Dochter (11) moet binnenkort haar werkstuk inleveren. Maar ze doet geen klap. Dan maar een onvoldoende? Of moeten haar ouders nu gaan googelen, schrijven, plaatjes zoeken?
Anne Frank. Berlijnse Muur. Drugs. Echtscheiding. Einstein. Fotomodel. Racisme. Roken. Romeinen. Theo van Gogh. Zinloos geweld.
Dochter vond het al een crime om een onderwerp voor haar werkstuk te kiezen. „Dan maar proefdieren”, verzuchtte ze tenslotte. Binnen een kwartier googelde ze wat foto’s van gekwelde muizen, konijnen en mensapen bij elkaar. So far voor het werkstuk. Sindsdien doet ze niks.
Moeder ziet het met lede ogen aan. Juf verwacht het werkstuk over een week. Lichte aansporingen haalden tot nog toe weinig uit: dochter vindt msn en de Donald Duck oneindig veel interessanter. Zal moeder haar maar laten lummelen? Is een onvoldoende van de juf de juiste pedagogische les? Of moet moeder haar voor die afgang behoeden en het werkstuk dan maar zelf gaan maken?
Dat laatste is niet verstandig, zegt Elma Roosendaal (50) leerkracht van groep 7 aan de openbare Fabritiusschool in Hilversum. Want met een door ouders gefabriceerd werkstuk valt een kind geheid door de mand. „Je merkt het gauw genoeg aan het taalgebruik. Ik vraag dan: wat een moeilijk woord. Weet jij ook wat het betekent?”
En ook het eerste – dochter maar laten aanmodderen – vindt Roosendaal geen goed idee: „Op de basisschool zijn kinderen vaak nog heel enthousiast voor werkstukken en spreekbeurten. Misschien doen ze niks omdat ze bang zijn om voor de klas te staan. Of omdat ze niet weten waar ze moeten beginnen.”
Moeder doet er dus verstandig aan om de weerstand bij haar dochter te onderzoeken. Wat maakt dat ze zich niet op de proefdieren stort? „Als ouder kun je je kind enthousiasmeren”, zegt Roosendaal. „Of over een angst heen helpen.”
Juf Tineke van der Steen (30) van Het Baken in Werkendam formuleert het nog dwingender: „Ouders moeten hun kinderen begeleiden, optillen en een stukje meenemen. Maar niet hun werk afnemen.”
Onder ’optillen’ verstaat Van der Steen (die in 2009 ’Leerkracht van het jaar’ was): naast dochter gaan zitten, het plan met haar bespreken, haar leren leren. „Het gaat me om het proces: dat moeten ouders begeleiden. Dus niet: hun kinderen drie uur opsluiten en dan zeggen: ’Laat maar kijken wat je ervan gemaakt hebt.’ Dat doe ik in de klas toch ook niet?”
Van der Steen onderschepte twee keer een volledig door ouders gemaakt werkstuk. Zij moesten bij haar op het matje komen. Maar veel vaker merkt ze dat ouders helemaal geen zin hebben om zich met het schoolwerk van hun kind te bemoeien: „Dat vind ik heel erg. Het lijkt wel alsof de opvoedtaak steeds meer bij school komt te liggen.”
Moeder moet aan de bak, vindt Van der Steen. Blijft dochter desondanks passief, dan moet moeder dat melden aan de juf: „Dan weet ik tenminste dat de ouders hun best hebben gedaan.”
Reageren? Zelf een opvoedvraag insturen? Mail iris.pronk@trouw.nl
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.