*

 

De pijn van Srebrenica kan slechts helen door erkenning en educatie

12/07/10, 00:00

Een ’zuil van schande’ met 16.744 schoenen, daarmee herdachten de Berlijners dit weekeinde de massamoord op de Bosnische moslims. Dat getal is twee keer 8372, het aantal mannen en jongens dat destijds in de omgeving van Srebrenica werd afgemaakt. Het was de ergste daad van volkerenmoord sinds de Tweede Wereldoorlog, en is als zodanig ook bestempeld door het Joegoslaviëtribunaal en het Internationaal Gerechtshof.

Vijftien jaar geleden is het inmiddels, en gisteren vonden ook op het Haagse Binnenhof, in Bosnië en op diverse andere plekken herdenkingen plaats. Het zijn bijeenkomsten met de rauwe randen van nog lang niet verwerkt leed. Tegen Thom Karremans en de leiding van Dutchbat-III, de VN-eenheid die tot taak had de Bosnische moslims in de enclave Srebrenica te beschermen, werd vorige week aangifte gedaan door nabestaanden van slachtoffers. Zij verwijten Dutchbat actief aan de genocide te hebben bijgedragen door de moslims weg te sturen die bij hun basis bescherming zochten.

Hoewel eerdere procedures, ook tegen de Nederlandse staat, juridisch weinig kans maakten vanwege de immuniteit van de VN in militaire missies, is het niet gepast deze pogingen af te doen als vruchteloos. Er ligt een uitspraak van het Joegoslaviëtribunaal dat ook militairen een ’command responsibility’ hebben, die mogelijk gevolgen kan hebben voor toekomstige uitspraken. Bovenal geven de nieuwe procedures aan dat nabestaanden nog steeds hunkeren naar volledige erkenning, naar een Nederlandse ’zuil van schande’. Het is Nederland in hun ogen – ondanks het opstappen van het kabinet na het Srebrenica-onderzoek van het Niod in 2002 – nog altijd niet gelukt hier een ’zuil van spijt’ tegenover te stellen.

Op de Balkan zijn ondertussen hele prille pogingen waarneembaar de recente oorlog, die dorpen en families verscheurde, een plek te geven in de geschiedenisboeken. Het valt toe te juichen dat organisaties als het in Nederland gevestigde Euroclio, zich mede inspannen voor goed geschiedenisonderwijs in Kroatië, Bosnië en Servië. Dat geeft steun aan het proces van wederzijdse erkenning van oorlogsleed, hoe halfhartig soms ook gebracht – neem de erkenning van het bloedbad in Srebrenica door het Servische parlement eerder dit jaar. Het zijn deze inspanningen die ook internationaal alle steun verdienen, omdat zij uiteindelijk verzoening tussen bevolkingsgroepen dichterbij zullen brengen.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />