*

 

Alles is nieuws bij een landelijke hype

Bart Zuidervaart − 20/03/10, 00:00

De dood van het 12-jarige meisje Milly Boele uit Dordrecht werd breed uitgemeten in de media. Hoe een persoonlijke tragedie uitgroeide tot een landelijke hype. Media-ethicus Evers: „We kunnen er wel weer een debat over houden. Maar volgende keer slaat de angst bij media weer toe: Zijn we wel de snelste?”

  • De vader van Milly na haar verdwijning bij SBS6. (Trouw)
    De vader van Milly na haar verdwijning bij SBS6. (Trouw)
  • Ook de Telegraaf pakte groot uit met de zaak Milly Boele. (Trouw)
    Ook de Telegraaf pakte groot uit met de zaak Milly Boele. (Trouw)
  • Luchtfoto van de tuinen aan het Schuilenburg  in Dordrecht. (FOTO ANP)
    Luchtfoto van de tuinen aan het Schuilenburg in Dordrecht. (FOTO ANP)
  • Politiewoordvoerder Nicolette Bovenhorst staat dinsdagavond media te woord. (FOTO ANP)
    Politiewoordvoerder Nicolette Bovenhorst staat dinsdagavond media te woord. (FOTO ANP)

Als de ouders van de vermoorde Milly Boele dinsdagavond de televisie hadden aangezet, zouden ze rechtstreeks hebben kunnen zien hoe hun dochter werd opgegraven uit de tuin van de buurman.

Het is onwaarschijnlijk dat ze voor de tv zaten die avond. Maar het geeft wel te denken. Niemand ontkwam de afgelopen week aan de tragische gebeurtenissen rond de 12-jarige Milly. Het lot van het meisje werd een nationaal drama van ongekende omvang.

De eerste dagen na de verdwijning van Milly Boele wijst niets nog op massale mediabelangstelling. De ouders geven haar woensdag 10 maart op als vermist, nadat ze ’s avonds thuiskomen in een leeg huis. De volgende dag wordt er door de politie een ’grootschalig rechercheteam’ van dertig man op de zaak gezet. Er volgt een alarm via het landelijke waarschuwingssysteem Amber Alert.

Hart van Nederland, het nieuwsprogramma van SBS6, duikt op de zaak. De omroep begint een eigen posteractie om de politie te helpen het meisje terug te vinden. De ouders van Milly doen in dat programma en in de maandagkrant van het AD een emotionele oproep. ’Help ons alstublieft’, zeggen ze.

Op dat moment wordt de persoonlijke wanhoop landelijk nieuws. De ouders zien geen andere mogelijkheid. Ze zijn radeloos, de 250 tips die zijn binnengekomen na het Amber Alert hebben tot niets geleid. Milly is nog steeds niet terecht en er wordt steeds meer voor haar leven gevreesd.

Dinsdagavond, rond kwart voor acht, meldt de politie Zuid-Holland-Zuid dat een woning wordt doorzocht in verband met de verdwijning van Milly. Het huis is van een buurman van de familie Boele. Die melding is voor de pers reden om massaal uit te rukken naar de Dordtse wijk Sterrenburg. Straalwagens versperren de bewuste straat, waar de politie met afzettingen probeert het onderzoek ongestoord voort te zetten.

Media-ethicus Huub Evers kijkt die avond naar de televisie. Hij ziet ’camera’s en verslaggevers over elkaar heen buitelen’, zonder dat er iets noemenswaardigs gebeurt. Politiewoordvoerder Nicolette Bovenhorst kan alleen meedelen dat de eigenaar van de woning die middag op het bureau een verklaring heeft afgelegd. De man is ingerekend. Hij heeft dusdanige informatie gegeven dat de politie een onderzoek is begonnen in zijn tuin.

Daar staan de cameraploegen dus. In de buurt van die tuin, achter hoge schermen van de politie. Een verslaggever van Nova zoekt ’het hoogste punt op in de buurt’, waardoor de camera een stukje de tuin in kan kijken. De toeschouwer ziet een tent, en mannen in witte pakken.

Evers ergert zich. Bij gebrek aan nieuws moeten de verslaggevers steeds noodgedwongen terugschakelen naar de studio. „Iedereen zegt hetzelfde, maar inhoudelijk stelt het niets voor. Van ’Hart van Nederland’ verwacht je zoiets nog wel, maar dat ’Nova’ daaraan meedoet, verbaast me.”

De aandacht op de tv-kanalen groeit. „Media beginnen te verwijzen naar elkaar”, constateert Evers. „Het is een mechanisme dat dan niet meer te stoppen is. Niemand wil iets missen, bang dat ze niet als eerste over haar dood kunnen berichten.”

Terwijl het onderzoek in de tuin doorgaat, meldt politiek verslaggever van RTL Nieuws Frits Wester via twitter dat het lichaam van Milly Boele is gevonden. Het is voor de omroep reden om met een ingelaste nieuwsuitzending te komen.

De politiewoordvoerder zegt herhaaldelijk dat niets kan worden bevestigd. Later op de avond verschijnt ze voor de camera van ’Pauw en Witteman’, waar ze dit nogmaals vertelt. Pas anderhalf uur na de melding van Wester, verklaart de politie dat het meisje inderdaad dood is aangetroffen in de tuin.

Evers bekruipt een ongemakkelijk gevoel. Hij is niet de enige die zich opwindt over de mate van berichtgeving. De tv-recensent van de Volkskrant, Jean-Pierre Geelen rept de volgende ochtend in zijn rubriek over ’Amerikaanse toestanden’. „De journalistiek heeft vrijwel collectief elke distantie ingeleverd: verslaggevers hadden het liefst zelf het levenloze lichaam uit de aarde staan trekken, als witte hekken hen niet hadden weerhouden.”

En over Wester: „Op twitter verklaarde hij Milly alvast maar even dood, zonder ook maar één officiële bevestiging, zelfs niet in zijn eigen ingelaste RTL Nieuws. Vandaag zal hij schouderophalend zeggen dat hij toch gelijk had. Primeurjager gaat over lijken”.

Frits Wester verdedigt zich door te zeggen dat zijn bronnen hoog bij politie en justitie zitten en betrouwbaar zijn. En dat de ouders al op de hoogte waren. Hij twittert: „Helaas is triest nieuws ook nieuws.”

In NRC Handelsblad schrijft tv-recensent Hans Beerekamp dat dit ’een van de onsmakelijkste hypes van de laatste jaren’ is. Het komt, denkt hij, ’door de schaduwkant van het Amber Alert’.

De meeste daders wonen in de buurt van het slachtoffers, zo wijst de praktijk uit. Beerekamp: „Dan heeft een alarm in alle media weinig zin en is het gevolg dat dit bericht wordt opgeblazen tot wereldnieuws, en zo het verdriet onnodig wordt uitvergroot.”

De volgende dag komt de media-aandacht pas echt los. Bij een persconferentie van de politie in Dordrecht verschijnen veertien cameraploegen en een veelvoud aan verslaggevers. De hoofdofficier van justitie Paul van de Beek maakt een eigen reconstructie van het politieonderzoek van de afgelopen week.

Agenten wisten dat Milly vlak voor haar verdwijning nog contact had met een buurman, die zelf politieman is. De man was in beeld bij de rechercheurs en zou eerdaags opnieuw worden verhoord. Maar vlak daarvoor meldde hij zichzelf bij de politie, op aandringen van zijn vriendin.

Die dag trekken journalisten de wijk in voor reacties van buurtbewoners. Ze treffen voornamelijk verdrietige Dordtenaren die vlakbij de woning bloemen komen leggen. Een verslaggever van Radio 1 vraagt aan een kind, dat met zijn moeder is meegekomen: „Durf je alleen de straat nog wel op?”

De identiteit van de verdachte is al snel bekend, dankzij de website Geenstijl die zijn volledige naam en diverse foto’s publiceert. De ochtendkranten van donderdag noemen zijn achternaam niet. Wel drukken het AD en De Telegraaf foto’s van hem af. Het AD met een balkje over de ogen, De Telegraaf toont hem in vol ornaat. „De schrijvende pers vliegt hier volledig uit de bocht”, vindt Huub Evers. Het hypocriete is, zegt hij, dat zijn achternaam door De Telegraaf wordt verzwegen terwijl hij herkenbaar wordt afgebeeld. „Wees dan consequent en geef zijn identiteit prijs.”

De berichtgeving over Milly Boele beslaat in de donderdagkrant van het AD zes pagina’s. Bij een foto staat: ’De moordenaar van Milly’. De volgende dag wordt bekend dat de 26-jarige man door het openbaar ministerie ’slechts’ verdacht wordt van doodslag. In krantenberichten duiken ex-werkgevers, voormalig partners en collega’s van de verdachte op. Iedere opmerking, hoe nietszeggend ook, is nieuwswaardig. In het AD schrijft columnist Vincent Bijlo dat de media-aandacht ’iets gretigs heeft, iets onverholen voyeuristisch’. Bijlo: „Het is het Jorangevoel, zal ik maar zeggen.”

Burgemeester Arno Brok van Dordrecht vertelt in NRC van vrijdag dat er bij buurtbewoners van Milly woede is over de opdringerigheid van de pers. Opvallend is dat de hoofdofficier van justitie vermoedt dat de continue aanwezigheid van cameramensen en verslaggevers in de wijk, de druk op de verdachte heeft opgevoerd, wat een reden kan zijn geweest dat hij besloot om zichzelf aan te geven.

Filosoof en socioloog Bas van Stokkom, verbonden aan het Centrum voor Ethiek van de Radboud Universiteit, heeft geprobeerd zich te onttrekken aan het vele nieuws rond Milly. Wat hij wel zag, was ’gedramatiseerde berichtgeving’.

Het onderwerp leent zich er natuurlijk voor, zegt hij. „Het moet tot de verbeelding spreken. En deze kwestie verbijstert. Zo’n gebeurtenis roept onzekerheid op bij de mensen. Kennelijk kan dit iedereen overkomen. Daarbij is er een kind in het spel, wat de intensiteit enorm vergroot.”

Jan de Ridder is niet zo verbaasd over deze ’mediahype’. Hij is directeur van het media en communicatie instituut aan de Universiteit van Amsterdam. „Dit soort verhalen doet het goed in media, dat weten we inmiddels. Zij moeten concurreren om aandacht en dan is het makkelijk om emotionele snaren te raken.”

De vraag is, zegt de Ridder, of dit een primaire taak voor de media is. „De ontwikkeling in de pers vind ik bepaald niet prettig. Mijn bezorgdheid betreft de maatschappelijke impact die het heeft. Er komt al vrij snel een oproep voor een stille tocht, terwijl het voor de meeste mensen hier niet om persoonlijk leed gaat. Dat verdriet heeft een pseudo-echtheid. En alle mediabelangstelling wakkert die zogenaamde gevoelens verder aan.”

Huub Evers maakt zich ook druk over de ’participerende journalistiek’. „Wat je ziet gebeuren is dat verslaggevers steeds meer op de stoel van de opsporingsambtenaar gaan zitten. Als een verlengstuk van politie en justitie. Zie de posteractie van SBS6. Dat moet je niet doen, blijf bij je vak.”

De journalistiek moet eens kritisch nadenken of ze deze kant wel op wil, vindt Jan de Ridder. Huub Evers zegt: „We kunnen we er vanuit de vakgroep wel weer een mediadebatje op los laten, en in een zaaltje discussiëren over wat er allemaal fout ging. Maar als zich weer zo’n zaak aandient, zal de angst bij media weer toeslaan: ’zijn we wel de snelste’?”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />