De vergrijzing, niet de kredietcrisis, is de grootste tijdbom onder de overheidsfinanciën. Want de Nederlander wordt nog ouder dan voorzien.
De Nederlandse economie is relatief ongeschonden uit de kredietcrisis gekomen. Er is volgens het Centraal Plan Bureau slechts eenmalig twee procent structurele groei verloren gegaan – de groei van ruim een jaar. De effecten van de crisis zijn meegevallen, mede vanwege de buffers die in goede jaren zijn opgebouwd en de hervormingen die op de arbeidsmarkt en in de sociale zekerheid in de afgelopen dertig jaar zijn doorgevoerd.
En er is nog meer goed nieuws. Mede door de sterk stijgende zorguitgaven, neemt de levensverwachting sinds 2004 snel toe. Nederlanders ervaren steeds langer een goede gezondheid.
De vergrijzing biedt ook hoop voor de integratie. Tot aan de huidige crisis hebben allochtonen bij uitstek geprofiteerd van de schaarste op de Nederlandse arbeidsmarkt. De recente verslechtering van de arbeidsmarkt heeft die inhaalslag niet tenietgedaan. De sleutel voor de integratie van allochtonen ligt op de arbeidsmarkt.
Door de vergrijzing van de bevolking wordt het ontwikkelen, koesteren en benutten van de talenten van mensen steeds belangrijker, nu ouderen langer gezond blijven en de nakende vergrijzing handen en hoofden steeds schaarser zal maken.
Het succesvolle beleid gericht op het vergroten van de arbeidsparticipatie van de afgelopen twintig jaar dient met kracht te worden voortgezet. Iedereen is nodig, en van iedereen wordt wat verwacht. De participatieagenda is vooral cruciaal voor de sectoren die sterk afhankelijk zijn van schaarse arbeid en die tegelijkertijd de talenten van de bevolking ontwikkelen en onderhouden: het onderwijs en de zorg.
Als we van de zes extra levensjaren die we er volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu de komende veertig jaar bij krijgen, er drie extra werken, versterken we niet alleen de overheidsfinanciën door een bredere belastingbasis maar zorgen we ook voor het broodnodige extra arbeidsaanbod. Op die manier wordt voorkomen dat arbeid zo duur wordt dat mensen met een kleine beurs verstoken blijven van onderwijs en zorg, en andere arbeidsintensieve diensten.
Niet de kredietcrisis, maar de vergrijzing is de grootste tijdbom onder de overheidsfinanciën – zeker nu de levensverwachting sterk blijkt te stijgen. Daarom kan niet worden volstaan met het verhogen van de AOW leeftijd naar 67 jaar. Een koppeling aan de levensverwachting ligt voor de hand. Hetzelfde geldt voor de aanvullende pensioenen. Verder kunnen de aanvullende pensioenen voor bovenmodale inkomens worden versoberd door het eigen huis meer als oudedagsvoorziening te benutten. Met een huis waarvan de hypotheek is afgelost, hebben gepensioneerden lagere woonlasten. Ze kunnen volstaan met een lager pensioen, met lagere arbeidskosten en belastinguitgaven als gevolg. Om mensen aan te moedigen hun huis vrij te sparen, dient de hypotheekrenteaftrek geleidelijk te worden beperkt gedurende een lange overgangsperiode van zo’n 25 jaar.
Door de pensioenopbouw te versoberen, valt nu direct al loonruimte vrij. Die kan worden benut voor een duurzaam inzetbare beroepsbevolking. Nodig is dan een grotere verantwoordelijkheid van werkgevers voor de WW, in samenhang met een verruiming van het ontslagrecht en een geleidelijk kortere WW-duur. Werkgevers en werknemers worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid voor inzetbaarheid en werkzekerheid.
In het hoger onderwijs zijn een sociaal leenstelsel en hogere collegegelden op zijn plaats. Dit maakt studenten kritischer en komt de kwaliteit van het universitair onderwijs ten goede. Meer jongeren zullen ervoor kiezen eerst werkervaring op te doen en zich pas later weer bij te scholen. Daar is niets mis mee – zeker niet in een krappe arbeidsmarkt. Integendeel. Scholen en werken zullen steeds meer met elkaar worden gecombineerd.
De zorg kan een grote bijdrage leveren aan niet alleen de kwaliteit van leven, maar ook het verder verhogen van de productiviteit van de schaarse arbeid.
Nu het aantal chronisch zieken groeit, wordt het belangrijker om mensen met beperkingen te blijven betrekken bij de samenleving via betaald werk. Een goede gezondheidszorg is ook daarom van groot economisch belang.
Een belangrijke prioriteit in de zorgsector is het bevorderen van innovaties die het beroep op de schaarse arbeid beperken en de kwaliteit van de zorg verbeteren. Daartoe moet worden voorgegaan op de ingezette weg naar gereguleerde marktwerking in de zorg. Ook dient het aantrekken van privaat kapitaal door zorginstellingen beter mogelijk gemaakt te worden.
De belangrijkste economische uitdaging voor onze economie is en blijft de vergrijzing en de groeiende zorgsector nu Nederland met de schrik is vrijgekomen uit de kredietcrisis. De recente heroverwegingsrapporten dienen vooral benut te worden om de economie te versterken.
We hoeven nu minder te bezuinigen naarmate we meer inzetten op een hogere arbeidsparticipatie en hervormingen op de arbeidsmarkt, woningmarkt, pensioenen en de zorg.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.