Jeugdgevangenissen staan leeg, deels vanwege hun slechte imago. Problematische jongeren komen vaker in de gesloten jeugdzorg terecht. Zijn ze daar beter af?
Drie jeugdgevangenissen – in Den Helder, Vught en Rekken – hangt een mogelijke sluiting boven het hoofd. Als ze dicht gaan, dan sterven ze ’als een zwaan’, zegt Paul Vlaardingerbroek, hoogleraar jeugd- en familierecht aan de universiteit van Tilburg. Want de justitiële instellingen hebben volgens hem een ’enorme sprong gemaakt ten goede’.
Vlaardingerbroek zet vraagtekens bij een opvallende trend in de omgang met problematische jongeren. Die komen via politie, bureau jeugdzorg en kinderrechter steeds vaker in de gesloten jeugdzorg terecht. Dat is een van de redenen waarom de jeugdgevangenissen zo snel zijn leeggelopen: in januari 2008 was 90 procent van de plekken bezet, in november 2009 nog maar 55 procent.
Tegelijk nam de vraag naar gesloten jeugdzorg (een tussenvorm van jeugdgevangenis en internaat) flink toe. Dezelfde jongeren met dezelfde problemen krijgen een ander label.
De betrekkelijk nieuwe gesloten jeugdzorg heeft een aanzuigende werking en wordt gezien als een ’beter alternatief’ voor opsluiting in de jeugdgevangenis. Want die heeft een negatief imago, onder meer door een rapport van verschillende inspecties uit 2007. Daaruit bleek dat veel justitiële jeugdinrichtingen onveilig waren en dat jongeren met ernstige gedragsproblemen er nauwelijks werden behandeld.
Maar sindsdien hebben de jeugdgevangenissen ’een noodzakelijke verbeterslag gemaakt’, zegt Vlaardingerbroek. Ze hebben de behandelmethode ’Youturn’ omarmd en doen veel aan nazorg voor jongeren die hun straf hebben uitgezeten. „Er is ontzettend veel deskundigheid binnen die instellingen.”
Dat geldt volgens hem niet per se voor de gesloten jeugdzorg, waarmee voor het eerst werd geëxperimenteerd in 2006. „Over de effectiviteit van de gesloten jeugdzorg is nog maar weinig bekend”, aldus Vlaardingerbroek. Hij stelt dat jongeren met ernstige gedragsproblemen misschien zelfs wel beter af zijn in de jeugdgevangenis: „Want de gesloten jeugdzorg is nog heel erg aan het worstelen.”
Ook Peter van der Laan, bijzonder hoogleraar reclassering aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, vraagt zich af of de gesloten jeugdzorg wel zoveel beter is voor problematische jongeren dan de jeugdgevangenis. „Volgens mij is het lood om oud ijzer. De behandelmethoden verschillen niet erg van elkaar.” Van de resultaten van die methoden heeft hij niet zo’n hoge pet op, omdat jongeren zowel in de gesloten jeugdzorg als de jeugdgevangenis achter hekken en dichte deuren zitten. „We accepteren die geslotenheid als vanzelfsprekend. Maar die bevordert de behandeling niet. Uit recent onderzoek weten we dat bij opgesloten jongeren de motivatie verdwijnt.”
Mariëlle Bruning, hoogleraar jeugdrecht aan de Leidse universiteit, weet nog niet of de verschuiving van jeugdgevangenis naar jeugdzorg een goeie zaak is: „Ik hoor wisselende verhalen.” Feit is volgens haar wel dat er in de gesloten jeugdzorginstellingen nog onvoldoende oog is voor de individuele problemen van jongeren. „Vaak hoor ik: ’Het is al mooi dat hij een vast dagritme heeft en meedoet met de dagbesteding.’ Maar elke jongere moet een passende behandeling krijgen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.