*

 

Natuur is niet zomaar terug bij Bergen

Hans Marijnissen − 16/04/10, 00:00

Boswachter Patricia van Lieshout stapt zojuist uit de verschroeide Schoorlse Duinen. Woensdagavond is er 30 hectare heide in de as gelegd en een dennenbos uit 1899 dat was vermengd met loofhout. „Het heideveld was dertig jaar oud”, zegt ze. „De tapuit broedt in verlaten konijnenholen, we wachtten op de terugkeer van de zeldzame nachtzwaluw. Natuur is flexibel, maar wat we hier hadden, krijgen we niet binnen een paar jaar terug.”

  • (Trouw)

De vuurzee die Bergen aan Zee liet evacueren, was niet de grootste van de afgelopen jaren. Vorig jaar verwoestte een van de vermoedelijk aangestoken branden een terrein van 120 hectare. Maar de brand van woensdag woedde op een van de mooiste plekjes. Gistermiddag laaide de brand opnieuw op, maar dankzij de massale inzet van brandweer en twee blushelikopters bleef de vuurzee dit keer beheersbaar.

In de gebieden van vorig jaar is het gras alweer opgekomen, de heide nog niet. Op de plek waar ooit een bos stond, is nu een parabool aangelegd, een hoefijzervormige duin dat moet gaan stuiven.

Cathelijne Stoof van Alterra (Wageningen Universiteit) doet promotieonderzoek naar bosbranden, en liet in dat kader afgelopen jaar in Portugal een gebied van vijftien voetbalvelden gecontroleerd afbranden. Uit haar onderzoek blijkt dat het herstel van natuur afhangt van de hitte waaraan zij heeft blootgestaan. „In de vlammen hebben we een temperatuur gemeten van 900 graden, op de bodem was het 100 graden en één centimeter in de grond 25 graden. Wortels en zaden kunnen dan overleven en de natuur zal snel terugkeren.” Volgens Stoof is het een geluk bij een ongeluk dat het in Schoorl in het vroege voorjaar heeft gebrand. Dan zijn de nog niet uitgelopen gewassen weliswaar dor en zeer brandbaar, maar de bodem is juist vochtig, waardoor de vegetatie ondergronds wordt beschermd. Stoof waarschuwt dat er door de klimaatsverandering langere periodes van droogte zullen zijn en vindt dat daar bij de inrichting van terreinen rekening mee moeten worden gehouden. Brandgangen mogen volgens haar dan niet mooi staan in een natuurlijke omgeving, ze zijn wel effectief. „En waarom is Nederland in 1996 gestopt met het registreren van het aantal bosbranden? Onbegrijpelijk. We weten zo niet eens hoe groot het probleem is en of het toeneemt.”

Bosecoloog Sander Wijdeven van Staatsbosbeheer ondersteunt Stoof daarin. „We zijn daarmee gestopt omdat het bos minder economisch nut kreeg en we branden als een natuurlijk proces zien. Dat moeten we herstellen.”

Hij gaat niet mee in haar aanname dat het aantal branden zal toenemen. Wijdeven verwacht juist een daling, omdat er vooral gemengd bos is ontstaan en loofbomen het brandrisico verminderen.

„Toch zijn we hard bezig de bossen beter in te richten. De afgelopen jaren zijn veel zandwegen voor houtvervoer in onbruik geraakt en dichtgegroeid. Met de kennis van nu is dat niet verstandig geweest. We onderzoeken nu met de brandweer welke er weer open moeten. Bij lage vegetatie in de buurt van bebouwing of campings zullen de ouderwetse brandgangen terugkeren. Daar gaan we ook het sprokkelhout op de grond weer opruimen. Maar tegen kroonvuur dat van top naar top springt, doe je niet veel. Bij Kootwijk stak het vuur de A1 over!”

mailIcon print |