Het was eergisteren aan alles te merken dat de Amerikaanse president Barack Obama het moeilijk had met zijn besluit om nieuwe olieboringen voor de kust van de VS toe te staan.
Obama klonk aarzelend en verontschuldigend op het moment dat hij het besluit aankondigde waar hij een jaar op had gebroed. Hij maakte het nieuws wereldkundig met pal achter hem een straaljager, die sinds kort op biobrandstof vliegt. Die achtergrond moest duidelijk maken dat de president zich blijft inzetten om de Verenigde Staten te laten overschakelen van olie (en steenkolen) op duurzame energiebronnen.
Eerder in zijn politieke loopbaan verzette Obama zich tegen nieuwe boringen. Dat hij nu als president een groot deel van de Atlantische wateren, het oosten van de Golf van Mexico en de poolwateren boven Alaska vrijgeeft, heeft juist alles te maken met de ’schone-energie-revolutie’ én het vrij ambitieuze klimaatbeleid dat Obama beoogt.
Obama’s politieke bondgenoten proberen nu al een jaar om een alomvattende energie- en klimaatwet door de beide kamers van het Congres te krijgen. Die moet de Verenigde Staten laten afkicken van de olieverslaving en in staat stellen internationaal het voortouw te nemen voor een opvolger van het Kyoto-klimaatverdrag.
Maar de Senaat ligt dwars. Een groep van minstens tien senatoren uit Obama’s eigen Democratische partij wil weinig weten van het klimaatgedeelte van de wet. Daarin wordt de uitstoot van broeikasgassen beperkt. Ook zou er een handelssysteem in uitstootrechten voor dergelijke gassen moeten komen. De wet zal vervuilende industrieën hard treffen en dat zal banen kosten, beweren de senatoren.
De Republikeinse oppositie is als blok tegen de wet, terwijl Obama – naast steun van alle Democraten – ook zeker één Republikeinse stem nodig heeft om de benodigde supermeerderheid te halen. Sommige Republikeinen hebben laten doorschemeren dat met hen te praten valt over klimaatbeleid, op voorwaarde dat het Witte Huis hun tegemoet komt bij zaken als kernenergie en olieboringen.
Voor Obama begint de tijd te dringen. In november worden tussentijdse verkiezingen gehouden. Daarbij staat het hele Huis van Afgevaardigden en een derde van de Senaat op het spel. Als de president niet tegen juli zijn energie- en klimaatwet krijgt goedgekeurd, kan hij het verder dit jaar wel vergeten. Vanaf augustus raakt Washington in verkiezingskoorts en worden gevoelige stemmingen uitgesteld.
Obama doet dan ook handreikingen naar de oppositie, in de hoop enkele Republikeinen naar zijn kamp te lokken en de critici in zijn eigen partij te laten inbinden. In februari schaarde hij zich achter beperkte uitbreiding van kernenergie. Eergisteren stemde hij in met nieuwe boringen. Het zijn er niet zoveel als zijn voorganger Bush wilde. Toch gaat het om een aardige uitbreiding.
De linkervleugel van zijn partij en milieuorganisaties zijn boos. Dat is niet verwonderlijk. Toch kunnen zij Obama makkelijk voor het hoofd stoten. Zij beseffen dat als er niet snel een akkoord ligt, ze lang moeten wachten. Waarschijnlijk ook in internationaal opzicht.
Of Obama’s poging om de wet alsnog te reanimeren gaat lukken, blijft de vraag. Cruciale Republikeinse en Democratische senatoren reageerden lauw op de nieuwe boringen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.