Het is een klassiek conflict, dat doet denken aan de film ’Avatar’. In het Indiase Niyamgirigebergte neemt de Dongria Kondh-stam het op tegen een multinational. De god Niyam Rajah deelt er een bergtop met het zeer gewilde mineraal bauxiet.
Kleine kruimels van een roodachtig steen springen de lucht in als Sikaka Kudungi met haar bijl de grond in hakt. Ze gromt en springt terwijl ze de bijl boven haar hoofd tilt en nog eens uithaalt. „Dit is wat we zullen doen als het bedrijf hier komt”, roept ze. „Dit is ons land, we gaan hier nooit weg.”
Samen met andere leden van de Dongria Kondh-stam is Sikaka op de vlakke top van het Niyamgiri-gebergte, in de Oost-Indiase deelstaat Orissa, samengekomen voor een jaarlijks offerfestival. Vrouwen, uitgedost met kleurrijke haarspelden en ieder drie neusringen, koken soep, terwijl mannen een geit braden die eerder die ochtend ritueel is geslacht. De kop van het beest hangt aan een paal, als een offer voor Niyam Rajah, de god van de bergen.
Ze doen dit al generaties lang, zegt Sikaka, maar niet alles is bij het oude gebleven. Naast de offerpaal hangen spandoeken met de tekst ’Bescherm Niyamgiri’ en mannen roepen slogans als ’We zullen vechten’ en ’We blijven hier’ door een luidspreker. Activisten uit nabijgelegen steden houden nauwkeurig bij wie er aanwezig is en wie met wie praat.
Ondanks eeuwenlange afzondering kan de Dongria Kondh-stam niet langer aan de politiek ontsnappen. Niyam Rajah deelt de bergtop namelijk met een waardevol mineraal, dat overal aan de oppervlakte te zien is: bauxiet, een erts van aluminium. En Vedanta Resources, een in Londen beursgenoteerde multinational die sinds 2006 een aluminiumfabriek heeft in het gebied, heeft zijn zinnen op het roodkleurige goedje gezet.
Orissa zit vol mineralen – de deelstaat heeft 28 procent van India’s ijzererts en ruim 50 procent van de in totaal 3 miljard ton bauxiet.
De overheid van Orissa tekende in de afgelopen paar jaar 54 verdragen met bedrijven over de mijnrechten in verscheidene districten. Vedanta tekende in 1997 voor de lease van het Niyamgiri-gebergte. In 2008 gaf het hooggerechtshof toestemming voor de mijn. Maar dit besluit stuitte op zoveel bezwaren vanuit lokale, nationale en internationale actiegroepen, dat de vereiste toestemming van het ministerie van milieu er nog altijd niet door is.
Mukesh Kumar, directeur van Vedanta’s aluminiumfabriek, snapt de ophef niet. „We hebben de mogelijke impact op het milieu uitgebreid onderzocht. Er is geen enkel dorp in het gebied waar we bauxiet willen mijnen. En de afwezigheid van bauxiet zal de boomgroei in het gebied juist stimuleren, omdat het regenwater beter de grond in kan trekken.”
Vedanta rekent duidelijk op de doorgang van het mijnproject. Er is alvast gebouwd aan een transportband die het bauxiet uit de Niyamgiri bergen naar de aluminiumfabriek in het dal moet vervoeren. Het bedrijf heeft ook toestemming voor een zesvoudige uitbreiding van de fabriek aangevraagd.
Zelfs de god Niyam Rajah vormt geen obstakel, volgens Kumar. „De god van de Dongria Kondh woont op een heel andere bergtop dan waar wij willen mijnen”, zegt hij, en wijst op een antropologieboek en een plattegrond van het gebergte.
Maar het offerfestival vindt wel degelijk in het voorgestelde mijngebied plaats. Om erkenning voor hun god te zoeken, zijn de Dongria Kondh begonnen aan de bouw van een tempeltje op de bergtop.
Bovendien staat er meer op het spel, zegt Siddharth Nayak, een advocaat die al jarenlang de belangen van de inheemse stammen vertegenwoordigt. „Deze mensen zijn volledig afhankelijk van de bergen. Ze zijn zelfvoorzienend dankzij het bos en de natuurlijke stroompjes water. Bauxiet houdt het water vast dat deze stroompjes voedt. Als dat wordt weggehaald, kan dat rampzalige gevolgen hebben voor het ecosysteem van de Niyamgiri.” Een rapport van Amnesty International dat eerder deze maand uitkwam, trekt dezelfde conclusie.
Het rapport stelt ook dat de overheid niet genoeg heeft gedaan om de rechten van de lokale mensen te beschermen. Het akkoord met Vedanta is bijvoorbeeld aangegaan voordat het ministerie van milieu toestemming had gegeven – iets wat ten grondslag lijkt te liggen aan het huidige conflict.
Volgens Braja Kishore Tripathy, minister voor staal en mijnbouw van 1999 tot 2004, heeft de regering echter niet alles in de hand. „Net als in andere ontwikkelingslanden, zijn multinationals als Vedanta machtiger dan de overheid”, zegt hij.
Maar advocaat Nayak heeft ook een machtig wapen in zijn strijd: de Indiase grondwet. Hierin zijn de gebieden opgenomen waar Adivasis wonen, inheemse stammen, en hun speciale rechten. Adivasis kunnen geen aanspraak maken op mineralen in hun gebied, maar ze moeten wel worden geraadpleegd voordat enig ontwikkelingsproject in het tribale gebied mag beginnen. „Dus zolang Vedanta geen instemming van de Dongria Kondh zoekt, mag het bedrijf geen groen licht krijgen om bauxiet uit de grond halen”, aldus Nayak.
Dit heeft Vedanta volgens hem niet gedaan. Ook Sikaka zegt dat zij en haar stamleden nooit iemand van het bedrijf hebben ontmoet. „Vedanta probeert tribaal land op illegale wijze in beslag te nemen”, aldus Nayak.
Volgens Mukesh Kumar is het land bij Vedanta in goede handen. ,,Voordat wij hier kwamen, was hier niets”, zegt hij over de omgeving van de aluminiumfabriek. „Nu is het vol bedrijvigheid. Indirect heeft Vedanta hier tienduizenden banen gecreëerd. We bouwen scholen en klinieken, en brengen elektriciteit en drinkwater naar huishoudens.”
De straten, elektriciteitspalen en scholen van Lanjigarh en de omringende dorpen zien inderdaad blauw van de Vedanta-logo’s. Volgens de dorpsbewoners doet Vedanta echter weinig anders dan de bedrijfsnaam overal opschilderen. Een ambtenaar bij de lokale overheid bevestigt dit. „De infrastructuur en faciliteiten zijn uitgebreid in Lanjigarh, omdat dit nu eenmaal nodig is vanwege het toenemende verkeer en de migrantenstroom door de aanwezigheid van de fabriek. Maar de feitelijke bijdrage aan ontwikkeling van Vedanta is eerlijk gezegd niet heel groot. Het is vooral publiciteit.”
De mensen zijn juist slechter af, zeggen omwonenden van de fabriek. „Ik ben mijn land kwijt, en heb er niets voor in de plaats gekregen”, zegt Remati, een vrouw uit het dorpje Kendugulda, dat gedeeltelijk plaats heeft moeten maken voor een landingsbaan.
Het land was officieel bezit van de overheid, maar Remati’s familie verbouwde hier al generaties lang groenten voor eigen gebruik. In het dorpje Chhatropur zegt Biswanat Tandi (12) dat hij moeite heeft met zijn huiswerk vanwege het lawaai dat uit de fabriek komt. Van de 27 jongens die er technische training van Vedanta hebben gekregen, heeft er geen enkele een baan.
Lingaraj Majhi uit het dorp Rengopalli klaagt over stank, rondwaaiend stof, vervuild water en huidirritaties. Amnesty International citeert in het recente rapport medische experts die een verband tussen de aluminiumfabriek en huidaandoeningen en ziektes als tbc trekken. Mukesh Kumar wijst deze beschuldigingen van de hand. „Onze fabriek is volledig vrij van vervuiling. Deze ziektes kwamen altijd al veel voor in dit gebied.”
Niet alle dorpsbewoners ondervinden negatieve gevolgen van Vedanta’s aanwezigheid. „Eerder liep er hier geen weg, en gingen mijn dochters niet naar school”, zegt Kosela Mandia, een Dongria Kondh-vrouw in het dorpje Khemdipadar, aan de voet van het Niyamgiri-gebergte. „En als Vedanta hier een mijn opent, dan krijgen we een baan.”
Advocaat Nayak heeft zijn twijfels bij deze positieve instelling. „Vedanta koopt de mensen om met geld en alcohol, dat heb ik op veel plaatsen gezien.”
Zelf is hij bedreigd. „Jongelui met stokken en hakbijlen stoppen mijn auto in dit gebied, en zeggen me rechtsomkeert te maken. Ze dragen het Vedanta-logo of rijden op motors die op naam van Vedanta staan.”
Journalisten en onderzoekers van niet-gouvernementele organisaties hebben soortgelijke ervaringen. „Elke vorm van protest wordt onderdrukt”, zegt Nayak. „Honderden stamleden en dorpsbewoners zijn gearresteerd. En de politie weigert om klachten van de arme mensen te registreren.”
„Het zijn allemaal buitenstaanders die onrust stoken”, zegt Mukesh Kumar. „Er is geen enkele groepering uit deze regio die bezwaar tegen ons mijnproject heeft. We kunnen ieder moment toestemming krijgen.” Nayak is echter net zo zeker van zijn zaak als Kumar. „Het gaat niet gebeuren. De mensen zullen de mijn nooit accepteren.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.