*

 

De publieke omroep houdt zijn hart vast

Romana Abels − 08/06/10, 00:00

Niet de 150 Kamerleden, maar de bijna 4 miljoen leden van de omroepverenigingen mogen zeggen welke programma’s worden uitgezonden, aldus omroepbaas Hagoort. Maar politieke partijen willen dat de ’publieken’ meer doen aan cultuur en educatie, en vragen zich af of voetbal wat minder kan.

  • VVD, PVV, GroenLinks en D66 willen dat omroepen meer doen aan kunst en cultuur. (ANP)
    VVD, PVV, GroenLinks en D66 willen dat omroepen meer doen aan kunst en cultuur. (ANP)

Het moet een vreemde gewaarwording zijn geweest voor Henk Hagoort, voorzitter van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO). In januari nog gold hij als de meest vooruitstrevende persoon van Hilversum, toen hij in zijn nieuwjaarstoespraak had aangekondigd dat het aantal omroepen wat hem betreft in 2015 zou zijn geslonken, van 24 naar 15 stuks. Dat zou de versnippering van Hilversum tegengaan en ruimte maken voor nieuw bloed. De afslankingsoperatie was al kortgesloten met de omroepen, die gingen nadenken over fusiemogelijkheden. Ronald Plasterk, toen nog minister, zou nog voor de zomer een plan gereed hebben, waarmee het Nederlandse publieke bestel ook na 2015 toekomstbestendig zou zijn.

Toen, in januari van dit jaar, maakte Hagoort duidelijk: niet de politiek zit aan het stuur, maar de omroepen zelf. De politiek gaat alleen over de financiering en de inrichting van het bestel, niet over de programma-inhoud. Hagoort in zijn nieuwsjaarstoespraak: „Nederlandse politici lijken zich steeds minder te realiseren dat de publieke omroep geen politiek eigendom is. De publieke omroep is van de burgers, niet van de staat. Niet 150 Kamerleden, maar bijna vier miljoen leden van de omroepverenigingen mogen zeggen wat hun omroepen uitzenden. Gelukkig lopen alle incidenten in Den Haag met een sisser af, juist omdat omroepen in ons bestel autonoom zijn.”

Toen wel. Maar is dat nu nog zo? Sindsdien viel het kabinet. Er kwam een financiële crisis. En nu, een paar weken voor die toekomstverkenning van de in februari afgetreden Plasterk het daglicht zal zien, blijken alle politieke partijen het anders te willen. De één wil minder zenders, de ander minder omroepen, de derde een minder breed aanbod. De vraag is wat er zal overblijven van de belofte van Plasterk dat Den Haag kiest voor een „brede publieke omroep die midden in de samenleving staat. Niet voor een smalle die doet wat de commerciële partijen niet zouden kunnen doen.”

Er zijn wel wat probleempjes rond de publieke omroep. Het bestel is nauwelijks veranderd, het medialandschap wel. Is het Nederlandse, oorspronkelijk verzuilde systeem, met omroepverenigingen en leden, wel houdbaar? Hoe zal het in de toekomst gaan, als door de opkomst van de digitale televisie kijkers steeds vaker hun eigen media-aanbod zullen samenstellen?

De publieke omroep heeft eerdere beproevingen, zoals de komst van de commerciële zenders, doorstaan. Sinds in 2006 een nieuwe zenderindeling is ingevoerd, gaat het beter met de kijkcijfers en groeit het marktaandeel van de publieke omroep. Publieksnet Nederland 1 is zelfs weer marktleider.

Dat is één van de redenen waarom de omroepen begin dit jaar nog dachten dat ze op koers lagen. Een koers die zou leiden tot schaalvergrotingen en fusies, maar niet tot enorme wijzigingen in het media-aanbod. Tot de eerste concept-partijprogramma’s verschenen.

Het eerste, dat van D66, deed de Hilversumse gemoederen behoorlijk hoog oplopen. Tweehonderd miljoen, stond er in dat concept, moesten de omroepen gaan besparen. Iets minder dan een derde van het huidige budget van 700 miljoen. De Wereldomroep, goed voor 46 miljoen, kon verdwijnen. D66 paste het bedrag in het definitieve programma aan naar 100 miljoen. Maar toch.

Na de eerste openbare, verhitte discussies over het D66-programma bleef het stil in Hilversum. Ook toen bleek dat D66 niet de enige partij was die fors wilde snoeien. De één wil wat meer dan de ander, maar alle partijen vinden dat het wel minder kan. PVV, VVD, GroenLinks en D66 vinden dat de publieke omroep zijn profiel moet aanscherpen en meer moet doen aan kwaliteitsdrama, kunst, cultuur, diepgravende journalistiek en educatie. Zij zetten vraagtekens bij het verwerven van (dure) uitzendrechten van voetbalwedstrijden. Zoals D66 zegt: „Nu betaalt de publieke omroep in feite mee aan de salarissen van internationale topvoetballers en ligt de nadruk te veel op vermaak”. En naast D66 willen ook SP, ChristenUnie en TON korten op de Wereldomroep. De hoop van Hilversum is gevestigd op PvdA, CDA en de ChristenUnie. Koen Becking, directeur van de KRO en zelf VVD-lid, stuurde zijn leden zelfs een brief waarin hij hen oproept niet op PVV of GroenLinks te stemmen, vanwege hun plannen met de omroep.

Hagoort maakt er in de media weinig woorden aan vuil. Volgens zijn woordvoerder laat hij de campagne aan de politici, maar in het Financieele Dagblad heeft de omroepvoorzitter begin mei gezegd wat hij ervan vindt: Symboolpolitiek. „Oude afrekeningen. Sentiment. Het zijn verkapte stellingnames over waar de publieke omroep toe dient. Ik wil het realisme terug in de discussie.”

Dat houdt volgens Hagoort in dat het programma-aanbod buiten schot blijft. „Wat ik wil voorkomen is dat er vanuit Den Haag ondoordacht een greep in de programmering wordt gedaan. Ten koste van mijn buren en de mensen in mijn straat, die genieten van onze programma’s en nergens zeggen dat ze die willen missen. Het is een illusie dat je hier tientallen miljoenen kunt halen zonder dat je de programmering raakt. Vraag het normale van ons: kijk nog eens goed naar je efficiency, kun je niet meer samenwerken, meer samen inkopen, ergens fuseren, zijn de indirecte kosten op orde? Dat mag iemand komen uitzoeken. Hoeveel dat gaat opleveren, ga ik niet zeggen. Wat miljoenen.”

Volgens Hagoort kost de omroep veel minder dan de meeste mensen denken. Om dat te veranderen, pleitte hij eerder dit jaar voor de terugkeer van het kijk- en luistergeld. „Dan krijgt de publieke omroep zijn geld direct van de burger en is hij niet langer de speelbal van de politiek.” Voor de burger zou het voordeel zijn dat daarmee zichtbaar wordt dat het Nederlandse systeem ongeveer vijftig euro per inwoner kost. „Veel en veel minder dan in andere westerse landen”, zegt de woordvoerder van de NPO.

Deze maand nog zal bij het ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschappen de ’toekomstverkenning publieke omroep’ verschijnen. Het is de vraag of die in een la verdwijnt, of leidend zal zijn voor de toekomst van Hilversum.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />