen, is bijzonder. Eind september leidde het ’polderoverleg’ over verhoging van de AOW-leeftijd nog tot een debacle.
Het akkoord stimuleert – financieel – langer doorwerken, maar biedt ook een uitweg uit de heikele discussie over de pensionering van mensen met zwaar werk en laagbetaalden die jong zijn begonnen. De oplossing daarvoor vinden de sociale partners onder meer in een koppeling met de levensverwachting. Ligt deze in een sector of bedrijf lager dan gemiddeld, dan kunnen werknemers en werkgevers afwijken van de zogeheten spilleeftijd. In cao’s en pensioenfondsen, die ook per bedrijfstak of onderneming zijn georganiseerd, moeten daarover aparte afspraken worden gemaakt.
In principe moeten pensioenuitkeringen – en in het verlengde daarvan de AOW – ’welvaartsvast’ worden. Ze stijgen mee met de verdiende lonen, inclusief bonussen en eenmalige uitkeringen. Dat voorkomt dat werknemers die eerder stoppen te ver terugvallen in inkomen. Volgend jaar wordt er volgens bronnen dichtbij de onderhandelaars al een begin gemaakt met nieuwe pensioencontracten die zijn gebaseerd op het nieuwe stelsel. Daarmee pareren ze de kritiek vanuit politieke hoek dat te lang wordt gewacht met hervormingen.
Elke vijf jaar, te beginnen in 2015, houden de sociale partners de afspraken onder de loep en bekijken ze of de pensioenleeftijd verder moet stijgen, naar 67 jaar in 2025. Belangrijke maatstaven zijn daarbij de financiële houdbaarheid van het pensioenstelsel en de verdeling van de lasten tussen jong en oud. Ook weegt mee in hoeverre het lukt ouderen aan de slag te houden. Werkgevers hebben zich aan dat laatste gecommitteerd onder druk van de bonden.
Een belangrijke drijfveer voor het akkoord was de gedeelde trots over het Nederlandse pensioenstelsel, dat internationaal geldt als voorbeeld van een degelijke oudedagsvoorziening. Zowel vakbonden als werkgevers wilden voorkomen dat ’hun’ pensioenfondsen in het verdeelde politieke landschap speelbal werden. Ze gaan ervan uit dat een nieuwe regering niet om een akkoord met zo’n breed draagvlak heen kan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.