*

 

Soort zoekt soort, ook bij schoolkeuze

James Kennedy − 13/03/10, 00:00

Een meerderheid in de Tweede Kamer lijkt het PvdA-wetsvoorstel te willen steunen voor een acceptatierecht in het onderwijs. Scholen kunnen dan niet langer leerlingen weigeren, als hun ouders maar respect hebben voor de grondslag van de school. Volgens de indieners betekent dit grotere keuzevrijheid voor ouders en zal het ervoor zorgen dat achterstandsleerlingen beter verdeeld worden over de scholen. Zou hierdoor het aantal zwarte scholen afnemen? Ik ben bang dat meer keuzevrijheid juist zal leiden tot meer segregatie.

Op het eerste gezicht is het geen slecht voorstel. Zo kunnen nominale religieuze scholen tenminste geen leerlingen meer weigeren op vage gronden. Maar volgens de christelijke onderwijsorganisaties gebeurt dit niet. Zij wijzen op onderzoek waaruit blijkt dat christelijke scholen vaak een afspiegeling zijn van hun buurt.

Het lijkt me een miskenning van het probleem. Het grootste probleem is niet dat achterstandsleerlingen de toegang tot bijzondere scholen wordt ontzegd, maar dat blanke ouders uit de middenklasse gebruik maken van hun keuzevrijheid en voor hun kinderen bijzondere scholen kiezen. Nederlandse ouders hechten aan hun bijzondere scholen, vooral die met vernieuwende onderwijsvisies, zoals de Montessori-, Dalton-, Jenaplan- en vrije scholen. En het is de vraag of de politieke wil bestaat om een einde te maken aan díe keuzevrijheid.

Om werkelijk spreiding van leerlingen te bewerkstelligen, zullen maatregelen een dwingend karakter moeten hebben, leert het Amerikaanse voorbeeld. Daar werd de op ras gebaseerde segregatie lang in stand gehouden, maar sinds de Civil Rights Movement zijn talloze initiatieven genomen om desegregatie te bevorderen, de één meer succesvol dan de andere.

Eén van de meest omstreden maar ook meest succesvolle wetten was de mandatory busing, de verplichte menging waarbij Afro-Amerikaanse kinderen in schoolbussen naar witte scholen werden gebracht. Toen het verplichte karakter verdween, nam de segregatie weer toe. Segregatie blijft dus een probleem in het Amerikaanse onderwijssysteem, ook al zijn er veel minder bijzondere scholen en zijn ze bovendien duur vanwege gebrek aan publieke financiering.

Vaak wijzen we naar Amerika alsof deze problemen daar veel groter zijn. Maar uit recent onderzoek door de Amerikaanse onderzoekers Ladd en Fiske is gebleken dat de segregatie in het onderwijs in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht omvangrijker is dan in Amerika. In deze steden zit 80 procent van de allochtone achterstandsleerlingen op een zwarte school, in Amerikaanse steden is dat ’maar’ 50 procent.

Gelukkig is er ook goed nieuws. Hoewel zwarte scholen vaak zwak scoren volgens de Onderwijsinspectie, doen zij ook een aantal dingen heel goed. Leerlingen op zwarte scholen in Nederland lopen hun achterstand sneller in dan leerlingen op Amerikaanse zwarte scholen of zelfs zwakke leerlingen op Nederlandse witte scholen. Dit komt volgens de onderzoekers waarschijnlijk door de financieringsstructuur. In Amerika worden scholen lokaal gefinancierd. Arme regio’s hebben dus snel zwakke scholen. In Nederland wordt juist extra geld gepompt in scholen met veel achterstandsleerlingen. Deze scholen kunnen dus meer leerkrachten en ondersteunend personeel aannemen. Maar dit hoeft niet te leiden tot beter kwaliteit; de inspectie beoordeelt deze scholen niet altijd gunstig.

Kortom: de onderwijssegregatie is in Nederlandse steden sterker dan in Amerikaanse steden. Hoe erg dat is blijft een punt van discussie. Maar weinig wijst erop dat deze segregatie wordt veroorzaakt door het afwijzingsbeleid van bijzondere scholen. Het wordt waarschijnlijk veroorzaakt door het bestaan van allerlei verschillende aantrekkelijke typen scholen, waardoor ouders de school kunnen kiezen die past bij hun levensstijl. Soort zoek soort. Zo krijg je vanzelf homogene clubjes, zelfs als niemand wil discrimineren. De ouders die het hardst zoeken naar passend onderwijs zijn witte ouders uit de middenklasse. Zij zullen dus het meest van dit acceptatierecht profiteren, terwijl zij het eigenlijk niet nodig hebben.

Eén ding lijkt wel duidelijk: als je werkelijk hard wilt werken aan desegregatie, moet je de keuzevrijheid voor ouders sterk verminderen. Maar zo’n impopulaire maatregel is wellicht niet te verwachten in een verkiezingsjaar.

mailIcon print |