*

 

Ware rentmeester kiest voor een duurzame toekomst

Ruud Lubbers, oud-premier − 08/06/10, 00:00

Een nieuwe coalitie moet investeren in een duurzame economie. Dat komt ook de overheidsfinanciën ten goede.

  • Energiezuinige woningen in Culemborg. (FOTO WERRY CRONE, TROUW)

Te midden van alle verkiezingsgeweld is het goed aandacht te vragen voor de hoofdzaak. Die ligt bij twee thema’s: het op orde brengen van de overheidsfinanciën en een doorbraak maken naar een CO2-arme economie. En de combinatie daarvan. Want gezondere overheidsfinanciën en een duurzamere economie hangen onvermijdelijk met elkaar samen.

De doorbraak naar een moderne CO2-arme economie kan bereikt worden door in het coalitieoverleg overeen te komen dat de CO2-uitstoot een prijs krijgt, en wel een veel hogere dan nu het geval is. Dat is conform het beginsel ’de vervuiler betaalt’. Het mes snijdt dan aan twee kanten. Producenten en consumenten zullen vanwege die prijs CO2-armer produceren en consumeren.

CO2-uitstoot dus als kostenpost. Als we uitgaan van een prijs van 50 euro per ton CO2, dan praten we meteen over een miljardenbedrag. Op dit ogenblik wordt in Nederland per jaar ongeveer 200 miljoen ton CO2 (of het equivalent daarvan) uitgestoten, wat een bedrag oplevert van 10 miljard euro.

Maar Nederlandse ondernemingen mogen niet in een nadelige positie komen ten opzichte van hun buitenlandse concurrenten – het zogeheten level playing field argument. Er zullen tijdelijk uitzonderingen gemaakt moeten worden. Als we die op 25 procent van het totaalbedrag (van 10 miljard euro) stellen, praten we nog steeds over 7,5 miljard.

Het overgrote deel daarvan moet aan de burger teruggegeven worden krachtens het adagium ’geen lastenverzwaring’. Een klein deel kan echter bestemd worden om de overgang naar CO2-arme technologieën te stimuleren. Als we daar 15 procent voor nemen, dan komt dat neer op ruim 1 miljard euro ter bevordering van duurzame technologieën en toepassing daarvan. De overige 6,5 miljard euro moet teruggaan naar de burger als lastenverlichting in de vorm van minder btw of anderszins.

Het effect van 50 euro per ton CO2 in de prijzen wordt zo goeddeels gecompenseerd.

Nederland kent sinds 2008 de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE). Die regeling voldoet echter niet, omdat zij te veel uitgaat van een statische exploitatiesituatie. Dat moet en kan beter. Ik stel voor de huidige stimuleringsregeling te vervangen door een nieuw in te voeren Energie Ontwikkelingsinvestering (EOI). Die moet minder gericht zijn op exploitatie en meer op innovatie, ontwikkeling van technologie en economische haalbaarheid, waardoor duurzame initiatieven meer toekomstbestendig zijn.

Dit sluit aan bij het streven om een meer kennisintensieve industrie op te bouwen, uitgaande van reeds bestaande kennis van gas, CO2-afvang en -opslag (CCS), nucleaire energie en zon.

De hierboven genoemde 1 miljard euro om duurzame technologieën te stimuleren zou ingezet moeten worden voor zo’n nieuwe stimuleringsmaatregel. Het is belangrijk te benadrukken dat het niet moet gaan om het geven van prioriteit aan één soort energie, maar om een keuze voor een energiemix. Daarbij bepleit ik twee uitgangspunten. Allereerst dat op centraal niveau zo min mogelijk barrières worden opgeworpen voor welke vorm van energieopwekking ook. En voorts dat de keuzes liggen bij individuele bedrijven, die daarbij scherp kijken naar aanwezige kennis en draagvlak in de regio.

Zo bereiken we plussen aan drie kanten. Ons land zal CO2-armer gaan produceren en consumeren, én het zal tot nieuwe banen leiden, werkgelegenheid dus, die ook nog van een interessant kennisniveau zullen zijn. Dat biedt voor de betrokken bedrijven ook tal van exportmogelijkheden. Ons land zal meer voorop lopen en die kennis exporteren. Het zijn tevens drie punten die leiden tot gezondere overheidsfinanciën.

In het coalitieoverleg na de verkiezingen zullen partijen – ik denk met name ook aan D66 en GroenLinks – kunnen voortbouwen op de keus van de Europese Unie voor een systeem waarbij de emissierechten geveild gaan worden.

Maar op de weg naar een volgroeid emissierechtensysteem om het principe van ’de vervuiler betaalt’ inhoud te geven, is er ook niets mis met wat Noorwegen doet, namelijk een CO2-belasting. In dat coalitieoverleg moet natuurlijk gekozen worden welk deel – het grootste deel dus! – weer teruggegeven wordt aan de burger door lagere belastingen elders; en welk deel – het kleinste deel – aangewend wordt voor de hierboven bepleite energie-ontwikkelingsinvestering .

Rentmeesterschap is een klassieke Nederlandse deugd, vooral bekend bij christen-democraten. Maar het ziet ernaar uit dat ook partijen als D66 en GroenLinks bereid zijn zich in te zetten zowel voor hervormingen in de overheidsfinanciën (financieel rentmeesterschap) als voor een generatiebestendig energie- en klimaatbeleid.

Zo kunnen CDA, D66 en GroenLinks samen gaan voor een ’dubbel rentmeesterschap’.

mailIcon print |