*

 

Onzichtbaar

Sylvain Ephimenco − 20/03/10, 00:00

Mijn hele leven al probeer ik op afstand te blijven van de grote stromingen waarin de massa dobbert. Afkeer van de groep, zeker als die steeds omvangrijker wordt, is deze anarcho-individualist niet vreemd. Meelopen in een demonstratie is voor mij als verdrinken in andermans geschreeuw.

  • Sylvain Ephimenco (Jorgen Caris)
    Sylvain Ephimenco (Jorgen Caris)

Vanaf de komst van de dvd mijd ik bewust de promiscuïteit van de donkere zaal, met zijn collectieve gehijg en geproest. En als ik toch, per ongeluk, in een menigte terecht kom, zet ik ogenblikkelijk mijn zonnebril op om oogcontact te vermijden. Wat mij het machtige gevoel van onzichtbaarheid bezorgt.

Maar de leegte om mij heen is in de loop der jaren steeds holler gaan klinken. En op een dag werd ik wakker met mijn eenzaamheid tegen mij aan geperst. Ze keek me aan, schudde met haar hoofd en omhelsde me in een kil elan. Ik dacht dat ik ging stikken. Het besef dat ik zo niet kon doorgaan werd tastbaar.

Hoewel ik er destijds de nodige zure kanttekeningen over maakte, moet ik eerlijk bekennen dat het de kersttoespraak van de koningin was die mij een ontsnappingsroute bood. Vooral dat zinnetje: „De moderne technische mogelijkheden lijken mensen wel dichter bij elkaar te brengen maar ze blijven op ’veilige’ afstand, schuilgaand achter hun schermen.” Facebook! Was dat misschien niet de oplossing?

Het idee om via internet deel uit te maken van een conglomeraat van 400 miljoen mensen was vanzelfsprekend ondraaglijk. Maar de voordelen zijn oneindig. Wat de koningin verafschuwde, was mij juist op het lijf geschreven! Veilig, op afstand, schuilgaand en toch aanschurken. Ik zag het al voor mijn toetsenbord gebeuren: mag ik uw vriend worden meneer E.? De kluizenaar die vanuit zijn grot naar een mensenzee van virtuele zielsverwanten in de verte tuurt. Risicoloos.

Ik rende met klamme handen naar een account, koos een foto, krabbelde wat in het profiel en drukte op een knop. Meneer Facebook kwam ogenblikkelijk met een vriendenlijst als suggestie. Een tiental namen, de meeste onbekend, op Elma Drayer en Maurice de Hond na. Het zweet druppelde langs mijn rug. Nu moest ik zelf gaan bedelen. Nu moest ik, met de billen bloot, bij al die deuren gaan aanbellen. Mag ik alstublieft mijn voet vriendelijk tussen uw deur zetten? Het kostte me een hele avond van nederigheid en mijn nachtrust.

Maar na enkele dagen had ik – hoera, hoera – veertien vrienden. Ik droomde dat ik op mijn beurt spoedig door honderden nieuwe kameraadjes zou worden gevraagd. Maar na bijna twee weken staat de teller nog steeds op veertien. Het schijnt dat niemand mij kan vinden. Hoewel ik alle privacyinstellingen op groen heb gezet rolt mijn naam nergens. Een programmeringsfout.

Ik ben onzichtbaar in een compacte zee van zielen. Onaanraakbaar, spookachtig, begraven voordat ik geboren werd. Het bordje ’ben zo terug’ hangt voor de eeuwigheid aan mijn deur. Nooit heb ik me zo eenzaam gevoeld. Uit de grond van mijn hart haat ik nu de programmeurs van Facebook.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />