*

 

Eind aan de rijk opgetaste dis

Kees de Vré − 18/05/10, 00:00

Onze voedselproductie is geldgedreven, zegt Paul Roberts: wie het kan betalen, eet vlees. Dat kan de wereld niet meer aan. Het moet anders, duurzamer.

  • Pallets met vlees in een vleesverwerkingsfabriek. "Mensen moeten weer betrokken raken bij hun eten , zegt Paul Roberts, "en er respect voor krijgen." (FOTO OTTO SNOEK)

De Amerikaanse wetenschapsjournalist Paul Roberts schreef in 2004 het boek ’The End of Oil’. Zo’n aankondiging is nog te begrijpen, de olie raakt inderdaad op, maar gelukkig voor de mensheid zijn er alternatieven. De titel van zijn laatste boek ’The End of Food’ (2008) klinkt een stuk dreigender. Zonder voedsel is het over.

Roberts was onlangs in Nederland. Komt er gebrek aan eten? Gaan levensmiddelen op de bon? Zullen zaken als vlees en fruit alleen bereikbaar zijn voor de superrijken? Wat wil hij zeggen met zo’n apocalyptische titel?

„We zijn aan het eind gekomen van een periode waarin voedsel in overvloed en in grote variatie aanwezig is. De ketens die dat mogelijk hebben gemaakt lopen tegen hun grenzen aan en brokkelen langzaam af. Ze blijken zeer onduurzaam. Er is iets fundamenteel mis. Te lang is onze voedseleconomie gericht geweest op lage kosten en hoge opbrengsten. Kijk naar de gevolgen. Het vruchtbare land raakt op, het gebruik van kunstmest put de bodem uit, olie als grondstof voor kunstmest en brandstof voor het transport wordt schaarser en duurder, zoetwatervoorraden worden in bepaalde delen van de wereld schaars. Dat wordt des te meer duidelijk nu opkomende landen als China en India aan de poorten van de welvaart rammelen en met hun miljardenbevolking letterlijk een plek aan tafel opeisen.”

Met zo veel mensen aan tafel is een rijk opgetaste dis onmogelijk. Dat kan de wereld niet aan. Roberts: „Neem vlees. Bij een bepaalde welvaart vinden consumenten het gewoon om vlees te gaan eten. Het produceren van dierlijke eiwitten kost echter een veelvoud aan plantaardige eiwitten. Een vleeskoe heeft een Hummer-achtige inefficiëntie. Er komen tot 2050 nog 3 à 4 miljard mensen bij. De vraag naar vlees zal verdrievoudigen. Waar moet al dat graan vandaan komen? Dat moeten we niet laten gebeuren. We moeten ons afvragen hoeveel vlees we duurzaam kunnen produceren in plaats van ervan uit te gaan dat je je vlees kunt veroorloven als je het kunt betalen.”

Om dat voor elkaar te boksen is meer nodig dan wat losse schroeven vastzetten. De grondslagen van de agro-industrie moeten veranderen, vindt Roberts. Landbouw is te veel een verdienmodel geworden. „De voedselketens die ons van eten voorzien zijn te geldgedreven. Dat is overigens niet beperkt tot landbouw alleen. Het hele industriële systeem kent een mentaliteit die leidt tot activiteiten die niet duurzaam zijn. Dat zal dus moeten veranderen.”

Ondanks de inspanningen die sommige bedrijven zich getroosten om hun ketens duurzamer te maken, wil Roberts die veranderingen niet geheel overlaten aan de markt. De overheid zal het voortouw moeten nemen. „Door klimaatverandering en door de groei van de bevolking komt er een periode van schaarste aan. Bij een volledig vrije markt zal de sterkste winnen. Zeker als het gaat om voedsel is dat immoreel. Kijk naar China. Dat is een sterk groeiende economie met een grote bevolking die welvarend aan het worden is. Zij zouden door hun koopkracht en hun omvang de halve wereld kunnen leegkopen om aan eten te komen. Dat moet dus gereguleerd worden.”

Voedselketens moeten dus weer gaan doen waarvoor ze ooit zijn bedoeld: mensen voeden. Roberts pleit daarom voor een gastronomische glasnost. „Mensen moeten weer betrokken raken bij hun eten, er respect voor krijgen en er zich door laten inspireren.” Dat komt in zijn optiek neer op de-industrialisatie van ketens. Hij wil terug naar regionale verbanden. „De band tussen de mens en zijn voedsel moet worden hersteld. Door de globalisering van de ketens is die band doorgeknipt. Dat geeft veel onrust onder consumenten. Overal om je heen zie je daarom verzet. Fysiek en psychisch is de afstand tussen productie en consumptie te groot. Het is niet voor niets dat mensen oplossingen dicht bij huis zoeken.”

Lokaal eten is een belangrijke trend, stelt ook Roberts vast. „Dat geldt eveneens voor biologische voeding. Maar het is een deel van de oplossing. Je kunt niet de hele wereld op deze manier voeden.” Wat dan te doen? „We zullen vele verschillende modellen nodig hebben. Het gaat in de eerste plaats om een andere manier van denken. Als we dat eenmaal doorhebben, gaan we onze blik een slag draaien en beseffen we dat we onze huidige manier van opereren moeten loslaten en duurzaamheid voorop moeten zetten. Dat lukt als de voedingsindustrie de buitenwereld toelaat: maatschappelijke organisaties, consumenten, media. Dan wordt het einde van voeding hopelijk het begin van echte voeding.”

mailIcon print |