*

 

Markt gaat de zorg niet liberaliseren

Jeroen den Blijker − 18/05/10, 00:00

Wie vertrouwt de patiënt als het er echt op aankomt? De eigen arts of zijn zorgverzekeraar? Het is een vraag die al een kleine vier jaar de marktwerking in de ziekenhuiszorg frustreert en opnieuw actueel is nu CZ zijn patiënten voor behandelingen – liesbreuken en maagbanden – naar geselecteerde ziekenhuizen wil sturen.

  • (Jorgen Caris)

De regels van het zorgstelsel zijn eenvoudig. Zorgverzekeraars moeten voor hun klanten zorg inkopen bij ziekenhuizen – variërend van knie- of staaroperatie tot diabeteszorg – en moeten daarbij onderhandelen over prijs en kwaliteit. Dat zou, zo is de gedachte, de zorgkosten beheersbaar maken en ziekenhuis en arts dwingen tot kwaliteit en specialisatie.

Maar vier jaar marktwerking laat een andere praktijk zien. Zorgverzekeraars zijn helemaal niet selectief bij het inkopen van zorg, ze vergoeden elke ziekenhuisfactuur die hen onder ogen komt.

Daarvoor zijn verschillende verklaringen. Wat is bijvoorbeeld goede zorg? Zorg is zo complex en van zoveel factoren afhankelijk – een deskundige arts is heel fijn, maar deskundige verpleging is minstens even belangrijk – dat het opstellen van criteria voor goede zorg een slepend meerjarentraject is geworden.

De resultaten tot nu toe zijn zo ingewikkeld, dat ze voor buitenstaanders lastig zijn te interpreteren of helemaal niet aansluiten bij persoonlijke ervaringen. Ben je als patiënt met gevaarlijk overgewicht het beste af bij een specialist die ten minste vijftig keer per jaar een maagband plaatst, zoals CZ denkt? Of moet je juist kiezen voor een chirurg, die door gebrek aan patiënten het afgelopen jaar slechts veertig keer een maagband plaatste maar met minstens evenveel succes? Een man die bovendien in de persoonlijke omgang meer vertrouwen wekt?

Verzekeraars als CZ maar ook Menzis of Agis proberen deze impasse te doorbreken door geselecteerde zorgaanbieders bij hun verzekerden naar voren te schuiven. Andere verzekeraars proberen hun klanten financieel te prikkelen, bijvoorbeeld door het vergoeden van het eigen risico.

Tot grote veranderingen in de patiëntenstroom heeft dat tot nu toe niet geleid. Misschien wel doordat diezelfde verzekeraars ook tweeslachtig opereren: van dwang is geen sprake.

Ook daar zijn verschillende redenen voor aan te wijzen. Zo is het contact met de arts vaak zeer persoonlijk, terwijl dat met de zorgverzekeraar zich beperkt tot weinig meer dan een polisblad en maandelijks een bankafschrift.

De concurrentie onder zorgverzekeraars is bovendien bikkelhard, dus verzekeraars houden hun klanten graag te vriend.

Ondertussen lijden ze aan hetzelfde manco als schade- of levensverzekeraars: ze worden gewantrouwd. De vrees is groot dat zij vooral goedkope zorg inkopen. En dat is slechte zorg, is de gedachte.

Dat zorgverzekeraars hun rol als ’regisseur van de zorg’ tot nu toe gebrekkig spelen, maakt dat de honderd algemene ziekenhuizen in ons land nog steeds vrijwel alle zorg aanbieden. „Dit leidt tot suboptimale kwaliteit en inefficiëntie”, constateert de Boston Consulting Group (BCG), die de kosten daarvan op twee miljard euro schat. De consultants dringen aan op heldere keuzes van de ziekenhuizen over wat ze wel of niet aanbieden.

Vraag is welke ziekenhuisbestuurder zo gek is hierover de strijd aan te gaan met zijn medische staf; zijn positie op de werkvloer is vaak toch al zo zwak.

Tegelijk wachten de zorgsector nieuwe miljardenbezuinigingen.

Het rapport van BCG leest dan ook als een invitatie aan de politiek: in één klap twee miljard bezuinigen en een imperfectie van de markt oplossen; welke minister van volksgezondheid zou dat niet willen?

mailIcon print |