*

 

’Ik lieg me te barsten in dat boek’

Sofie Cerutti − 19/05/10, 00:00

Dichter, journalist en columnist Bernard Dewulf was een van de schrijvers van wie iedereen zeker wist dat hij de Libris Literatuurprijs niet zou krijgen. Maar hij won, met zijn ’Kleine dagen’: een korte en zeer persoonlijke serie columns over zijn gezin.

  • ¿Het beschrijven van geluk ligt heel gevoelig in de literatuur.¿ (FOTO BART VAN DER MOEREN)
    ¿Het beschrijven van geluk ligt heel gevoelig in de literatuur.¿ (FOTO BART VAN DER MOEREN)

Bernard Dewulf was een van die genomineerden voor de Libris Literatuurprijs die bijna niemand echt kende. Niet alle critici waren bovendien te spreken over zijn werk. „Een taal die moet doorgaan voor poëtisch”, schreef NRC Handelsblad. „Onverdraaglijke truttigheid en ijdelheid”, de Volkskrant. Toen zijn novelle ’Korte dagen’ door de jury werd geroemd als ’stilistisch kroonjuweel’ en hij de prijs toch gewonnen bleek te hebben, leek Dewulf even overdonderd als de meeste lezers, literatuurcritici en Librisprijs-followers geweest zullen zijn. „Ik wil de uitgeverij bedanken”, stamelde hij voor de camera’s, vlak na de bekendmaking, afgelopen maandag. „En mijn gezin, omdat ze me aan dit boek hebben laten werken. Vooral op zondag.” Enkele dagen later, in een Antwerps café, is Bernard Dewulf enigszins bekomen.

Vindt u dat er te weinig waardering is voor het soort teksten dat u schrijft: (zeer) korte stukjes, columns, persoonlijke observaties?

„Ik begrijp die reacties gedeeltelijk wel. Het beschrijven van geluk ligt heel gevoelig in de literatuur. Dat komt voort uit een terechte angst voor het sentiment, denk ik. Toch is het heel vreemd dat het volkomen normaal gevonden wordt om als kind over een vader te schrijven – daar gaat de halve wereldliteratuur over – maar niet omgekeerd: om als vader een kind te beschrijven. Dat is een literaire conventie die in feite onbegrijpelijk is.

Is het een genoegdoening, om de Librisprijs nu te winnen?

„Nee, dat geloof ik niet. Ik vind het heel prettig dat mijn boek gewaardeerd wordt – en kennelijk niet alleen omdat het herkenbaar is, maar ook om de stilistische kwaliteiten. De prijs genereert natuurlijk ook belangstelling voor mijn andere werk. Maar genoegdoening is dat niet. Het is ook niet zo, dat mijn werk hiervoor niet gewaardeerd werd.”

De Volkskrant schreef: „Een zoetigheidsgraad die het glazuur van je gebit doet springen.”

„De Volkskrant en NRC waren negatief over de nominatie en uitverkiezing van mijn boek, dat is waar. Maar de recensie van ’Kleine dagen’, anderhalve maand geleden in NRC, was wél heel positief. Ook De Telegraaf, Het Financieele Dagblad, het Algemeen Dagblad en andere kranten waren lovend.

De critici die zo negatief waren, hebben het boek niet gelezen. Daar durf ik mijn kop onder te verwedden. Ze zien de ironie niet, ze zien niet dat er eindeloos is geschaafd aan de volgorde, de overgangen. Dat het geen columns zijn, maar een zorgvuldig gecomponeerd geheel.”

’Kleine dagen’ is samengesteld uit columns die eerder in De Morgen zijn gepubliceerd. Op de kaft staat ’novelle’, wat toch suggereert dat het een samenhangend verhaal is, of een korte roman.

„Dat ’novelle’ is enigszins ironisch bedoeld. Het is er ook pas in de derde druk op komen te staan. Er wordt vaak ’roman’ op de kaft van een boek gezet. Waarom doen mensen dat, vraag ik me af? Het is toch een soort waardeoordeel: een roman is iets, meer dan zomaar verhalen of columns. In de literaire kritiek is die hiërarchie eveneens sterk aanwezig, en die wordt weerspiegeld door dat ’roman’ op de kaft.

Dit boek is samengesteld uit de ruim duizend columns die ik voor De Morgen schreef, maar het is geen bundel columns. Ik heb in de eerste plaats natuurlijk geselecteerd, samen met mijn uitgeverij, Atlas. Dat was een hele strenge selectie, waar uiteindelijk enkele tientallen stukken uit naar voren gekomen zijn. Inhoudelijk hangen die samen: ze gaan over mijn gezin, over mijn kinderen. En over tijd.

Natuurlijk heb ik daar vervolgens veel aan veranderd. Columns eindigen vaak met een soort uitsmijter. Dat leest prettig, dat past in het format van een krant, van dat hoekje op de voorpagina. Maar in een boek werkt het juist helemaal niet, daarom heb ik ze er allemaal uitgegooid. Anders valt het niet te lezen.

Omdat ik onderwerpen beschrijf die dicht bij het dagelijks leven staan, herkennen mensen ze gemakkelijk. Daardoor ziet men ook gemakkelijk voorbij aan de ironie, aan de stijlmiddelen. Lezers gaan ervan uit, dat het allemaal uit mijn eigen dagelijks leven komt, dat het puur autobiografisch is. Gedeeltelijk is dat natuurlijk zo. Maar, voor de duidelijkheid: ik lieg me te barsten in dit boek. Minstens de helft heb ik verzonnen, geconstrueerd. Als lezers dat horen, zijn ze daar soms heel ontgoocheld over.”

Maar het is niet zo dat u geen kinderen hebt? En geen vrouw?

„Nou, dat zou eigenlijk ideaal zijn. Op deze manier over kinderen schrijven, terwijl je ze zelf niet hebt. Als je dat kunt, ben je een groot schrijver. Dan kun je ’Madame Bovary’ schrijven, terwijl je zelf een man bent.

U bent begonnen als dichter, schrijft ook essays over kunst, columns, journalistieke stukken. Welk genre bevalt u het best, of zoekt u naar de vorm die het best bij een onderwerp past?

„De manier van werken is in elk geval heel anders. Gedichten, dat is prutsen, eindeloos prutsen. Weken, maanden soms, schaaf en vijl ik aan die teksten. Als columnist had ik om de dag een deadline. Het wonderlijke is, dat de stukjes die ik in mijn laatste wanhoop schreef, als ik om vier uur nog niks had terwijl er om vijf uur iets bij de redactie móest zijn, vaak de beste waren.

Bij poëzie werkt dat niet. Het gevaar is dan ook, dat gedichten blijven liggen. Andere dingen hebben grotere urgentie, moeten af, want de krant verschijnt, of het stuk moet opgevoerd. Het maakt niemand iets uit of een dichtbundel volgend jaar of over drie jaar verschijnt.”

Intussen bent u eigenlijk journalist van uw vak?

„Ik heb in elk geval lang als journalist en columnist voor De Morgen gewerkt. Vorig jaar werd ik ontslagen. Op 15 mei, ’s morgens om tien uur, kreeg ik een telefoontje, dat ik niet terug hoefde te komen.”

Precies een jaar geleden.

„Ja, dat is misschien wel ironisch, dat ik een jaar na dat ontslag zo’n belangrijke prijs win.

Dat ontslag bij De Morgen was ontluisterend.

Ik heb twintig jaar voor die krant gewerkt, als kunstjournalist, als coördinator voor de boekenbijlage, later voor de cultuurbijlage, als hoofdredacteur van het Nieuw Wereldtijdschrift, dat in handen was van de krant, en de laatste jaren als columnist. Twaalf anderen zijn toen met mij ontslagen, en daar waren gelouterde, toonaangevende journalisten bij. Dat heeft heel veel beroering teweeggebracht. Lezers hebben gedemonstreerd voor het redactiegebouw, hebben gezamenlijk mijn laatste column gelezen. Het personeel heeft gestaakt, waardoor de krant een dag niet verschenen is.

Waar het over ging, daar wordt natuurlijk verschillend over gedacht. De officiële reden was de economische malaise: er moest bezuinigd worden. Maar er was ook een diepgaand verschil van mening tussen de hoofdredactie en een aantal redacteuren. Het mondde uit in een oorlog, en wij, de ontslagen medewerkers, zijn als honden behandeld. Sommige collega’s van toen zie ik nog wel. Met anderen spreek ik niet meer.”

Daardoor had u geen vast podium meer, op de voorpagina van een landelijke krant. Maar u schrijft nog wel. Is dat daardoor anders geworden?

„Na mijn ontslag heb ik een tijdje niet geschreven. Nu ben ik parttime dramaturg, voor Nederlands Theater Gent. Daarnaast werk ik weer aan een dichtbundel. Aan korte verhalen. En ik zou heel graag een keer een toneelstuk proberen.

Ik werk graag aan allerlei dingen tegelijk, zelfs door elkaar: verschillende genres binnen één kaft. Zelf lees ik ook het liefst bladerend. Zoals gedichten, of korte verhalen: je slaat het boek open, je leest wat, je slaat het weer dicht. Een volgende keer begin je ergens anders. Zo lees ik een roman ook: ik kan me zelden een verhaal, een plot herinneren.”

U bent een opmerkelijke lezer.

„Dat zegt mijn vrouw ook altijd.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />