De verdediger, Ulrich Busch, las een verklaring voor. Ivan Demjanjuk lag weer op zijn bed, met zonnebril maar zonder pet dit keer – het maakte hem jonger. Naast hem vertaalde zijn vrouwelijke tolk, die ik in al die weken in niets anders heb gezien dan in een zwart jasje, een zwarte rok en zwarte panty’s. Misschien is het een voorgeschreven tolkenuniform.
Wij allen luisterden. De vijfkoppige rechtbank met de twee lekenrechters, de officier, de griffier, de acht raadslieden van de medeaanklagers, de gerechtsdienaar met het wapentuig om haar middel, de gerechtsarts en wij op de tribune, de waarnemers, wisselend in samenstelling maar met een harde kern, een kern waarvan de leden elkaar bij het betreden van de zaal begroeten of toeknikken. Ziedaar het tableau de la troupe in deze rechtszaal in München, zoals het gisteren bijeen was en luisterde naar de monotone stem van Ulrich Busch. Heel vast was die stem overigens niet, de raadsman voert een soms door emotie geleide verdediging, betrokken als hij zich voelt bij het trieste lot van een groot deel van de Oekraïense bevolking ten tijde van de oorlog. Zijn vrouw is Oekraïense, ze zit vaak op de tribune, sterk meelevend met haar man. Ze lijken ervan overtuigd dat Ivan Demjanjuk, in de Oekraïne geboren, een slachtoffer is, een slachtoffer van dwalingen van de justitie, eerst de Israëlische, toen de Amerikaanse, en nu de Duitse. Hij werd respectievelijk ter dood veroordeeld, in hoger beroep vrijgesproken, en later uit de Verenigde Staten uitgewezen. Nu staat hij, bijna negentig jaar oud, terecht voor medeplichtigheid aan moord in bijna dertigduizend gevallen.
Busch acht niet bewezen dat Demjanjuk een in Trawniki opgeleide kampbewaker was. Het persoonsbewijs nummer 1393 houdt hij voor een vervalsing. In de verklaring die hij voorlas wees hij op een uitspraak van getuige Alex Nagorny, die wel een Trawniki-man was, en die zei dat hij zijn persoonsbewijs had verbrand vlak voor hij in handen viel van de Amerikanen. Ene Ivan Demjanjuk zou toen trouwens in zijn gezelschap zijn geweest, maar Nagorny herkende de man in het bed niet. Busch vroeg zich af waarom men Nagorny niet het persoonsbewijs van Demjanjuk had getoond, ter identificatie. Die vraag was kennelijk retorisch: Nagorny was alleen maar gedaagd om tegen Demjanjuk te getuigen, ’dat was de categorische imperatief’. Om hem tegen Demjanjuk te laten getuigen moest Nagorny zelf buiten schot van justitie blijven, hoewel er, volgens Busch, tegen hem een veel sterkere bewijslast van deelname aan massamoord bestaat dan tegen Demjanjuk.
Ik meende dat hier ergens de stem van Busch onvast werd, drijvend op een emotionele onderlaag, een onderlaag die hem er ook toe brengt af en toe vreselijk uit te glijden en van Trawniki-mannen even grote slachtoffers te maken als de joodse dwangarbeiders die ze moesten bewaken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.