*

 

’Verbied je kind deur te openen’

Iris Pronk − 19/03/10, 00:00

De moord op Milly maakt sommige ouders bang. Moeten ze hun kinderen instrueren om de deur niet meer open te doen?

  • Het condoleanceregister voor Milly Boele in de hal van het stadhuis van Dordrecht. (FOTO EPA)

’Ik ben echt heel erg geschrokken, ook al kende ik haar niet. Ik ben zelf ook 12 jaar’, schrijft Elsbeth op de website van het Jeugdjournaal. De moord op Milly Boele door een buurman, die vorige week rond half zes bij haar aanbelde, maakt veel emoties los. Moeten ouders dit gruwelijke incident aangrijpen voor een opvoedkundige instructie: doe de deur niet meer open als je alleen thuis bent?

Gitty Feddema, gepensioneerd sociaal pedagoog en auteur van talloze opvoedboeken, beantwoordt die vraag met een volmondig ’ja’: „Ouders verwachten tegenwoordig dat kinderen al semi-volwassenen zijn. Ze krijgen te weinig grenzen aangereikt, terwijl de maatschappij steeds onvoorspelbaarder én gevaarlijker wordt.”

Mogelijk maakt een verbod op het openen van de deur kinderen bang, maar dat vindt Feddema geen bezwaar: „Angst hoort bij het leven, dat moeten kinderen ook leren.”

Ontwikkelingspsycholoog en gezinstherapeut Steven Pont vindt dat ouders de moord op het 12-jarige meisje juist niet moeten gebruiken voor een opvoedkundige les. „Want dit is een uitzonderlijke gebeurtenis. Elke dag dat je je kind naar school stuurt, loopt het een groter gevaar.”

Verwijzen ouders wel naar het lot van Milly, dan gaan kinderen misschien denken: ’Als ik de deur niet opendoe, dan ben ik verder veilig.’ Terwijl ze overal mensen kunnen ontmoeten die ’niet in orde zijn in hun hoofd’, zegt Pont. „Ouders moeten hun kinderen leren dat ze niet zomaar in een auto moeten stappen, en ook die man in het park niet moeten helpen zoeken naar zijn hondje.”

Pont adviseert om deze levensles pas over een paar weken te bespreken, als de gemoederen over de dood van Milly enigszins zijn gekalmeerd. „Het gaat niet om dit incident, maar om het principe: dat niet iedereen altijd het beste met je voor heeft.”

Daar sluit pedagoog Kees Bakker, bestuursvoorzitter van het Nederlands Jeugdinstituut, zich bij aan. Het is niet goed als kinderen te argeloos, te goed van vertrouwen zijn. Maar ouders moeten hun kinderen niet vanuit een ’paniekgevoel’ gaan aansturen.

„Het is niet realistisch om te zeggen dat kinderen nooit meer alleen thuis mogen zijn. Of dat ze voor bekenden de deur niet mogen openen. Doe je dat wel, dan maak je kinderen bang voor alles en iedereen. Dan zeg je: ’Je kunt niemand vertrouwen.’ Dat is geen goede boodschap.”

Pedagoog Bakker heeft zijn eigen kinderen geleerd om de deur niet te openen voor onbekenden. Opvoeden blijft balanceren op een smal randje.

„Je moet kinderen gaandeweg meer vrijheid geven, ze stimuleren tot zelfstandigheid, en ze tegelijkertijd voorbereiden op risico’s. Dat is moeilijk.”

mailIcon print |