*

 

De tuin verdient een volkoren boterham

Hans Marijnissen − 13/03/10, 00:00

De lente zit in de lucht, al is het maar omdat de zakken met mest en bodemverbeteraar bij het tuincentrum de deur uitvliegen. Tweemaal per jaar, in voorjaar en zomer, hebben de borders iets extra’s nodig. Tenminste, zo denken de meeste Nederlanders erover. Maar wie het blad laat liggen en planten uitzoekt die bij de bodemsoort en locatie (zon/schaduw) horen, kan gewoon de natuur haar werk laten doen.

Tuinliefhebbers die het proces van compostering toch een handje willen helpen, moeten deze weken aan de slag. Bij ’groen’ tuinieren hoort in ieder geval geen kunstmest. De productie van dit chemische product is wereldwijd goed voor circa 1 procent van de totale CO2-uitstoot. Kunstmest verstoort het ecosysteem en ondermijnt de basis van de plantenwereld. Het creëert als het ware een kunstmatige omgeving, waarin de planten ’boosten’.

„Kunstmest moet je zien als de cola en koffie in de mensenwereld”, zegt Geert Naber van ECOstyle. „Het houdt je op de been, maar erg gezond is het niet. Terwijl je de planten ook kunt voeden met volkoren boterhammen”, zoals hij de producten van zijn bedrijf noemt. ECOstyle is gespecialiseerd in de ontwikkeling van ecologisch verantwoorde producten bodem, plant en dier. Directeur Anne Jan Zwart staat op nummer 52 in Trouws Duurzame Top 100. Zijn bedrijf is marktleider als het gaat om organische bemesting in Nederland.

Die meststoffen zijn opgebouwd uit louter organische, natuurlijke grondstoffen, vaak bijproducten uit de voedingsmiddelenindustrie, zoals kokosvezels. Daaraan zijn schimmels en bacteriën toegevoegd die van nature in de bodem voorkomen. Het gaat om schimmels die zorgen voor een goede wortelontwikkeling en bacteriën die stimuleren dat bijvoorbeeld grasmaaisel sneller wordt afgebroken zodat dit kan dienen als voeding.

Afgezien van de milieubelasting die productie van kunstmest wel kent, hebben organische meststoffen volgens Naber andere voordelen. „Ze voeden het bestaande bodemleven, zijn dus aanvullend, en zorgen daardoor voor een mooie bodemstructuur en vitale bodem.” Het voordeel verder is dat organische mest kan worden gebruikt in combinatie met kalk. Dat is bij kunstmest niet het geval. Ook kan organische mest niet verbranden bij toepassing in de zon of bij hogere temperaturen. En organische meststoffen worden langzaam opgenomen en werken daardoor wel zo’n vier maanden. Ze spoelen niet uit, terwijl kunstmeststoffen in het oppervlaktewater terechtkomen.

Prachtig, maar wat is er mis met dierlijke mest, zoals koemestkorrels? Helemaal niets, zegt Naber. „Vooral oudere tuinders zweren bij het uitstrooien van dierlijke mest. Dat zijn ze gewend. Er is wel sprake van een geringe stikstofvervuiling, maar het grootste bezwaar tegen koemest is eigenlijk dat het slechts een bodemverbeteraar is en geen voedingswaarde heeft.”

Dan zijn er de ’organische mineralen’, een mestproduct dat organische meststoffen en kunstmest worden combineert. „De een stimuleert het bodemleven, de ander doodt het”, zegt Naber. „Dat lijkt mij een weinig nuttige combinatie.”

mailIcon print |