*

 

Stad in een vallei vol stof

Sybilla Claus − 12/07/10, 00:00

Oelan Bator is wat fijnstof betreft de vuilste stad ter wereld. Naast de traditionele gietijzeren kacheltjes van de armen zorgen ook de files van de nieuwe rijken voor de uitstoot van vervuilende stoffen. Professor Lodoysamba adviseert de Mongoolse overheid in de strijd tegen de luchtvervuiling. „Fijnstof is ons belangrijkste probleem.”

  • Een lentestofstorm in Oelan Bator. 's Winters is het zicht door  fijnstof soms zo slecht dat vliegtuigen niet kunnen landen. ( FOTO EPA)
    Een lentestofstorm in Oelan Bator. 's Winters is het zicht door fijnstof soms zo slecht dat vliegtuigen niet kunnen landen. ( FOTO EPA)
  •  (Trouw)
    (Trouw)

Wie aan Mongolië denkt, ziet groene heuvels voor zich, een eindeloze steppe en heel veel frisse lucht. Dat klopt, maar toch is de hoofdstad Oelan Bator wat fijnstof betreft de vuilste stad ter wereld.

In het centrum profiteren de inwoners van een centraal verwarmingssysteem en koken zij op gasflessen of elektrisch. Maar in de buitenwijken wonen de armere nieuwkomers, die vaak hun ger, de traditionele ronde tent van schapenvilt, hebben meegenomen, met daarin een ouderwets gietijzeren kacheltje. In de lange koude winters gebruiken de nomaden, ook als zij allang stadsbewoner zijn, die kachel om te stoken en koken. Op het land vullen zij hem met droge mest, maar hier in de stad vullen bewoners van 130.000 gers hem met kolen, wat veel roet veroorzaakt.

„En als zij geen geld meer hebben voor kolen, dan stoppen zij er desnoods papier, autobanden, kleren of dode honden in. Dat heb ik nooit zelf gezien hoor, maar dat is wat er verteld wordt”, zegt professor S. Lodoysamba, wiskundige aan de Nationale Universiteit van Mongolië. Hij werkte mee aan een groot onderzoek van de Wereldbank naar luchtvervuiling in Oelan Bator waaraan ook Nederland meebetaalde. „Daarnaast speelt ook verwoestijning een rol. Meer en meer stof wordt in de lente en herfst door het land en ver daarbuiten geblazen. Buiten die stormen komt stof bijvoorbeeld ook met het regenwater van de ongeasfalteerde stoepen op straat, waar autobanden het de lucht in wervelen.”

Tel daarbij op dat Oelan Bator tussen bergen in een vallei ligt. Dat was vroeger heel gunstig in het barre winterklimaat. Inmiddels wonen er al meer inwoners in de hoofdstad dan op het platteland, en nu is die beschermende vallei letterlijk een val geworden: het (fijn)stof kan geen kant op. In de avond neemt de wind af en voorkomt opstijgende warme lucht dat de rook zakt. Alle vuil blijft dus in de lucht hangen. Als het in lente en zomer niet de roetwolken zijn die de meters op tilt doen slaan, dan leiden trouwens de eindeloze files van de nieuwe rijken wel tot een teveel aan uitstoot van vervuilende stoffen.

„Fijnstof is het belangrijkste probleem voor Oelan Bator”, concludeert professor Lodoysamba dan ook. Zowel het ministerie van milieu als de Duitse ontwikkelingsorganisatie GTZ hebben meetstations in de hoofdstad geplaatst, soms – bij gebrek aan overleg – op dezelfde drukke kruispunten in de stad. Lodoysamba en zijn team plaatsten in juni 2008 acht nieuwe meetstations in ger-wijken zoals Bayan Hoshuu, omdat daar de meeste vervuiling veroorzaakt wordt.

Een jaar lang hielden zij de uitslag bij en die was schrikbarend. Het jaarlijkse gemiddelde is ruim tien keer hoger dan Mongoolse en internationale normen voorschrijven. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) houdt een maximum van 20 microgram per kubieke meter aan, en 70 als realistischer tussentijds doel voor een jaargemiddelde in ontwikkelingslanden, de Europese Unie stelt 40 als bovengrens voor fijnstofdeeltjes kleiner dan 10 micrometer (PM10 genoemd). In de ger-wijken was dat maar liefst 300. „De vuilste steden in China scoren zo’n 150, en die score is dankzij overheidsmaatregelen nog aan het zakken”, zegt Lodoysamba.

Voor de nog fijnere stofdeeltjes, met een diameter van minder dan 2,5 micrometer (PM2,5) die dieper in de longen doordringen en dus meer schade aanrichten, is de gemiddelde jaarscore tot 400 microgram per kubieke meter, waar de WHO 10 adviseert als maximum. Overigens tekent rekenen met een jaargemiddelde de realiteit té gunstig af, waarschuwt de professor, omdat dagcijfers nog schrikbarender kunnen zijn. „Duizend PM10 op een winterse dag is heel gebruikelijk, en maakt het jaargemiddelde zo hoog. „De Duitsers gebruiken geavanceerde meetapparatuur die uitstoot per uur meet.”

Op grafieken is duidelijk te zien wanneer het spitsuur is in de Oelan Batorse huishoudens: ’s winters staat men tegen half acht op om kachels aan te doen en ontbijt te koken. Vanaf half twaalf is het rustig tot om half zes ’s middags voorbereidingen voor het avondmaal beginnen, en verkeer huiswaarts rijdt. Dan kan de uuruitstoot in de dichtstbevolkte ger-wijken makkelijk oplopen tot 2300 microgram per kubieke meer. „Als je op zo’n winterse avond thuiskomt, dan stinkt alles naar roet, je kleren en je haren”, geeft inwoonster Amaraa als commentaar. Om half drie ’s nachts zijn de kachels weer uit.

Met de taxi wil Lodoysamba een Duits meetbord laten zien op het Westelijk Kruispunt. Maar het verkeer in die richting staat muurvast, en hij besluit uit te stappen. Over grote regenplassen springend laveert hij op de stoep. Af en toe loopt zijn binnendoor-route vast in een hof tussen flats dat vroeger aan voetgangers een doorloop bood. „Er wordt nu zoveel gebouwd, steeds meer terreinen worden afgesloten”, verklaart hij zijn verwarring.

Aangekomen op het kruispunt, blijkt het elektronische bord op geheel moderne wijze alleen rood uit te slaan voor zwaveldioxide, verkeer dus. Het is bijna zomer in Mongolië, dus blijven de kolen in de kit.

De armen rijden geen auto, maar toch veroorzaken zij de meeste vervuiling. ’De armsten moeten actieve bondgenoten worden in de strijd tegen de milieuvervuiling’, schrijft het Wereldbankrapport optimistisch. „Makkelijker gezegd dan gedaan”, geeft Lodoysamba glimlachend toe. „Onze politici zijn het erover eens dat er iets moet gebeuren. Het parlement praat erover en wil vanaf 2011 beleid voeren.” Maar veel vertrouwen in de politiek heeft deze wetenschapper niet. „Er is zoveel corruptie. En onderzoek naar het probleem steunen ze niet.” In 2004 besloot het parlement een brikettenfabriek te bouwen. Lachend: „Die staat leeg. Zeven miljard tugrik (ruim vier miljoen euro) gaven ze dat jaar uit tegen milieuvervuiling, maar waar het gebleven is Nu willen ze een cokesfabriek bouwen. Daar zal wel weer een ander aan kunnen verdienen. Maar ook cokes zijn te duur voor de armen, en die doen het bovendien slecht in de traditionele ovens.”

Lodoysamba bepleit om de ontstekingstechniek te verbeteren. Want juist het aansteken van een kookkachel levert, net als onze zomerse barbecue, meer dan de helft van de rook op. Vanwege dat effect was de lucht in de afgelopen strenge winter, waarbij het vaker minus veertig graden was, minder vervuild dan de jaren daarvoor. „Het was simpelweg zó koud dat iedereen permanent de kachels aanhield, wat minder rook oplevert. Er moeten efficiëntere kachels komen. De huidige generatie is nog gemaakt om hout te stoken. Om de armen tot bondgenoot te maken, moeten we hen die nieuwe ovens eigenlijk gratis geven, want kopen kunnen ze ze niet.”

Binnenkort gaat Lodoysamba de milieuminister adviseren. „Misschien dat politici open staan voor het idee van nieuwe kachels”, zegt hij hoopvol. Hij heeft trouwens gehoord dat een Franse organisatie nieuwe meetstations wil plaatsen. „Ja, ook op dit Westelijk Kruispunt, waar er al twee staan. Twee jaar geleden hebben wij al nieuwe, andere, meetplaatsen geadviseerd. Maar naar ons advies luistert niemand”, besluit hij gelaten.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />