*

 

Er zit nog een journalist op de tribune

Willem Schoonen − 26/06/10, 00:00

Regionale en lokale kranten laten gaten vallen in de raadszaal. Maar het beeld van een eeuwig lege perstribune klopt niet. En er zijn zelfs gemeenten die de mediabelangstelling zien groeien.

Redacteur Alwin Kuiken publiceerde deze week de resultaten van zijn onderzoek onder gemeentelijke griffiers. Vrolijk word je daar niet van. Maar het beeld viel me, eerlijk gezegd, nog mee.

Dat er een kaalslag heeft plaatsgevonden bij de regionale en lokale media is bekend. Begin jaren tachtig telde Nederland vijftig betaalde regionale en lokale kranten. Nu zijn dat er nog achttien. En van de meeste kranten die er nog zijn, daalt de oplage. De kaalslag komt door dalende aantallen abonnees en dalende advertentie-inkomsten, maar ook aan eigenaars die meer rendement willen hebben dan je van een krant kunt verlangen.

Als je die cijfers in ogenschouw neemt, is het eigenlijk opmerkelijk dat 86 procent van de raadsvergaderingen door een of meer journalisten wordt gevolgd. Er zijn wel aanzienlijke verschillen tussen regio's; in Groningen wordt nog geen 70 procent van de raadsvergaderingen door een journalist gevolgd, in Zeeland bijna 100 procent.

Gevraagd naar de ontwikkeling in de afgelopen vijf jaar zeggen de meeste griffiers geen verandering te zien. In 30 procent van de gemeenten neemt de belangstelling van de pers voor de raadsvergadering af. Maar in het onderzoek doken ook tien gemeenten op die zich kunnen verheugen in een groeiende belangstelling van journalisten.

Er zijn bijzondere lokale omstandigheden. In de raadszaal van Delfzijl komen minder journalisten sinds de bestuurlijke crisis voorbij is. En voor de raadsvergaderingen in Almere is grote belangstelling sinds de PVV daar de grootste is.

Als je de bijzondere lokale omstandigheden terzijde schuift, zie je dat het journalistenbezoek aan de raad is gekoppeld aan twee ontwikkelingen: veranderingen in het medialandschap en veranderingen in de gemeentelijke indeling. Waar kranten fuseren daalt de aandacht voor de raad, omdat de gefuseerde titels minder journalisten ter beschikking hebben. En waar gemeenten fuseren stijgt de aandacht, omdat de media minder gemeenteraden hoeven te volgen.

Bij de betaalde regionale en lokale kranten hebben zich ingrijpende veranderingen voorgedaan. En de verwachting dat de gratis huis-aan-huis bladen in het gat springen dat die kranten laten vallen, komt niet uit, volgens de antwoorden van de griffiers. Waar de belangstelling voor de raadsvergaderingen daalt, doet ze dat bij alle media, niet alleen bij de betaalde kranten.

Nu is wel de vraag of aanwezigheid bij de raadsvergaderingen de maat der dingen moet zijn. Voor lokale media zijn raadsvergaderingen niet de belangrijkste bron van nieuws. Nieuws kun je beter buiten halen, en lang voordat een kwestie in de raad wordt behandeld.

Het is niet anders dan in De Haag. Er wordt in de Tweede Kamer gemord over het geringe aantal journalisten op de perstribune. Maar dat is logisch. Er is enorme journalistieke aandacht voor de landelijke politiek. Maar journalisten wachten niet met schrijven tot het Kamerdebat begint. En dat is maar goed ook.

Gemeenten kunnen best iets doen om de belangstelling van journalisten te wekken, zo blijkt uit het onderzoek van Alwin Kuiken. Korte raadsvergaderingen, waar alleen omstreden onderwerpen worden besproken, blijken het bij journalisten goed te doen.

Het slechtste wat lokale overheden kunnen doen, is zelf voor media gaan spelen of zelfs journalisten in te huren, zoals in een enkel geval is gebeurd. Ze ondergraven daarmee de media, die ze voor de kwaliteit van de lokale democratie zo hard nodig hebben.

mailIcon print |