*

 

Spoorstaven van vijftig graden: aan de hoge kant

Alwin Kuiken − 10/07/10, 00:00

Aan de overkant van de spoorbrug over de Maas zorgt warme lucht voor een trillende horizon. In de verte worden de contouren van een stoptrein zichtbaar.

  • Medewerkers van ProRail voeren metingen uit aan het spoor bij Hedel in Brabant. (FOTO KOEN VERHEIJDEN)

„Een stoppertje!”, roept veiligheidsman Ranco Selker (34). Hij spreekt het uit als aanvalluuuh!.

Als het kwik in de schaduw boven de 25 graden stijgt, controleert ProRail tussen de denderende treinen door het spoor. Dat kan kromtrekken bij hoge temperaturen. In 2006 leidde dat tot twee ontsporingen. Gisteren was de Maasbrug vlakbij Hedel (Br.) het toneel van zo’n spoorschouw.

„Treintje, jongens.”

Binnen tien seconden raast een intercity met een snelheid van 140 kilometer per uur langszij. Het is de taak van Selker om te waarschuwen als een trein nadert. Hiervoor houdt hij contact met de meldkamer in Eindhoven. „Ik doe dit werk al vijftien jaar. Het wordt toch je tweede natuur. Ik hoor een spoorovergang op drie kilometer afstand”, zegt hij.

Als de intercity uit het zicht is verdwenen, is het aan collega Mari Hooijmans (54) om de temperatuur van de spoorstaven te meten. Die is met vijftig graden aan de hoge kant. „Dan helpt een koel briesje niet. Vroeger spoot de brandweer het spoor nog wel eens nat, maar dat doen ze tegenwoordig niet meer. Te omslachtig”, zegt hij.

„Je kunt er een eitje op bakken”, werpen een paar collega’s Hooijmans voor de voeten. „Nee, dat hebben we nog nooit geprobeerd”, lacht hij. „Niet zo smakelijk als je bedenkt wat er allemaal op het spoor valt. En nee, dan gaat het niet om vogelpoep.”

Als een derde trein in de richting van Den Bosch verdwijnt, is het tijd om de tussenruimte in een schuine lasnaad in het spoor te meten. Die zogeheten compensatielas biedt speling, zodat het spoor kan uitzetten en krimpen. Overal in het spoor waar vaste delen, zoals een brug, het spoor onderbreken, zitten die naden. ProRail hoeft hierdoor niet het volledige spoor (2800 km) te controleren als de temperatuur stijgt.

Hooijmans haalt behendig een houten duimstok uit zijn achterzak. „Lowtech inderdaad, maar het werkt prima. En we worden niet betaald om daarover na te denken”, lacht hij. Hij meet 7,5 centimeter speling, ruim boven het voorgeschreven minimum van vijf centimeter. „Als we daaronder zitten, kunnen we het spoor in één richting, of helemaal sluiten”, legt hij uit. ProRail heeft dit jaar nog geen spoor buiten dienst genomen om die reden.

„Treintjuuuh”, klinkt het weer.

„Normaal gebruiken we een luchthoorn als er een trein aankomt. Best een duur ding”, zegt Selker. Hij wijst naar het glimmende voorwerp dat om zijn nek hangt. „Maar daar zit zand in.”

mailIcon print |