Demjanjuk? Weer Demjanjuk? Hier op deze plaats, terwijl de lente in aantocht is, en mannen macht en aanzien afstaan om meer bij hun kinderen te zijn, nu alles dus zachter wordt – moeten we het dan hier weer over Demjanjuk en zijn proces hebben?
Een wat vermoeide collega had becijferd dat er inmiddels al 32 kleine verslagen (15.000 woorden) aan waren gewijd. En eerder had een lezer de term ’buitenmaatse aandacht’ gebezigd, maar anderen protesteerden daartegen: die meenden dat dit verhaal – dat onder anderen de vernietiging omvat van ruim dertigduizend Nederlandse joden – niet vaak en indringend genoeg verteld kon worden.
Maar ik twijfel zelf ook. Moeten we blijven terugkeren, of liever afdalen, naar die beginjaren veertig, in wat de nazi’s toen het Generaal Gouvernement noemden, dat centrum en die zuidoosthoek van Polen, met Warschau en Lublin, in dat zwarte gat van onze beschaving?
Daar lieten ze hun eerste vernietigingskampen ontstaan, Belzec, Sobibor, Treblinka. Waarom daarnaar terugkeren? Die geschiedenis kennen we nu toch wel? En Ivan Demjanjuk, de Oekraïner die aan de dood in een Duits krijgsgevangenenkamp ontsnapte door kampbewaker in Sobibor te worden, dat was toch maar een klein radertje in die vernietigingsmachine?
En toch. Toch ga ik hier nog even door, nu vandaag in zaal A101/1 van de rechtbank in München het proces wordt hervat. Niet alleen omdat het proces wordt geafficheerd als ’het laatste grote naziproces’ maar ook vanwege een bijzonder perspectief : gepoogd wordt te kijken door de ogen van een kleine, maar niet onbeduidende meeloper, een meeloper die aan de rand stond van een gapende afgrond, waarin honderdduizenden mensen verdwenen.
Het proces is een poging tot reconstructie. Van Belzec en Sobibor is niets bewaard, elk spoor moest worden uitgewist. Het proces brengt ons terug, terug naar een van die kampen, naar Sobibor, we zien het voor ons geestesoog weer opgericht worden, via allerlaatste ooggetuigen, via snippers van dossiers en documenten, via deskundigen.
En te midden van dat alles ligt een onwillige, niet coöperatieve aangeklaagde, vrijwel roerloos in zijn bed naast zijn rechters. En toch spannen mensen zich in, ook zijn leven te reconstrueren, dat van de tractorrijder in de hongerende Oekraïne, toen nog het rijk van Stalin, dat van de krijgsgevangene, die overstapte naar de vijand en zich in kamp Trawniki liet omscholen. Trawniki: leverancier van het personeel van de vernietigingskampen, de school voor vuile handen.
Daarover had in januari de historicus Dieter Pohl verteld en deze week is hij terug om door de rechtbank en de verdediging gehoord te worden. Terug dus bij die afgrond.
Mannen met macht die kiezen voor hun gezin. Wat leven we in een heerlijke tijd. Maar staat u me toe te blijven omzien, in aflevering 33, naar nog geen mensenleven geleden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.