*

 

Vooral dertigers profiteren van overheid

Jan Kleinnijenhuis − 02/06/10, 00:00

Niet de babyboomers, maar de huidige dertigers profiteren gemiddeld het meest van de overheid. Dat concluderen onderzoekers van het Centraal Planbureau (CPB) in hun jongste studie naar de vergrijzing, ’Vergrijzing Verdeeld’. Het is de eerste keer dat is onderzocht hoe verschillende generaties gedurende hun leven profiteren van overheidsvoorzieningen.

  • De oudste en jongste generaties hebben om verschillende redenen het minste profijt van overheidsvoorzieningen. (EVERT ELZINGA, ANP)

De onderzoekers komen tot deze conclusie door het verschil te meten dat burgers aan baten (in de vorm van overheidsvoorzieningen) en lasten (belastingen en premies) ondervinden door het optreden van de overheid. De generatie die geboren is tussen 1975 en 1985 profiteert daar het meest van. Zij kunnen gedurende hun leven rekenen op een zogeheten netto profijt van 2000 euro per jaar.

De generaties die later zijn geboren, zien het netto profijt afnemen, omdat de onderzoekers ervan uitgaan dat de overheid het huidige begrotingstekort in 2015 met 29 miljard euro zal hebben teruggebracht. Dat getal, dat al in maart door het CPB naar buiten is gebracht, is nodig om de kosten van de aanstaande vergrijzing en de effecten van de crisis te kunnen opvangen zonder dat de overheid de financiën op lange termijn laat ontsporen.

Overigens geldt voor alle generaties die na 1950 geboren zijn dat zij per saldo meer van de overheid ontvangen dan dat zij betalen. Dat is onder andere te danken aan de aardgasbaten die de overheid in staat heeft gesteld meer voorzieningen beschikbaar te stellen, zonder daarvoor de belastingen te hoeven verhogen.

Daarnaast vermoeden de onderzoekers dat de generaties die geboren zijn voor 1946 (waarvoor geen cijfers beschikbaar zijn) een negatief netto profijt hebben gehad. Zij hebben in de jaren vijftig en zestig de grote naoorlogse staatsschuld afgelost, en de sterke stijging van uitgaven aan onderwijs en infrastructuur opgebracht. Latere generaties hebben daarvan geprofiteerd in de vorm van een betere opleiding en meer publieke voorzieningen. Dat is het rendement op investeringen die in het verleden al zijn gedaan, en tellen zo mee in de baten die latere generaties van de overheid krijgen.

De onderzoekers waarschuwen echter voor de interpretatie van de nieuwe cijfers. Zo wijzen zij erop dat het slechts gaat om de verhouding tussen burgers en de overheid, die maar een klein deel van de totale welvaart beslaat. Oudere generaties hebben de afgelopen decennia bijvoorbeeld meer geprofiteerd van de waardestijging van huizen en aandelen. Het is de vraag of dat in de toekomst, met een lagere economische groei dan in de naoorlogse periode, zo zal doorgaan.

Bovendien stellen de CPB-economen dat de nieuwe cijfers het resultaat zijn van het opvangen van verschillende economische schokken door de overheid. Een generatie kan een groot netto profijt hebben van de overheid omdat zij leeft in een ongunstige economische situatie, waarin de overheid genoodzaakt is de uitgaven op te voeren om een crisis op te vangen. Zo zullen de uitgaven bijvoorbeeld stijgen in tijden van grote werkloosheid. De overheidsbegroting dient in die slechte economische tijden als buffer in de economie, zoals nu de financiële crisis leidt tot een hoger tekort.

mailIcon print |