„In 1977 verhuisden we voor drie jaar naar Amerika omdat mijn man door zijn bedrijf werd uitgezonden. Met drie kinderen tussen de 7 en 14 jaar oud was dat in het begin best heel moeilijk. We woonden in de suburbs van New York aan een pleintje met vier huizen, verder was er in de wijde omgeving niets te bekennen. De buren waren niet heel toeschietelijk, niemand zei ’Kom eens een kopje koffie drinken’. In de supermarkt stond ik uren te lezen wat er allemaal in de pakjes zat, want ik herkende niets. We hebben ons snel aangemeld voor een cursus Engels voor buitenlanders, maar die bleek vooral bedoeld voor mensen die niet verder kwamen dan yes en no. Wij hadden natuurlijk wel al een basis, daarom adviseerde de docent een cursus creative writing. Ik had geen idee wat het was, maar het heeft me ontzettend geholpen. Niet alleen heb ik er veel Engels door geleerd, maar ik heb er ook allerlei mensen ontmoet met wie ik nog steeds contact heb.
Toby van den Berg (78), gepensioneerd secretaris uit Almere:
Toch bleef iedereen aan mij horen dat ik buitenlands was. Zelfs de slager vroeg meteen ’Where are you from?’ als ik gehakt bestelde, maar mijn kinderen pikten de taal moeiteloos op. Werken mocht ik niet; zelfs de kinderen mochten niet eens een krantenwijk. Maar ik had m’n handen vol aan het huis en mijn gezin.
Ik maak nog regelmatig koekjesrecepten uit die tijd. En ik weeg nog altijd alles af met cups, want Amerikanen doen niet anders. Als vriendinnetjes van mijn kinderen bij ons een weegschaal in de keuken zagen staan, hadden ze geen idee wat het was. Gekookte aardappelen kenden ze trouwens ook niet. ’Wat is dat? Moet ik dat eten?’, vroegen ze dan.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.