Ajax bracht PSV gisteren een mentale dreun toe (4-1), met de slagkracht die spreekt uit zijn vrij uitzonderlijke doelcijfers. PSV ontmaskerde zichzelf opnieuw, als labiel en weinig doortastend.
Met een soms curieus vertoon van effectiviteit én, ongebruikelijker, onbreekbaarheid verschafte Ajax gisteren zichzelf en zijn aanhang een nieuwe impuls in het langzamerhand cruciale stadium van een seizoen waarin de panelen hoe dan ook lijken te verschuiven. Of de verhoudingen helemaal op hun kop kunnen worden gezet moet nog blijken, maar in de onderlinge strijd van de gevestigde orde werd PSV als de nationale heerser in deze eeuw een mentale dreun van jewelste toegebracht.
Met opnieuw riante cijfers boekte Ajax zijn zevende achtereenvolgende competitiezege (4-1), in een reeks met inmiddels 24-1 als doelcijfers. Aan de voorlopig nog aanzienlijke achterstand van zes punten op koploper FC Twente veranderde dat niets, maar het contrast met de curve van PSV tekent zich scherp af –en werpt de vraag op wat op korte termijn vooral de psychologische gevolgen daarvan kunnen zijn.
PSV leed in de Arena zijn tweede nederlaag op rij, volgens een patroon dat uiteindelijk tal van parallellen vertoonde met de ondergang van een week eerder bij NAC (2-1). In Breda had PSV bovenal zichzelf ontmaskerd als niet doortastend genoeg en labieler dan gedacht, en gisteren gebeurde feitelijk hetzelfde. Trainer Rutten, die vorige week nog krampachtig wilde doen geloven dat de balans incidenteel was verstoord, constateerde gisteren met een zorgelijk gezicht dat zijn ploeg was verbrokkeld.
De dogmatisch ingestelde coach had andermaal moeten ervaren dat een doordacht strijdplan, en daarmee de tactiek, niet altijd de doorslag geeft. In de Arena leek PSV zijn zaakjes in strategisch opzicht aanvankelijk op orde te hebben en vielen de gaten in die fase vooral op het middenveld van Ajax, maar uiteindelijk glorieerde toch de trainer van díe ploeg. Jol daalde na afloop met een gebalde vuist af in de catacomben, en in dat gebaar van de Ajax-coach school veel symboliek.
In de laatste fase van een seizoen waarin ook onder zijn leiding de nodige scepsis was opgeroepen, deelt Ajax dan toch aanhoudend rake klappen uit –met een onderhand uitzonderlijk moyenne van zo goed als drie doelpunten per wedstrijd. En waar vooral PSV zich nog dacht te kunnen vastklampen aan de wetmatigheid dat het minste aantal tegendoelpunten goed is voor de titel, staat Ajax nu ook op dat vlak in de plus: 18 om 21 bij FC Twente en 22 bij PSV.
De vuist van Jol stond daarnaast voor iets van de straatvechtersmentaliteit, al is dat voor Ajax nog een groot woord, die de pragmatische Haagse coach graag op zijn ploegen overbrengt. Ajax toonde zich buigzaam toen het in eerste instantie door PSV leek te worden ontrafeld, en uiteindelijk verschrompelden op het middenveld juist de vormgevers van PSV. Ook dát was eerder in Breda al gebeurd en opnieuw werd het verval bovenal door Afellay belichaamd.
De gefrustreerde spelmaker, die vorige week al aan de rode kaart was ontsnapt, duwde gisteren in de slotfase zijn elleboog in het gezicht van Enoh. Het kon bijna niet worden gezien door de verder uitstekend leidende arbiter Blom, maar op basis van de beelden mag Afellay alsnog een schorsing vrezen. Zo zou hij zaterdag het belangwekkende duel met uitgerekend FC Twente kunnen missen, waarmee zou worden onderstreept hoezeer hij PSV nota bene als aanvoerder al langere tijd dupeert.
In speltechnisch opzicht werd PSV ook gisteren gehinderd door een gebrek aan rendement in het langzamerhand voorspelbare spel van de veel met de bal lopende Afellay. Aan zijn zijde zakte opnieuw ook Engelaar gaandeweg steeds verder weg en de derde middenvelder, Bakkal, toonde zich evenmin voor het eerst weinig doelmatig. Vooral daardoor, én door het fnuikende gebrek aan finesse bij de nieuwe vleugelaanvaller Amrabat, kon PSV zijn tactische overwicht in de eerste helft niet uitbuiten.
Ajax was wél trefzeker, met de slagkracht die spreekt uit zijn doelcijfers –al werden de verhoudingen er gisteren aanvankelijk mee vertekend. Middenvelder De Jong duwde de bal in het doel, nadat een schot van Suarez nog door doelman Isaksson was gekeerd (1-0). Het hoogtepunt van de wonderlijke en intense middag werd kort vóór rust verzorgd door Emanuelson, de vaak ingetogen flankspeler die gisteren zijn tanden toonde en explodeerde door de bal met nota bene zijn zwakke rechtervoet in de bovenhoek te jagen (2-0).
Het kunststuk was al fijnzinnig ingeleid met een hakbal van Pantelic, die in de tweede helft ook zelf scoorde na weer een knullige fout van Amrabat (3-0). Zo kon Jol zich óók verkneukelen om de waardevolle inbreng van zijn Servische protégé. Na de ontluistering, afgesloten met een strafschop van de zwakke Dzsudzsak na hands van Vertonghen (3-1) en een eenvoudig uitgespeelde treffer van Suarez (4-1), had Rutten zichtbaar even geen enkel houvast meer. Zaterdag zal tegen FC Twente blijken of dat nog te hervinden is –en of het op drift geraakte Ajax zich nog werkelijk illusies mag maken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.