De lidstaten van de Europese Unie zullen snel met plannen moeten komen om hun beloften aan de ontwikkelingslanden na te komen. Volgens eurocommissaris Andris Piebalgs (Ontwikkelingssamenwerking) dreigt anders de geloofwaardigheid van de EU als grootste donor in het geding te komen.
Die geloofwaardigheid wordt na de zomer, tijdens een top van de Verenigde Naties over de mondiale armoedebestrijding, voor het eerst weer getest. Tijdens de bijeenkomst (van 20 tot en met 22 september) van staatshoofden en regeringsleiders zal de balans opgemaakt worden van de zogeheten Millenniumdoelen, waarvan de halvering van de armoede in de wereld in 2015 het belangrijkste is.
De EU is nu met 49 miljard euro goed voor meer dan de helft van de mondiale ontwikkelingshulp. Dat is echter ver verwijderd van wat de ontwikkelingslanden is toegezegd. De EU geeft nu 0,42 procent van het bruto nationaal inkomen, dit jaar echter moet dat percentage op 0,56 procent liggen. In 2015 moet uiteindelijk de in de begin jaren zeventig internationaal afgesproken norm van 0,7 procent gehaald worden.
Als het gaat om de individuele afspraken wordt er onderscheid gemaakt tussen de beloften van de oorspronkelijke EU-lidstaten (de EU15) en de nieuwe leden (EU12 toegetreden in 2004). De eerste groep moet dit jaar op die 0,56 procent zitten, de tweede groep op een bescheidener 0,17. Van de EU12 zitten alleen Malta en Cyprus aan de goede kant van de streep. Alle overige landen – van Bulgarije (0,04 procent) tot Slovenië (0,15 procent) komen hun beloften niet na.
Bij de rijke EU-staten doen alleen Nederland, Denemarken, Luxemburg en Zweden waartoe ze zich al jaren hebben verplicht, zij geven 0,7 of meer. België gaat de 0,7 procent dit jaar wettelijk vastleggen en het Verenigd Koninkrijk heeft voor dezelfde weg gekozen.
Blijft over dat Italië, Griekenland, Portugal, Oostenrijk, Duitsland, Frankrijk en Spanje minder geven dan is beloofd. De trend is daarbij ook nog eens neerwaarts.
Volgens eurocommissaris Piebalgs zullen er snel plannen moeten komen. In eerste instantie wordt uitgegaan van vrijwilligheid, zo niet dan moet er volgens de Let een meer bindend schema komen. „Ik wil dat Europa een geloofwaardige leider in de strijd tegen de armoede blijft”, aldus Piebalgs.
Met een aantal nieuwe vormen van financiering van de hulp wordt nu al geëxperimenteerd. Zo legt Frankrijk een heffing op vliegtickets waaruit de bestrijding van ziekten wordt betaald. Dat leverde vorig jaar 162 miljoen euro op. Landen als Ivoorkust en Chili voeren vergelijkbare systemen in.
Duitsland neemt schulden over van ontwikkelingslanden als die landen het vrijkomende geld benutten voor gezondheidszorgsystemen. De EU-commissaris spoort de EU-lidstaten aan creatief te zijn en naar nieuwe wegen te zoeken.
Door efficiënter om te gaan met de nu opgehoeste gelden, met name bij het afstemmen van de afzonderlijke programma’s van de donorlanden, kan voor 3 tot 6 miljard euro extra ruimte ontstaan. Brussel vindt ook dat de EU-lidstaten meer moeten gaan samenwerken bij het dichten van de lekken in de belastingwetgeving.
Volgens een recente studie in opdracht van de Noorse regering is de illegale stroom geld uit de ontwikkelingslanden, door onder meer het ontduiken van belasting door Europese bedrijven, zeven keer groter dan de stroom aan hulpeuro’s richting de ontwikkelingslanden. Uit een begin deze maand gepubliceerd onderzoek van het Amerikaanse onderzoeksinstituut Global Financial Integrity (GFI) miste Afrika in 2007 en 2008 door illegale geldstromen respectievelijk 8 en 7 procent van het bruto binnenlands product. Raymond Baker, directeur van GFI, vindt dat er ten onrechte erg wordt gekeken naar corruptie. Volgens hem is de schade door het gebruik van belastingparadijzen en het bewust onjuist prijzen van goederen en diensten aanzienlijk groter. Het zouden vooral bedrijven in de mijnbouw zijn die niet naar behoren afdragen. Tussen 1970 en 2008 is Afrika daardoor in totaal zeker 850 miljard dollar misgelopen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.