*

 

Een politiek verdeeld landschap

Lex Oomkes − 08/06/10, 00:00

Nederland kiest morgen een nieuwe Tweede Kamer, en zegt daarmee ook iets over de gewenste coalitie. Vandaag in Trouw de laatste uitkomsten van Kieskompas. Het politieke landschap is verdeeld. Veel linkse kiezers twijfelen nog. Op rechts lijkt de race gelopen.

  • (Trouw)

Nederlandse kiezers zijn, grosso modo, gematigde mensen. Slechts weinigen, of ze nu links of rechts zijn, nemen extreme posities in. De meesten komen vaak dicht bij het politieke centrum uit.

Dat blijkt uit een analyse van de keuzes van de mensen die de internet-stemhulp Kieskompas hebben ingevuld. Net als bij de verkiezingen van 2006 zijn hun posities in het politieke landschap in kaart gebracht.

Bij dertig stellingen over actuele politieke onderwerpen werd het antwoord van de politieke partijen en van de invullers van Kieskompas uitgezet langs twee assen: van links tot rechts voor de economische en sociaal-economische onderwerpen en van conservatief tot progressief voor meer immateriële kwesties.

Dat levert een twee-dimensionale kaart op. Als de posities van Kieskompasinvullers die overeenkomen bij elkaar worden opgeteld, krijgt de kaart drie dimensies. Er ontstaat een heuvellandschap: hoe meer kiezers bij een bepaald punt uitkomen, hoe hoger de heuvel.

Uit het landschap valt de conclusie te trekken dat er niet alleen bij partijen kennelijk een verband is tussen het karakter van de standpunten rond economische en de aard van de opvattingen over niet-economische onderwerpen. Is een partij links op economisch terrein, dan is die partij ook progressiever. En des te rechtser de partij is op economisch terrein, des te groter is de kans op conservatieve standpunten.

Dat geldt ook voor de kiezers die op die partijen stemmen. Op de kaart is goed te zien dat kiezers vooral uitkomen in de links-progressieve en rechts-conservatieve kwadranten. Economisch linkse opvattingen gaan vaak samen met progressieve waardenoriëntaties. Economisch rechtse kiezers daarentegen hebben een conservatievere kijk op de samenleving. De combinaties rechts/progressief en links/conservatief komen veel minder vaak voor.

De twee uitzonderingen zijn D66 en de ChristenUnie. Vooral D66 heeft een electoraal interessante positie. Direct wordt duidelijk waarom D66 voor zoveel kiezers het redelijke alternatief is als ze om een of andere reden toch geen stem zouden uitbrengen op een politieke partij die dichterbij staat. De democraten bevinden zich in het landschap niet al te ver van grote groepen linkse kiezers die zij vooral kunnen aanspreken met hun progressieve punten. Tegelijkertijd is de afstand tot het rechtse electoraat op economisch terrein ook niet al te groot.

Net als in 2006 toont het landschap hoge heuvels kiezers in de buurt van de ChristenUnie. Maar een grote doorbraak zit er niet in voor deze partij. De ChristenUnie heeft een aantal standpunten die onverteerbaar zijn voor linkse kiezers, vooral op het morele vlak.

De hoogste heuvels bevinden zich vooral rond het midden en in het links-progressieve kwadrant. Vreemd genoeg staan links-progressieve kiezers veel minder dicht bij de positie van partijen dan in 2006. Dit kan een mogelijke verklaring zijn waarom nog zo veel linkse kiezers twijfelen. Veel kiezers hebben een vergelijkbare afstand tot GroenLinks, SP en PvdA. Deze links-progressieve kiezers staan voor de machtsvraag: maken zij de PvdA groot in een volgend kabinet of kiezen ze voor het linksere alternatief van de SP of de meer groen-progressieve optie van GroenLinks.

Waar de hoge bergen links-progressief georiënteerde kiezers heen bewegen in de laatste dagen is alles bepalend voor de coalitievorming. Op rechts is de race gelopen na opgave van het CDA. Op links is er voor drie partijen nog een enorme groeipotentie.

mailIcon print |