*

 

Een butler voor de tuin

Kees de Vré − 30/04/10, 00:00

In een jacquet loopt hij niet en de stiff upperlip ontbreekt eveneens. Hij huist in een tweedehands caravan en werkt op het naastgelegen land. Toch noemt hij zich ’butler’ – ’tuinbutler’ om precies te zijn. Tim Schippers legt namelijk moestuinen in de watten en dus degenen die zo’n tuin huren.

  • Tim Schippers bij zijn perceel in Lelystad waarop hij moestuinen wil verhuren die hij zelf netjes onderhoudt. (Jörgen Caris, Trouw)

De lente is volop aanwezig aan de noordrand van Lelystad, dicht bij de dijk naar Enkhuizen. Het groen is al stevig uitgebot, de vogels fluiten luidruchtig en het vele zonlicht strijkt over de omgeploegde aarde. Op het aanpalende volkstuincomplex is een handjevol mensen in de weer. Tim Schippers kijkt trots naar zijn stukje grond van ruim een hectare – twee voetbalvelden – dat hij aan het klaarmaken is voor de teelt van groenten en fruit. Hier komen de veertig tuinen die hij wil verhuren aan mensen die graag vers eten willen uit hun moestuin, maar er geen tijd voor hebben die te onderhouden. Dat doet Schippers.

Hij heeft geen boerenachtergrond, maar na een ’ongezonde jeugd’, zoals hij het zelf noemt, zocht Schippers tegengif. Dat vond hij in de biologische landbouw. „Ik huurde een moestuin omdat ik gezond wilde eten, maar biologische voeding vond ik te duur. Zo kwam ik ook op het idee om op de Warmonderhof in Dronten de biologisch-dynamische landbouwschool te volgen.”

Na zijn opleiding zocht hij een stukje land voor zichzelf, en toen al keek hij genoeglijk naar de grond waar hij nu op staat. „Het is prachtig. Anders dan in de rest van Flevoland, met zijn zware zeeklei, is het stuk grond hier tegen de dijk naar Enkhuizen aan vermengd met zand. Het bevat zwavel maar ook kalk vanwege de vele schelpen, en is daarmee zeer geschikt voor de teelt van groenten en fruit.” De gemeente Lelystad blokkeerde echter zijn verlangen om zelf te boeren, want de grond had ’volkstuin’ als bestemming. Maar een eigen volkstuin had Schippers al.

Op die plek merkte hij ook dat de belangstelling voor moestuinen flink aan het groeien was, maar dat veel nieuwelingen eigenlijk geen tijd hadden voor het intensieve onderhoud ervan. Schippers kan zich dat wel voorstellen. „Werken op het land is niet zo romantisch als het lijkt. Het vergt veel, en meestal zware, arbeid. Dat bracht mij wel op het idee om die twee zaken te koppelen. Ik verwerf een groter stuk grond en geef dat in een aantal partjes uit aan belangstellenden, die ik vervolgens al het werk uit handen neem.”

De gemeente ging overstag en verpachtte Schippers de grond. Voor de nodige apparatuur heeft hij een EU-subsidie aangevraagd. Voorlopig huurt hij zijn materiaal. De bank dorst met hem in zee te gaan omdat hij naast inkomen van zijn huurders ook tien langdurig werklozen een leerwerkplaats biedt. Dat geeft een constante inkomensstroom vanuit de gemeente. Hij kon daarmee het vereiste ’verdienmodel’ overleggen.

De eerste maanden is Tim Schippers bezig geweest met de omheining en de beukenhaag. „Dat was een flinke klus, zeker met de bevroren grond van de afgelopen maanden. De elektra is aangelegd, de waterbron kan geslagen worden en de grond is klaar om de eerste zaailingen te ontvangen. Verder ben ik in de slag met aannemers om een mooi clubhuis neer te zetten. Dat is in de eerste plaats een plek voor de werkers op de tuin om te eten of even uit te rusten. Ik wil er echter ook cursussen geven, onder meer natuureducatie voor schoolklassen. Verder kun je het gewoon huren. Dat kan allemaal omdat deze plek zo dicht tegen de stad is gelegen. Dat maakt het echt uniek.”

Na een informatieavond in Lelystad kon Schippers de eerste twaalf huurders al inschrijven. „Het zijn ouderen, maar ook gezinnen die vers eten van goede kwaliteit willen. Dat is iets wat ik zelf ook graag wil. Deze grond moet een levende groentewinkel worden waar je naar believen verse spullen uit kunt halen. Het nadeel van een volkstuin is al gauw dat je op moment van oogsten zit met – noem eens wat – dertig bloemkolen. Dan heb je familie en vrienden nodig om het weg te krijgen. Veertig soorten groenten telen voor jezelf is onmogelijk. Veel volkstuinders gaan dan al snel over op bewaargewassen als wortels en boontjes. Omdat ik al die tuinen geheel verzorg, kan ik het landbouwkundig aanpakken. Ik kweek gezamenlijk de jonge loten op en plant die naar believen in de verschillende tuinen. Zo kan ik per tuin een paar slaplanten en radijs neerzetten waar je in het seizoen een paar weken van kunt genieten zonder je hele familie in te schakelen.”

Dat huurders meewerken, is niet nodig. „Nee, ik bied alle service. Vandaar de naam ’butler’. Je kunt gerust op vakantie. Dat weerhoudt mensen er nog wel eens van om een tuin te nemen. Bovendien worden alle tuintjes netjes onderhouden. Je hebt dus ook nooit last van een luie buurman. Ik heb een welstandcommissie, want als ik zie hoe rommelig sommige complexen eruitzien met al die vreemde bouwsels... Dit wordt een prachtpark, maar het is wel leuk als huurders af en toe wat doen; betrokkenheid tonen. Ik kom mensen tegen die het ook voor hun kinderen willen. Samen wieden en schoffelen heeft wel iets en tegelijk komen de kids erachter waar het eten vandaan komt. Aan die kennis ontbreekt het tegenwoordig wel eens.”

Kost een volkstuintje in Lelystad zo’n 50 à 60 euro per jaar, Schippers vraagt 500 euro per jaar voor een tuin. „Maar dat is inclusief alle werk en 25 euro plantgoed. Daar kun je wel het hele jaar van eten.” Hij verhaalt van types die op een rekenmachine uitrekenden hoeveel ze jaarlijks bij de Aldi kwijt waren aan groenten en fruit. „Dat soort mensen wil ik niet hebben. Ik wil niet concurreren met supermarkten. Ik heb supervers voedsel van goede kwaliteit. Bovendien sta ik hier met een idee om een kleine bijdrage te leveren aan gemeenschapsvorming door mensen die al lang werkloos zijn een kans op werkervaring te bieden. Ik heb zelf ook regelmatig in de WW gezeten, dus ik weet wat dat inhoudt.”

mailIcon print |