*

 

Natuurbeschermers, wees duidelijk over je taak

Stefan Pasma, publicist en oprichter van website Ongerepte-Natuur.nl − 03/06/10, 00:00

Bij het grote publiek is verwarring ontstaan over wat natuur in Nederland eigenlijk is of kan zijn.

  • Konikpaarden in de  Oostvaardersplassen.  (ANP)
    Konikpaarden in de Oostvaardersplassen. (ANP)

Voor het eerst sinds tijden gaat het weer ietsje beter met de natuur in ons land. Vooral met dank aan de jarenlange inzet van Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten, de twee grootste natuurbeschermingsorganisaties. Helaas is het draagvlak voor natuurbescherming bij het publiek kwetsbaar want in de nadagen van afgelopen winter brak er een forse rel uit rond het niet bijvoeren van hongerige grazers in de Oostvaardersplassen.

Dit terwijl beheerder Staatsbosbeheer juist voor het Oostvaardersplassengebied voor de derde opeenvolgende maal het felbegeerde internationale Europese diploma voor excellent natuurbeheer had gekregen. Hoe kon het gebeuren dat deze gewaardeerde en succesvolle natuurbeschermingsorganisaties in de verdediging werden gedrukt? Wat ging er mis?

Eind vorige eeuw experimenteerden Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer voor het eerst met het vanzelf laten ontstaan van natuur. Zo kreeg Staatsbosbeheer een spontane natuurexplosie rond een niet in gebruik genomen industrieterrein, de latere Oostvaardersplassen in Flevoland, min of meer bij toeval in haar schoot geworpen.

Ook was de organisatie succesvol met het meer ruimte geven aan de natuur in combinatie met het creƫren van meer waterveiligheid in het rivierengebied van de Gelderse Poort.

Zusterorganisatie Natuurmonumenten gaf op haar beurt onder meer ruimte aan het ontstaan van natuurbos door in haar bossen te stoppen met houtproductie en gaf het eiland Tiengemeten in het Haringvliet terug aan de natuur.

Het teruggeven aan de natuur en het streven om daarbij zo min mogelijk in te grijpen in de natuur leverde grote successen op. Dieren als de bever, grauwe gans, raaf en de grote zilverreiger, en niet te vergeten de zeearend, keerden terug in onze natuur. Zo heeft de grootste arend van Europa deze lente voor het vijfde opeenvolgde jaar wederom succesvol gebroed in de Oostvaardersplassen.

Bij het grote publiek is er verwarring ontstaan over wat natuur in Nederland eigenlijk is of kan zijn. Het niet bijvoeren van die hulpeloze, hongerige grazers was voor een aantal mensen niet te rijmen met het beeld van het goed verzorgen van de kwetsbare natuur waar beide organisaties door de jaren heen zoveel krediet mee hadden opgebouwd.

Het niet ingrijpen in de natuur was een brug te ver voor een groot deel van de publieke opinie. Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten hebben echter ook zelf bijgedragen aan het ontstaan van deze verwarring; in het ene natuurgebied wordt regelmatig de natuur verzorgd door bijvoorbeeld bloemrijke hooilanden jaarlijks te maaien en in het andere natuurgebied laat men de boel juist lekker doorgroeien. Waarom eigenlijk?

Beide organisaties beheren dus twee typen gebieden die in feite niets met elkaar van doen hebben: aan de ene kant de cultuurlandschappen, zoals landgoederen, heidegebieden en weidevogelgebieden. Zonder goede verzorging van hun beheerders gaan deze museumlandschappen verloren.

Aan de andere kant beheren ze gebieden waar de natuur zoveel mogelijk weer op eigen benen mag gaan staan; natuur die juist niet verzorgd moet worden. Deze natuur, eigenlijk onze enige echte natuur, is de natuur van de grote rivieren, de kust- en zeegebieden, de Veluwe en de grote beekdalen in het oosten en zuiden van het land. Deze natuur die nog tot in de Middeleeuwen in ons land op ruime schaal voorkwam, kan in potentie heel spectaculair zijn met diersoorten als wolf, bruine beer, lynx en eland. Dieren die in de verste verten geen associaties oproepen met paarse heide of weidevogels in het boerenland.

Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten kunnen duidelijkheid scheppen door hun gebieden die niets met natuur van doen hebben zoals weidevogelgebieden en landgoederen over te dragen aan de twaalf provinciale landschappen. Deze regionale organisaties hebben al veel cultuurlandschappen en cultuurgoed in beheer en zijn beter ingebed in de regio zoals het Geldersch Landschap & Geldersche Kasteelen of It Fryske Gea in Friesland.

Op hun beurt zouden de provinciale landschappen hun bezittingen op bijvoorbeeld de Veluwe, langs de grote rivieren en rond de duinen en Waddenzee dan moeten overdragen aan Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten. Wanneer deze organisaties zich richten op hun kernmissie en werk maken van het uitbreiden van gebieden waar de natuur zoveel mogelijk op eigen benen mag staan, gaat de natuur in Nederland nog een zonnige toekomst tegemoet.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />