Ze vallen niet op, ze zijn klein, grijs met bruin en ze leven heimelijk in struiken en heggen. Behalve als de winter op zijn laatste benen loopt.
Dan barsten ze los. Sinds een week hoor ik ze elke dag zingen. Duidelijk zichtbaar, in de top van een boom, hun kopje in de nek, zingen ze hun liedje. Een liedje van zilver. Kwikzilver. Het is of ze hun lied versneld afspelen: hoog en razendsnel. Heggemussen zijn nog meer verwant aan de mezen dan aan de mussen. Ze hebben een scherp, smal, spits snaveltje. Zaadjes eten ze vrijwel nooit.
Insecten willen ze! Daarom is voor heggemussen de winter een moeilijke tijd, en is er alle reden tot gezang als de lente voor de deur staat. Maar daarom zingen ze niet, ze zingen om buurmannen uit de buurt te houden en buurvrouwen te binden. Ze rommelen wat af op cupidaal gebied. Er zijn altijd wel ongepaarde mannetjesheggemussen bereid om een vrouwtje te bespringen als haar man even niet kijkt.
Haar man houdt haar dus in de gaten en mocht hij haar een minuut of wat uit het oog verliezen, dan wantrouwt hij haar tot op het bot. Maar dat zegt hij niet. Hij doet juist net of hij haar liever heeft dan ooit. Hij paait haar, hij aait haar. Als ze zich hem gevleid haar achterwerkje aanbiedt, pikt hij dat eerst grondig leeg. Mocht zich er een nalatenschap van de buurman in bevinden, dan verwijdert hij die. Biologen zeggen dan dat hij een buitenechtelijke bevruchting probeert te voorkomen. Maar zelf denkt die vogel niet aan bevruchtingen. Hij denkt alleen maar: weg met die viezigheid. Denk ik.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.