De Eerlijke Bankwijzer toont hoeveel banken investeren in duurzame elektriciteit. Het had allemaal wel wat scherper gemogen, vinden critici. „Partijen houden elkaar in een wurggreep.”
Pieter Winsemius windt er geen doekjes om. De Eerlijke Bankwijzer – en de milieubeweging in het algemeen – is te lief en het mag allemaal wel wat harder. De Eerlijke Bankwijzer kan volgens de voormalig minister van milieu een nuttige rol spelen. „Het instrument werkt heel goed in het boven water krijgen van informatie over investeringen die banken doen in energieprojecten. Maar de initiatiefnemers mogen wat mij betreft vaker een waardeoordeel vellen. Stel lijstjes op en draag uit welke bank heel slecht scoort als het gaat om duurzaamheid. Op die manier beweeg je banken om daadwerkelijk iets te veranderen.”
Deze week presenteerde de Eerlijke Bankwijzer, een initiatief van onder meer de niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) Oxfam Novib en Milieudefensie, het langverwachte onderzoek naar de investeringen van banken in duurzame elektriciteit. Ruim een half jaar later dan oorspronkelijk gepland. Het onderzoek moest verschijnen aan de vooravond van de klimaattop in Kopenhagen. Op die manier wilden banken laten zien dat ook zij hun steentje zouden bijdragen aan het opstellen van een internationaal klimaatbeleid. Het liep anders. Banken en de Eerlijke Bankwijzer konden het niet eens worden over de onderzoeksopzet. Duurzame energie was volgens de banken een te breed begrip. Het onderzoek werd uitgesteld en de banken stelden als alternatief een verklaring op waarin ze hun steun betuigden aan de klimaattop en politici opriepen ferme stappen te zetten in het klimaatdossier.
Uiteindelijk kwamen banken en de Eerlijke Bankwijzer met elkaar overeen dat het onderzoek beperkt zou blijven tot investeringen in duurzame elektriciteit. ING scoort niet goed. Van alle investeringen die de bank de afgelopen drie jaar deed, ging driekwart naar niet-duurzame elektriciteit. Triodos en ASN Bank kwamen als beste uit de bus, en ook Rabobank deed het goed. Volgens de Eerlijke Bankwijzer moeten banken de komende jaren meer investeren in duurzame elektriciteitsopwekking om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Het zou 65 procent van hun investeringsbudget moeten worden. „Nederlandse banken scoren op dit moment gemiddeld 47 procent”, zegt Willem Verhaak van Milieudefensie, mede-initiatiefnemer van het onderzoek. „Vooral ING heeft een grote opdracht – zij zitten zwaar in fossiele energie. Maar alle banken hebben de komende jaren veel te doen.”
Volgens Winsemius hoeft dat niet zo’n groot probleem te zijn. „Zeker als het gaat om groene elektriciteit. Daar kunnen alle banken hun steentje aan bijdragen. Bij leningen aan bedrijven kunnen banken best als voorwaarde stellen dat minimaal 30 procent van de elektriciteitsopwekking duurzaam moet zijn. Banken maken momenteel veel te weinig gebruik van die druk.”
Niet alleen banken worden bekritiseerd, ook het onderzoek zelf kent zo zijn beperkingen. „Het zegt namelijk niet veel over het klimaatbeleid van banken in zijn geheel”, zegt Piet Sprengers, hoofd van de afdeling duurzaamheid bij ASN Bank. „Het beperkt zich enkel tot elektriciteit. Dat is belangrijk. Immers, elektriciteitsopwekking is voor 25 procent verantwoordelijk voor onze totale CO2-uitstoot. Maar dat betekent ook dat 75 procent buiten beschouwing is gebleven. Denk aan transport, de chemische industrie, en de landbouw. Prima dat een bank veel investeert in die sectoren, maar laat dan ook zien of en hoe die sector iets doet aan het inperken van CO2. Begrijp me goed; ik ben niet teleurgesteld in het onderzoek. Maar we moeten ons wel realiseren dat slechts een klein deel van de klimaatproblematiek onderzocht is.”
„Het was beter geweest onderzoek te doen naar de gehele energiesector”, zegt Jan Willem van Gelder van onderzoeksbureau Profundo die het onderzoek voor de Eerlijke Bankwijzer heeft opgezet. „Als we ook de olie-, gas- en kolensector hadden meegenomen zou een aantal banken minder goed hebben gescoord. Maar die vergelijking is lastig omdat de banken verschillen in omvang en in activiteiten. We hebben twaalf banken, van een kleine Friesland Bank tot een grootbank als ING, meegenomen in het onderzoek. Moet je die allemaal over één kam scheren?”
Het onderzoek kent nog een aantal beperkingen. Zo vallen het vermogensbeheer en de door de bank beheerde beleggingsfondsen buiten het onderzoek. Bij sommige banken, zoals ING, zijn dit belangrijke activiteiten. Ter illustratie: het onderzoek komt uit op een totaal aan investeringen van 6,15 miljard euro, terwijl alleen ING al een beleggingsportefeuille heeft van ruim 200 miljard. „Maar dat is geen eerlijke vergelijking”, stelt Van Gelder. „De Eerlijke Bankwijzer heeft als opdracht om te onderzoeken wat er gebeurt met het spaargeld van de consument. Daar vallen het vermogensbeheer en de beleggingsportefeuille niet onder. Bovendien krijg je een rare vertekening omdat bijvoorbeeld ING vooral focust op vermogensbeheer, terwijl SNS vooral hypotheken verstrekt.”
„Het onderzoek kent inderdaad zijn beperkingen”, erkent ook Giuseppe van der Helm van de VBDO (Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling). Hij diende lange tijd als bemiddelaar tussen de banken en de Eerlijke Bankwijzer. „Het is goed dat er eindelijk een onderzoek ligt, maar het zou beter zijn geweest als het breder was getrokken. Je kunt je afvragen hoe relevant het is om je enkel te beperken tot groene elektriciteit.”
Van der Helm vindt dat de banken en de Eerlijke Bankwijzer in het onderhandelingsproces hun eigen rol uit het oog hebben verloren. „Ook al zijn banken en ngo’s met elkaar aan het onderhandelen, je moet er altijd voor waken dat je je eigen rol behoudt. Zowel bank als ngo heeft een eigen identiteit en een eigen belang. In dit proces had de Eerlijke Bankwijzer best wat duidelijker mogen maken waar hij voor stond. Er ligt nu een onderzoek waarin de Eerlijke Bankwijzer en de banken compleet op één lijn zitten. Maar daardoor houden ze elkaar ook in een wurggreep: de Eerlijke Bankwijzer is afhankelijk van de informatie van de banken. Die hebben op hun beurt het onderzoek heel beperkt gehouden, ondanks de toezegging dat er geen campagne wordt gevoerd en er geen normering wordt gehanteerd.”
Het is de taak van ngo’s om lawaai te maken, vindt Van der Helm. „Als ngo moet je niet vergeten om campagne te blijven voeren en dat lijkt de Eerlijke Bankwijzer in dit onderzoek te zijn vergeten. Het risico is dat je dan niet alle informatie krijgt waarop je hoopt. Maar dat is niet erg, want ook dat kun je de buitenwereld kenbaar maken.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.