In 1831 ondernam kroonprins Willem een veldtochtje naar België. Tegen dit decor schept Atte Jongstra een wonderlijke roman vol grappen, terzijdes en onverwachte tempowisselingen. Een feest voor de liefhebber van absurdistisch proza.
De Tiendaagse Veldtocht die kroonprins Willem, de latere koning Willem II, in augustus 1831 tegen de Belgen ondernam, kon indertijd in Nederland op grote geestdrift rekenen, maar het is de vraag of de hedendaagse Nederlander er nog iets vanaf weet. Willem bezette met zijn leger een aantal plaatsen in België, dat zich onlangs had afgescheiden, en het liet zich aanzien dat hij een makkelijke overwinning zou behalen, tot de Franse generaal Gérard vanuit het zuiden België te hulp schoot. Willem wenste geen conflict met de Fransen en aanvaardde een wapenstilstand. Hij kreeg wel een klein aantal wijzigingen in de scheidingsvoorwaarden gedaan. Eigenlijk een Pyrrusoverwinning.
Atte Jongstra schreef er een roman over, ’De heldeninspecteur’. Een historische roman op het eerste gezicht, want het verhaal volgt de gebeurtenissen op de voet, met voor- en naspel, maar wie wat nauwkeuriger kijkt, ziet dat niet de historie zelf op het menu staat maar een bepaalde wijze van vertellen. Ik moest tijdens het lezen gedurig denken aan de befaamde achttiende-eeuwse roman Tristram Shandy van Lawrence Sterne, een van de eerste en vreemdste romans uit de wereldliteratuur, een verhaal waarin saaie gebeurtenissen breed uitgemeten worden, terwijl andere, schijnbaar spannender zaken snel worden afgewikkeld. Een boek vol grappen, terzijdes en experimenten. Een postmoderne roman avant la lettre. Jongstra heeft Sterne niet ongelezen gelaten en de vruchten daarvan plukt hij in ’De heldeninspecteur’.
Jongstra’s heldeninspecteur is een zekere Junius, een man zonder eigenschappen, een hol vat, die zich echter op het juiste moment op de juiste plaats bevindt. Hij wordt door de broer van prins Willem tot ‘heldeninspecteur’ benoemd, dat wil zeggen, hij moet mensen die heldendaden verrichten in de strijd noteren en voor een medaille voordragen. Deze figuur geeft Jongstra de gelegenheid om van dichtbij maar vanuit een uitzonderlijk standpunt de verwikkelingen te volgen.
Zo is Junius aanwezig bij de bekende ’kruidvatactie’ van Van Speyk, ‘dan liever de lucht in’, hij krijgt zelfs de romp van de geëxplodeerde held letterlijk in zijn schoot geworpen, een effect dat aan Monty Pythons Flying Circus doet denken. Ook andere helden hebben hem graag in de buurt: „Nu ging de prins vlak voor Junius staan en prikte hem met de vinger in de borst. ’U moet mij goed in de gaten houden, inspecteur, U vindt bij mij meer heldendom dan bij alle Yserbijtertjes tezamen.”’ Junius’ eigen motieven zijn minder krijgshaftig, hij snakt naar zijn Vlaamse Veerle, stelt voor om een algemene medaille aan alle soldaten te geven, kortom, lapt eigenlijk zijn opdracht aan zijn laars.
De Tiendaagse Veldtocht zelf wordt door Jongstra breed uitgemeten, met een overdaad aan niet al te afwisselende krijgshandelingen, maar me dunkt dat hij opzettelijk zo uitweidt: zo is de oorlog, steeds hetzelfde. Andere gebeurtenissen, zoals Junius’ plotse huwelijk, passeren dan weer in een vloek en een zucht en over de aanschaf van een woning lezen we: ‘gekeken, gekocht.’ Er zit kortom een heel wonderlijk, tegendraads ritme in dit boek.
En passant schieten er ook allerlei dwaasheden langs, zo staat er in het dorpje Geel een stel krankzinnigen langs de weg die denken dat ze Napoleon zijn, een Friese krijger mompelt ‘it giet oan’ en her en der worden de vreselijkste vaderlandslievende gedichten geciteerd.
Atte Jongstra is een barokkunstenaar die, even virtuoos als ook soms melig, het literaire orgel bespeelt. Hier, zijn beschrijving, zomaar tussendoor, van een passerende vrouw: „Nu pas vielen hem de mestkleurige ogen van deze bijna-Veerle op. Hij zag onveerliaanse drangvlekken in haar gezicht. Centraal in haar onmatig ontsloten decolleté vond hij ten slotte een grote roze wrat.’ Kortom, deze Tiendaagse Veldtocht gaat met de fantasie van de schrijver op de loop.
Niet voortdurend gebeurt hier iets geks, soms sleept het verhaal zich krijgshaftig voort, maar regelmatig zie je wel ergens in een ooghoek iets ongerijmds of absurds.
Jongstra heeft op die manier het historische gegeven doordrenkt met zijn eigenzinnige stijl en vertelkunst en er zo een heel eigenaardig en boeiend spektakelstuk van gemaakt. Voor liefhebbers allicht, maar die kunnen er dan ook hun hart aan ophalen. Inclusief een macht aan illustraties en ook nog eens een uiteraard ongebreideld notenapparaat.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.