De veestapel in Mongolië is tot ongekende grootte uitgegroeid, en de kwetsbare natuur kan dat niet aan. Wederom hebben miljoenen dieren de strenge winter niet overleefd.
’Elke ochtend worden we wakker met dezelfde angst. Hoeveel dieren zijn er vannacht gestorven?”, verzucht moeder Chimedtseren tegen een verslaggever in de provincie Uvurkhangai. Haar gezin heeft al 800 van de 900 dieren van haar kudde verloren in de ongemeen strenge winter. In totaal zijn er volgens de regering al 6,5 miljoen dieren overleden. Ze kunnen door de overvloedige sneeuwval niet bij het bevroren gras, en de voorraad hooi is te klein door een te droge zomer. Pas in mei komt het nieuwe gras op.
De Mongoolse nomaden zijn, net als alle herdersvolken, verknocht aan hun vee, dat hun leven bepaalt en hun spaarpot vormt. In het voorjaar verkopen zij de wol, in het najaar vlees en huiden. Maar drie schapenhuiden leveren door het overaanbod op het moment nog geen euro op, dus de spaarpot is waardeloos geworden. Op foto’s is te zien hoe een paard dat langs de weg is bezweken, is toegedekt met een monument van stenen – een ovoo. Alleen het hoofd en een blauwe vlag steken uit. Elders in de provincie Uvurkhangai proberen herders wanhopig een verzwakte koe in beweging te krijgen. Ze is liefdevol ingepakt met op maat gemaakte dekentjes.
Maar juist de liefde voor het vee, en de gedachte dat méér vee welvaart betekent, nekt nu de Mongolen. De veestapel is nog nooit zo groot geweest: naar schatting 50 miljoen dieren, waar 30 à 35 miljoen het maximaal haalbare zou zijn voor de kwetsbare steppelanden, die grenzen aan het zanderige rotsland van de Gobiwoestijn. In de communistische tijd, die tot 1990 duurde, waren quota op de staatsboerderijen heel gewoon. Daarna is de landbouw vrijgegeven. Veel nieuwe herders ontberen de kennis om zelf hun kudde gezond te houden, het meeste vlees is zelfs te slecht om te exporteren. Wie al onder het communisme herder was, rekent nog te veel op overheidssteun voor het geval het mis gaat. Maar bovenal is door de tien gunstige klimaatjaren na 1990 het aantal dieren geëxplodeerd. Toenmalig premier Rinchinnyam Amarjargal zei in 2000 al: „Door het goede weer en hervormingen in de landbouw zijn de kuddes van onze herders gegroeid tot 33 miljoen stuks. Die omvang is nog nooit zo groot geweest.”
De Mongolen werden na de tien vette jaren in 2000 verrast door een droge zomer en een strenge winter, een zogeheten zud. Zud is Mongools voor ramp. Een zwarte zud staat voor een droge zomer waarin weinig gras groeit, gevolgd door een strenge winter waarin het vee verhongert. In dit nomadenland is er ook een ’witte zud’, wanneer er zo veel sneeuw valt dat het vee niet bij het bevroren gras kan komen. IJszud slaat op bevroren regen die het vee eveneens verhindert voldoende gras te eten.
In de jaren 2000, 2001 en 2002 haalden opeenvolgende zuds in Mongolië het wereldnieuws. Maar liefst tien miljoen dieren zouden toen gestorven zijn, hun karkassen lagen overal in de sneeuw verspreid. Soms zochten geiten een schuilplaats in de ribbenkast van een yak, vergeefs.
Destijds waren 13 van de 21 Mongoolse provincies uitgeroepen tot rampgebied. Premier Rinchinnyam Amarjargal vroeg om internationale hulp en sprak over ’de lessen die zijn regering zou leren van de ramp’. Maar weer tien jaar later, in 2010, lijkt er bijzonder weinig geleerd: de veestapel is geëxplodeerd.
Door de onvermijdelijke overbegrazing is verwoestijning ingetreden. Juist de vele kasjmiergeiten die gehouden worden omdat ze duurdere wol leveren, zijn erg schadelijk omdat ze gras met wortel en al opeten zodat dorre vlaktes achterblijven. Sommige herders verlangen terug naar de communistische tijden, toen het niet ieder voor zich was. In die tijd konden zij in barre winters altijd rekenen op hooi uit de voorraden van de overheid. En zomers werkten alle waterputten in het hele land zodat het vee zich optimaal kon verspreiden. Rond de nog wél werkende putten is het land kaal gevreten.
En zo kon het gebeuren dat regering én de meeste herders zich dit jaar weer laten ’verrassen’ en dat wederom een grote ramp plaatsvindt. Drie droge zomers op rij, een vroeg invallende winter in oktober, meer sneeuw dan normaal, temperaturen tot minus 50 graden en veel stormen doen de uitgeputte dieren de das om. Veel herders hebben simpelweg te weinig preventieve maatregelen genomen, zoals het aanleggen van hooivoorraden, het sneeuwvrij houden van de winterschuilplaatsen of het voorkomen van zwangerschappen om verzwakte ooien te sparen. Ditmaal zijn 18 van de 21 provincies uitgeroepen tot noodgebied.
Elke Mongoliër weet dat de huidige aantallen dieren veel te veel zijn voor het kwetsbare ecosysteem. Dierenwelzijnsorganisatie WSPA probeert een steentje bij te dragen in Mongolië met een inzamelactie en voorlichting. Dierenarts Damian Woodberry van WSPA was er net een week: „Het is erger dan we dachten, en het weer wordt pas half, eind mei beter”, zegt hij per telefoon vanuit Bangkok. In heel Azië neemt door de bevolkingsgroei de vraag naar vlees toe, en groeit de veehouderij navenant. „Het beheer moet beter, duurzamer”, stelt WSPA.
Dat weet ook de regering, maar harde maatregelen zijn impopulair in dit land van nomaden. Dus aarzelen de politieke partijen te lang met het herinvoeren van quota uit angst hun kiezers te verliezen. Makkelijker is het hulp te vragen. De Verenigde Naties gaven deze winter al 2,8 miljoen euro aan noodhulp.
6,5 miljoen kadavers, die zullen gaan ontbinden als de dooi inzet. Een correctie van de natuur, stelt een criticus op internet. Maar ook een drama voor Mongolië, omdat 35 procent van de inwoners leeft van de veeteelt. In eerdere strenge winters zijn er al nomaden naar de steden getrokken omdat hun vee dood was. Daar leven zij in grote armoede in hun tenten aan de stadsrand. Er is geen werk, of zij missen de vaardigheden om zich in de stad te redden. Voor het eerst heeft Mongolië meer mensen in steden wonen, ongeveer 1,5 van de 2,8 miljoen inwoners. Daar zullen nu nog meer straatarme herders bijkomen.
Onlangs sloot de regering een miljardendeal met mijnbouwgiganten Ivanhoe en Rio Tinto voor koper- en goudwinning. De inkomsten daarvan worden vanaf 2013 verwacht. Zij zullen, met overige immense voorraden aan kolen en uranium, soelaas bieden tegen de werkloosheid van 30 procent. En zoals elders bewoners na een tornado hun huis willen herbouwen, zo dromen de Mongoolse herders alweer over het aanvullen van hun kuddes. Maar dat het anders moet met het beheer van de veestapel, staat buiten kijf.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.