*

 

Opheffing van het celibaat betekent niet het einde van misbruik

Door: redactie − 15/03/10, 00:00

Ook in Nederland is een stroom weerzinwekkende berichten op gang gekomen over misbruik van minderjarigen in rooms-katholieke instellingen. Een onafhankelijk onderzoek daarnaar is absoluut nodig, maar er moet meer gebeuren.

Onthullingen over (seksueel) misbruik van minderjarigen door rooms-katholieke geestelijken waren er eerder in de Verenigde Staten, Ierland en recent in Duitsland en Oostenrijk. Nederland is geen uitzondering : het geestelijk gezag werd regelmatig misbruikt voor vleselijke genoegens.

Dat misbruik heeft zich in Nederland niet beperkt tot de jaren vijftig en zestig. Het heeft zich ook in het recente verleden voorgedaan.

Vaker ook dan in andere kringen? Dat staat nog niet vast. Waar macht niet gelijk is verdeeld, wordt die misbruikt, helaas. Iedere gezagsverhouding kan de gezagsdrager in de verleiding brengen zijn positie te misbruiken. Seksueel misbruik komt derhalve in allerlei instellingen, organisaties en kringen voor. De rooms-katholieke instellingen zijn daarin niet uniek.

Die constatering is belangrijk omdat in reactie op de berichten door sommigen al te gemakkelijk een verband wordt gelegd met het celibaat. Er zijn goede vragen te stellen bij deze verplichte onthouding van fysieke intimiteit, maar om het celibaat aan te wijzen als oorzaak van seksuele misdaden is te rechtlijnig redeneren. Het kan een rol spelen, maar opheffing van het celibaat betekent niet het einde van misbruik, als de basis daarvoor – de ongelijke machtsverhouding – blijft.

Uniek is de rooms-katholieke kerk wel in de omgang met gevallen van seksueel misbruik. De officiƫle richtlijn van Rome zegt dat die gevallen altijd in eigen kring onderzocht en opgelost moeten worden; er mag niets naar buiten. Die richtlijn dateert niet van eeuwen her maar is recent, en Rome zou die richtlijn van tafel moeten halen.

Dat de Nederlandse bisschoppenconferentie nu heeft besloten tot een onafhankelijk onderzoek is een goede, eerste stap. Het onderzoek en de man die dat gaat leiden verdienen vertrouwen. Het feit dat de kerk zelf de opdrachtgever is, mag geen reden zijn de onderzoekscommissie informatie te onthouden. Haar voorzitter, Wim Deetman, heeft meer dan voldoende bestuurlijke en politieke ervaring om garant te kunnen staan voor een gedegen onderzoek. En met het instellen van deze onderzoekscommissie erkent de kerk in ieder geval dat de regel misbruik binnen de eigen muren te houden en naar buiten te zwijgen, een foute was.

mailIcon print |