*

 

Iedereen wil zijn eigen heetwaterbron

Esther Bijlo − 16/03/10, 00:00

De jacht op het hete water diep onder de grond is geopend. Wie trekt de nieuwe bron van energie naar zich toe?

  • In Pijnacker treedt een mijnwerkerskoor op ter gelegenheid van de eerste boring. (FOTO JOÿL VAN HOUDT)
  • (Trouw)

Twee boren gingen de afgelopen weken de grond in om op kilometers diepte te speuren naar aardwarmte, in Den Haag en in Pijnacker. Er zijn inmiddels tientallen vergunningen verleend om elders hetzelfde te doen. De interesse groeit, want: Wie het eerst komt, die het eerst maalt.

Aardwarmte benut heet water, diep onder de grond. Op zo’n twee kilometer diepte is het water 60 tot 85 graden warm. Eenmaal omhoog gepompt kan het dienen om woonwijken, kantoorparken, tuinbouwbedrijven of zwembaden mee te verwarmen. Een kilometer dieper gaat het water richting kookpunt. Daarmee is elektriciteit op te wekken.

Net als bij olie geldt ook voor aardwarmte: wie er het eerste bij is, kan de bron benutten. Er is een flinke lap onder de grond nodig om de warmte te kunnen gebruiken. De ondergrondse installaties mogen niet te dicht bij elkaar liggen, dan ’pikken’ ze warmte van elkaar. Heeft een tuinder eenmaal een vergunning om te boren, dan kan de naburige woonwijk die bron van energie vergeten.

„De markt is nu volkomen vrij”, constateert Enno Bregman, projectleider geothermie (aardwarmte) bij de provincie Drenthe. „Dan wordt het een beetje wildwest. Er zijn nu ook veel adviesbureaus die zich erop storten. Een lijn ontbreekt, dat zie je in het Westland.” Daar is een lappendeken aan verleende vergunningen ontstaan, aangevraagd door tuinders.

Ook bodemadviesbureau T & A Survey ziet „een beetje cowboytoestanden” aankomen, zegt Ger de Bruin van het bureau. „De interesse neemt toe. In het Westland is de vraag groter dan het aanbod. Daardoor zullen sommigen, dat kunnen ook gemeenten zijn, achter het net vissen.”

Het ministerie van economische zaken gaat over ’de diepe ondergrond’, constateert De Bruin, maar zou de regie nog verder naar zich toe kunnen trekken. Alles wat dieper dan 500 meter ligt, is van de Nederlandse Staat. Het warme water op een paar kilometer diepte is net als olie en gas een delfstof. Economische Zaken geeft daarom de vergunningen uit om aardwarmte op te sporen, zoals in Pijnacker en Den Haag.

Voordat een opsporingsvergunning wordt verleend, krijgen concurrenten drie maanden de tijd hetzelfde stuk grond te claimen. Als dat gebeurt, probeert het ministerie de partijen tot samenwerking te bewegen. „Dat gebeurt ook wel”, ziet De Bruin. „Maar in het Westland zie je dat uiteindelijk toch een keuze moet worden gemaakt: de één wel, de ander niet.”

De vraag is of de bodemschatten op die manier wel optimaal worden benut, legt zijn collega Martin Vlaming uit. „De stukken grond die aan de tuinders worden toegewezen, liggen grofweg onder de eigen kassen. Maar de geologische lagen op enkele kilometers diepte kunnen daar wel eens dwars doorheen lopen. Dan haal je er niet uit wat erin zit. Dat geldt ook voor de stukken grond die je overhoudt. Er ontstaat een hoeveelheid postzegels met lege plekken daartussen. Die kun je later niet meer benutten omdat ze ieder voor zich te klein zijn.”

Om dat te voorkomen, trekken veel provincies de regie over aardwarmte naar zich toe. Utrecht laat nu het hele grondgebied uitkammen op geschikte locaties. De Noordelijke provincies zijn al langer bezig, met Enno Bregman van de provincie Drenthe als trekker. „Het wordt druk in de diepe ondergrond”, ziet Bregman. „Niet alleen met aardwarmte, maar ook door lege gasvelden, zoutkoepels, CO2-opslag. Aardwarmte heeft zo’n sterke koppeling met de bovengrond, dan is het logisch om de regie niet bij het Rijk, maar bij de provincie te leggen.”

Zo ver is het ministerie evenwel nog niet. Maar het is ook te vroeg voor een strakkere regie vanuit het Rijk, stelt Economische Zaken in een reactie. Het ministerie vindt dat er meer kennis nodig is van de diepe grondlagen, om een van bovenaf opgelegde ’herverkaveling’ te rechtvaardigen. Eerst maar eens al die eerste boringen uitvoeren, redeneert het ministerie.

mailIcon print |