De diervoerindustrie wil versneld, over een jaar in plaats van in 2012, een einde maken aan het al op de fabriek mengen van antibiotica en veevoer. „Er is haast en dat besef is gegroeid door druk van de humane gezondheidszorg en aandacht voor resistentie in de maatschappij en de media”, zegt directeur Henk Flipsen van de Nederlandse Vereniging Diervoederindustrie.
Het veelvuldig gebruik van antibiotica in met name de varkens- en pluimveehouderij is een van de oorzaken van de toegenomen resistentie tegen antibiotica bij mensen. Daarom wil de overheid het gebruik van deze geneesmiddelen in de landbouw in 2013 met de helft terugdringen.
Dieren die niet ziek zijn krijgen toch regelmatig een antibioticum. Dat gebeurt doordat boeren, om te voorkomen dat dieren ziek worden, een te grote groep varkens, kippen of kalveren op antibiotica zetten. Dit kan door zelf middelen door het voer te mengen of door dit op de voerfabriek te laten doen. Volgens de diervoerindustrie wordt 10 procent van de antibiotica die oraal worden toegediend op de fabriek gemengd.
Als de fabriek zogeheten gemedicineerde diervoeders maakt, blijven restanten antibiotica achter in onder meer de leidingen, op opslagplaatsen en in vrachtwagens. Daarna wordt er opnieuw voer gemaakt en vervoerd en dit komt terecht bij gezonde dieren. „Dit verslepen is een belangrijke oorzaak van resistentievorming. Als wij dat kunnen voorkomen, leveren wij een bijdrage aan de effectieve aanpak van het antibiotica-probleem”, zegt Flipsen.
Volgens Flipsen zijn er genoeg alternatieven: toediening aan het voer op de boerderij of aan het drinkwater. Zieke dieren injecteren is ook een mogelijkheid. „De trend om dieren groepsgewijs te behandelen wordt omgebogen naar een behandeling op maat”, meldt de vereniging. Flipsen: „Iedereen moet praten over alternatieven. Van de veehouderij vraagt het een aanpassing van de manier van werken. Iemand moet gewoon de spuit ter hand nemen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.