Partijideologieën zijn ouderwets, zo was lang de gedachte. Toch noopt de crisis politieke partijen inmiddels tot nadenken over hun gedachtengoed.
De traditionele partijideoloog bestaat niet meer, denkt historicus en filosoof Adriaan van Veldhuizen, één van de ’nieuwe denkers’ van het wetenschappelijk bureau van de PvdA, de Wiardi Beckman Stichting. Voor hem is het duidelijk: „Bart Tromp komt niet meer terug.”
De in 2007 overleden Tromp functioneerde jarenlang als spreekbuis van het sociaal-democratische gedachtengoed. „Hij was in de jaren negentig de laatste der Mohikanen. Partijideologen werden in die periode steeds minder belangrijk omdat overal een economische oplossing voor werd geboden. Er waren weinig echt grote keuzes, bij veel vraagstukken gold dat beide opties mogelijk waren. Bovendien waren de middenpartijen het telkens wel met elkaar eens, of deden ze water bij de wijn.”
Op dit moment is het niet veel beter gesteld, valt SP-senator Arjan Vliegenthart op. Hij schreef mee aan het verkiezingsprogramma van zijn partij. „Eén van de redenen dat kiezers zo zweven, is omdat er minder verschil zit in de partijen. Of je nu CDA, VVD of PvdA stemt, de standpunten lijken op elkaar. De typische partijverhalen zijn inwisselbaar geworden .”
Dat geldt volgens hem niet alleen voor de oude garde, ook de jongere partijen hebben er last van. „De PVV van Wilders profileert zich op de islam, en Verdonk zet met haar Trots op Nederland heel erg in op law and order. Op die thema’s zijn beide partijen erg helder, maar verder zijn ze flexibel. De ene dag is het A, de volgende dag is het B”, merkt hij. „Als je kijkt naar het Kieskompas (een stemwijzer op internet gemaakt door de Vrije Universiteit en Trouw - red.) dan zie je dat de PVV op sociaal-economisch terrein heel erg naar links is geschoven, waardoor ze nu in het midden zitten. Dat heb je met themapartijen, die redeneren niet vanuit een samenhangende visie.”
Ook Van Veldhuizen beaamt hoe belangrijk die visie is. „Als partij moet je herkenbaar zijn, maar ook voorspelbaar om in te kunnen springen op onderwerpen die niet zo één, twee, drie bekend zijn.” En dat is niet alleen belangrijk voor partijen, maar des te meer voor de potentiële kiezers. „Het vertrouwen in de politiek hangt samen met vertrouwen in een politieke partij. Als je zelf niet weet welke koers je vaart, dan ben je onbetrouwbaar voor je kiezers. Het is levensgevaarlijk als partijen maar wat dwarrelen en kibbelen over oplossingen die geen natuurlijke historische authenticiteit hebben. Dat is ook het probleem met Verdonk. Weinig mensen zijn het helemaal eens met een partij. Je kunt wel zwevend zijn maar je hebt geen partijen nodig die zich voortdurend aanpassen als de kiezer zich ook voortdurend aanpast.”
Dat partijideologieën op de achtergrond geraken, viel eerder deze maand werkgeversvoorzitter Bernard Wientjes op. Hij zei de ’eerste vijf pagina’s’ van de verkiezingsprogramma’s te missen. In die pagina’s, geschreven door de partijvoorzitters, verwachtte hij de visie, het grote verhaal. Maar, zo moest hij teleurgesteld vaststellen: „In de programma’s gaan partijen meteen over naar de boodschappenlijstjes.”
Dat de verkiezingsprogramma’s niet overlopen van ideologische beschouwingen, vindt Vliegenthart niet zo verrassend. „Dat zijn natuurlijk vooral de doe-lijstjes.” Wel beaamt hij dat het huidige politieke debat minder ideologisch wordt gevoerd. „Of dat erg is? Je moet wel vaststellen dat de middelen die je hebt gebruikt, niet gewerkt hebben. Kijk maar naar de economische crisis. Het is als een dokter die een recept moet uitschrijven, maar daarvoor eerst moet weten welke ziekte je hebt”, benadrukt hij. „Kijk naar de SP en kijk naar de VVD. Wij denken dat de oorzaak van de crisis het systeem is. De graaiende bankiers en de mensen die hun verantwoordelijkheid niet nemen, is volgens ons slechts een verschijningsvorm. Het gaat erom dat individuele rijkdom belangrijker is geworden dan publieke voorzieningen, en dus willen wij het systeem veranderen. We pleiten voor minder macht bij de aandeelhouders, die alleen maar denken aan zo veel mogelijk winst op korte termijn. Het is logisch dat zij zo denken, maar wel gevaarlijk voor de lange termijn. De VVD daarentegen stelt dat de mensen hebben gefaald en wil dus die mensen beter controleren.”
Maar ook minder voor de handliggende thema’s kunnen de socialisten heel goed analyseren aan de hand van een partijideologie. Vliegenthart: „We hebben drie basisprincipes: gelijkwaardigheid, menselijke waardigheid en solidariteit. Bij de Amsterdamse Noord-Zuidlijn ga je dus af op gezond verstand. Kan die lijn tot stand komen voor het geld waarvoor het begroot is? Bij gemeentelijke herindelingen is het makkelijker. Daar is de vraag wat het betekent voor de gewone burger? Zij komen steeds verder af te staan van hun gemeenten, daar hebben ze vaak niet zoveel aan.”
Bij de PvdA mag de partijideoloog dan verdwenen zijn om nooit meer terug te keren, de ideologische veren die partijleider Wim Kok in de jaren negentig nog van zich afschudde, groeien inmiddels weer aan. „De hang naar onderscheid komt nu terug door de economische crisis. Daardoor is het nu heel belangrijk om historisch te kijken naar de ideologie. Daaraan zie je welke waarden belangrijk zijn voor jou als partij”, zegt Van Veldhuizen. Veel mensen in de partij beseffen niet hoe actueel Karl Marx nog is, weet hij. Zelf gebruikt de historicus het als een inspiratiebron. „De PvdA wordt altijd geassocieerd met arbeid, het gaat om de mensen die het slecht voor elkaar hebben, hen moet je helpen. Bij Marx is het uitgangspunt: wie krijgen het steeds slechter? Dat zijn de mensen die steeds minder vrijheid krijgen bij het uitvoeren van hun arbeid, waardoor ze vervreemden van hun werk en de samenleving. Die parallel zie je bij agenten, verpleegkundigen en leraren. Zij worstelen met een strijd waarin ze niet meer zelf invulling kunnen geven aan hun werk.”
Binnen de PvdA voelt een groep jonge, nieuwe denkers zich daar inmiddels voor verantwoordelijk. Het zijn jongeren met een wetenschappelijke achtergrond, die nadenken over het wel en wee van de politieke partij en de PvdA in het bijzonder. „Het is een nadenkclub van partijleden rond de dertig, die aan mag schuiven tijdens belangrijke gesprekken, bijvoorbeeld met partijleider Cohen”, verduidelijkt Van Veldhuizen, die zelf ook deel uitmaakt van de groep. „Enerzijds is dat heel goed want zo beschik je als partij over de meest recente informatie en haalbare oplossingen, maar het nadeel is wel dat je niet iemand hebt die de hele partijlijn overziet.”
Maar of dat pleit voor de terugkeer van de partijideoloog? Vliegenthart: „Partijideologen zijn vaak de mensen die kritisch kunnen nadenken, maar niet altijd serieus genomen werden. Het zijn de mensen die heel veel verstand van zaken hebben, maar weinig invloed. En wat ben je dan? Dan ben je partijideoloog.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.