Zeker een kwart van de leerlingen die op havo-niveau aan het voortgezet onderwijs beginnen, redt het niet. Zij zakken in de loop van hun schooltijd af naar het vmbo. Daarvoor moeten ze vaak letterlijk van school af. „Dat voelt als een afgang”, zegt een leerling vandaag in Trouw.
Naar schatting 10.000 havo-leerlingen kunnen dezer dagen, aan het eind van het schooljaar, de boodschap verwachten dat ze naar het vmbo moeten. Die schatting is gebaseerd op cijfers uit verschillende bronnen, aangevuld met een kleine steekproef van Trouw onder een twintigtal scholen.
Alleen al na de derde klas worden elk jaar tot 3300 havisten naar het vmbo verwezen, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het aantal dat al meteen na de brugklas wordt weggestuurd, is waarschijnlijk veel groter, want veel havo-vwo-scholen willen havisten die het niet redden snel weg hebben. Dat is beter voor de leerlingen (die zitten dan sneller op de plek waar ze de beste kans maken op geslaagde schoolloopbaan), maar ook voor de scholen zelf. Wie leerlingen pas na klas 2 of nog later wegstuurt, roept een negatief oordeel van de inspectie over zich af.
Scholen erkennen dat ’afstromen’ – zoals afzakken naar een lager niveau in onderwijskringen heet – ingrijpend is voor de betrokken leerlingen. „Het is erger dan zittenblijven”, zegt rector Ad Cosijn van het Peellandcollege in Deurne. Leerlingen geven het vaak op als ze eenmaal teruggezet zijn.
’Afstromen’ komt trouwens op alle niveaus voor: van vwo naar havo, van havo naar vmbo en van hogere naar lagere leerwegen binnen het vmbo. Maar voor havisten is teruggezet worden vaak extra ingrijpend; veel havo-vwo-scholen hebben geen vmbo-afdeling, en daarom moeten de leerlingen naar een andere school.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.